GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOOFDARTIKEL

10 minuten leestijd

Marcion, het evangelie van den vreemden god.

VII. (Slot.)

Marcion en de Duitsche Heidenen.

Weer andereii — Rosenberg bijv. — geven no^ beteekenis aan den persoon van Jezus van Nazareth, maar de teekening der evangeliën zou hem geteel misvormd hebben. De held, die den tempel reinigde, zou daardoor misvormd zijn tot het arme schaap, dat zich in den dood liet leiden; de man, mens LEVEN voor de geheele wereld beteekenis heelt, werd de man, wiens smadelijke DOOD de verzoening tot stand zou brengen.

De hoofdschuld van die misvorming zou de jood Paulus dragen, die niet slecht genoeg afgeschilderd kan worden'8)^ men noemt hem bij voorkeur Rabbi Schaoul uit Tarsen, en men spreekt van ons Christelijk geloof als van Schaoulinisme. (Saulus is in het Hebreeuwscih Schaoul.)

De taak van de nieuwe kerk zou zijn een vijfde evangelie op te stellen, vrij van alle joodschsyrische dingen en vrij van alle Schaoulinisme. Aldus een der hoofdleiders van een partij, die steunt op liet positieve Christendom!

Eu weer anderen willen den persoon van Jezus geheel uitschakelen — Hauer geeft dan nog toe, dat Christenen goede staatsburgers kunnen zijn, maar Bergmann wil verandering van het artikel van de N. S. D. A. P., waarin gesproken wordt ^an^liet positieve Christendom en zegt bijv.: „we hebben nu lang genoeg in Christus gelooid, laat «ns nu eindelijk Christus worden." ")

2e. Zij beweren duSj dat we terug moeten 'keeren laar den Germaanschen godsdienst. Niet, dat zij zonder meer dien dienst willen hernieuwen, dat •'au niet, maar de wezenswaarden willen zij terugvinden.

En dan vinden zij als wezenswaarden drie gedachten, die den Germaanschen godsdienst zouden 'ypeeren, die trouwens allen Arischen godsdienst TOlgens hen typeeren.«»)

A. De Germaansche mensch zou sterk zijn, moe- "'& dapper, en zou niets willen weten van erf- ^ciide en onbekwaamheid tot ©enig goed. Zonde 20U er niet zijn, en zeker geen berouw over de ^onde, dat zou den sterken, heiligen mensch on- ^«g zijn. 81)

B. Die grootheid zou hem ook verhinderen te buigen voor God. Geloof in God past bij het joodschsyrische bijgeloof, dat vreest voor helle-straf, maar de Germaan buigt niet voor God, en gelooft niet in God; hij wordt één met God, doet in zich God geboren worden, hij wordt God, doordat hij vol mensch wordt.

Ook hier is Bergmann het radicaalst — de mensch is slechts dan vol mensch, waar hij zelf God en Godgelijk is, en als hij het nog niet is, het zijn en worden wil, alwijs, almachtig en algoeds^)^ en al is Rosenburg gematigder, zij gaan allen denzelfden weg op: de mensch is God en de mensch is één met God.

Daarom dwepen zij, de één meer, de ander minder, met de mystiek van Ekkehard^s) met de mystiek van de „Theologia Deutsch", met de mystiek van den jongen Luther, met Böhme, Angelius Silezius, enz.; , al wat maar mystiek is, noemen zij specifiek-Germaansch; ze stellen in één woord tegenover de Christelijke belijdenis, dat wij gelooven in God, Die transcendent en immanent is, den weg van de éénwording met God, het geheel en ai gelijk zijn van God en mensch.

Opnieuw moet gestreden worden de strijd over de homoousie 84), maar dan niet over de homo- 'ousie van den Vader en den Zoon, maar van mensch en God.

C. En in 't Germaansche geloof zou geen behoefte worden gevoeld aan een Verzoener, 'daar is geen plaats voor Eén, die de zonde der wereld draagt. Welke plaats de Duitsche Heidenen nog aan Jezus willen geven, nooit de plaats van het Lam Gods — met deze joodsche idee moet de Germaansche mensch volkomen breken. Hij is zijn eigen Christus — het wordt immers tijd, dat wij eindelijk een Christus worden.

Dat zijn de drie gedachten, die men belijdt als de kern van 't Germaansche geloof, en die leven moeten in de ziel van lederen Duitscher. Een kerk moet er komen, die dat belijdt, een belijdenis, die daarop steunt — de nat.-socialisüsche revolutie is pas afgeloopen, als deze doelstelliiigen zijn bereikt.

— Wat moet er een golf van teleurstelling gaan over onze Duitsche broeders en zusters, die Hitler binnenhaalden als den vernieler van liberalisme en marxisme? De menschen zijn anders geworden, maar de klanken zijn gelijk gebleven.

Vóór Hitler zei men in marxistische kringen: Religie is het gevoel van absolute onafhankelijkheid van God en mensch (Paul Gohres — Schleiermacher zei immers, dat religie was het gevoel van absolute afhankelijkheid) en vóór Hitler zong men in die zelfde kringen: En de Verlosser, dat zijt gij, en nu komt de partij, die steunt op het positieve Christendom, en wat zegt men dan nu? ^^) —

3e. Zij beweren, dat het Christendom der Germanen met geweld opgedrongen is door Karel den Groote, den „moordenaar", en dat anders nooit het Christendom in Duitschland voet zou hebben gekregen.

En 4e. Zij achten allen de invoering van het Christendom een groote ramp. Wat zou de wereld er anders en beter uitgezien hebben, als Karels tegenstander Wittekind, de Germaan, eens overwonnen had? ,

Wias Luther nog maar verder gegaan, en had hij ons èn van den Paus èn van den B ij b e 1 b e v r ij d! Maar nu, nu zal het zijn, want het nat.-socialisme is gekomen, en het is verstandig van den Führer, nog aan 't Christendom vast te houden (Bergmann), maar het nationaal-socialisme zal doorwerken, en wee dan het joodsch-syrische bijgeloof, dat Karel de Groote ons heeft opgedrongen.

Maar, wat heeft dit alles nu met Marcion te maken?

Marcion, de Paulusvereerder — en velen van hen spreken zoo minachtend mogelijk van Rabbi Schaoul van Tarsen.

Marcion, die alleen kende de transcendentie Gods — en zij weten alleen van immanentie.

Marcion, die leerde, dat de mensch van zijn wezen zelfs verlost moest worden, — en zij, de sterke, moedige, heilige Germanen, die niet eens een woord voor zonde hadden? Wat heeft Marcion daarmee nu van doen?

Dit, dat, al waren de resultaten van Mardons werk geheel anders dan van de Duitsche Heidenen, de géést dezelfde is.

Waardoor komt Marcion tot zijn haat tegen het O. T.? Door anti-semitisme!

Waarom wil Marcion nog een gereinigd N. T.? Omdat, — en hier spreek ik Kayser na — hij wel wist, dat zonder het behoud van het N.., T. er voor hem geen aanhang zou zijn, zooals er ook geen aanhang zou zijn voor het nat.-socialisme zonder die Christelijke tint.

Wat moet Marcion dan hier? Omdat hij de groote man is van de Duitsche Heidenen. Andersen wijdt hem een geheel boek, Rosenberg waardeert hem zeer, Mandel spreekt apart over hem, — Marcion heeft immers voor 't eerst het gevaar gezien van dat Joodsche boek en een weg ter ontkoming gewezen, al was het dan volgens vele Duitsche heidenen niet de goede weg.

Wat moet Marcion dan hier? Omdat TertuUianus in de 2e eeuw en Kardinaal Faulhaber en vele anderen in de 20e eeuw dezelfde argumenten gebruiken om "het O. T. te verdedigen.

Wat moet Marcion dan hier? Omdat de eerste Christelijke kerk begrepen heeft met al 't tekort, dat wij nu opmerken, dat loslating van het O. T. betoekende verloochening van den Heere Jezus Christus en verloochening ook van het N. T. — en die strijd moet nu opnieuw worden gestreden.

Laten wij waken! Wat Chamberlain begon, toen hij zijn felle aanvallen begon op het O. T., heeft tot dit alles geleid en dat moest wel tot dit alles leiden, want ook op dit pad is er geen stilstand.

Chamberlain—Andersen is een heele stap, en Andersen—Rosenberg is een heele stap en Rosenberg—Bergmann is nog een heele stap erbij, maar loslating van het O. T. dringt en dwingt tot al die stappen met ijzeren noodzakelijkheid.

Marcion—Bergmann, er schijnen eeuwen tusschen te üggen, maar ten slotte zijn het enkele schakeltjes, en is men daar voor men het weet.

Het is geweldig tragisch, maar het schijnt dat God ons roept om als kerk van voren af aan te beginnen.

Weer opkomen 'tegen de gnosis, weer hand"haven de waarde van het O. T., weer met kracht belijden, dat er maar één God is, de Vader van onzen Heere Jezus Christus, tot Wien wij alleen kunnen komen door het geloof.

De kerkvaders dachten, dat in den eersten tijd alle duivelen over Christus' kerk waren losgekomen, en wij denken het soms ook.

Maar de eerste Eerk heeft het Woord bewaard en als wij dat ook doen, en getrouw zijn... de poorten der hel zelfs zullen de gemeente niet overweldigen.

Bewaren wij dan het Woord, bewaren wij dan het O. T. als openbaring Gods en het N. T. als zijn strenge uitlegging en volkomen vervulling, bewaren wij dan het gansche Woord, dat geheel van Hem spreekt en dat geheel van Jezus Christus is, dan zijn wij veilig ook in den tijd, waarin de geest van Mardon herleeft, en waarin de geest der eeuw de consequenties van Marcion zoo volkomen wil trekken, se)

Prin ^'u- ""^^ ''^ ^^' verwijzen naar het boek van Ds P. man ' ""'tl< =i'"-regiem en religie. 1934. Overigens: bij Berg- 7Q? ; ; "geleken, is Rosenberg een kind! 'I Deutsche National-kirche, pg. 104. raatio °"^^''^^'' °ok Mandel in: „Thesen Deutscher Reforfeüi ? * '^"" ^< ^h«'s juist ? Ernstige onderzoekers betwij - '*n dat ten zeerste vermoedelijk legt men sommige dinom , «rst "• ; *' m de "> = ëcuacncenwereiQ gedachtenwereld der aer Germanen en Ariërs, Ver ^1". '^'^'' ^^^"^ "'' *^ ^^''^°' 193'; ff-i', '"ervoor: Scheuermann, Aufruhr wider Gott. g-'-Muller, Zeugnisse germanischen Religion. 1935. m „81)2 ' °^^^^ 2°u alle begrip van zonde den Germanen vreemd "> o ge seweest, dat zij er niet eens een woord voor hadden.

Ulfilas die den Bijbel vertaald heeft in het Gothisch, zou de grootste moeite gehad hebben om een woord voor zonde in het Gothisch te vinden of uit te denken. Hauer drukt zich hier iets zachter uit.

82) Bergmann, a.w. pg. 67.

83) Over Ekkehard hoop ik binnenkort in dit blad artikelen te plaatsen.

84) Dit geschiedde immers in de eerste Christelijke kerk: zij moest eeuwen lang worstelen, voordat de volkomen gelijkheid van Vader en Zoon aanvaard werd.

85) Vergelijk Volkmar Herntrich: Neuheidentum und Christenglaube.

86) De vooraanstaande figuren in de heiden-beweging heb il: reeds genoemd. Voor bestrijding is van Hollandsche zijde o.a. verschenen: P. Prins — zijn boek is reeds aangehaald — en W J. Aalders: Nieuw-Germaansche Theologie. Van de Duitschers noem ik o.m.: Kunneth, Scheuermann, Witte en Volkmar Herntrich.

Zelf heb ik in dit artikel geen bestrijding gegeven: d.w.z., ik ben niet ingegaan, op hun beschouwingen over ras, O. T., Jezus Christus enz. Ik vlei mij echter, dat de beste bestrijding is, aan te toonen, waartoe loslating van het O. T. en anti-semitisme voeren moet, en hoe weinig het zegt, dat in het program der nat.-socialisten gesproken wordt van positief Christendom. En, men zegge nu niet, dat Rosenberg en Hauer de partij niet vormen.

Hitler zou anders denken?

Maar Hitler handhaaft Rosenberg in heel belangrijke functies, en meent dus klaarblijkelijk, dat R. een positief Christen is. En is de geest van Hitlers boek „Mein Kampf" niet gelijk aan den geest van R.?

En wordt niet klaarblijkelijk in naam van art. 24 't positieve Christendom „verdedigd" door allerlei maatregelen ten gunste van Rosenberg c. s. ?

De Heere ontferme zich over de Duitsche kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1936

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 maart 1936

De Reformatie | 8 Pagina's