GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Professor Schilder, de VREDEMAKER

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Professor Schilder, de VREDEMAKER

10 minuten leestijd

Het is nog geen vier jaar geleden, dat ik hem op het station te Zwolle door de controle zag gaan, op weg naar het ziekenhuis, waar Prof. Greijdanus stervende was. Zelf kwam ik daar juist vandaan. En het afscheid had me aangegrepen, want Greijdanus was voor mijn besef één van de allergrootsten, die de Here ons gegeven had. Hij was een oud man, maar wat zouden we hem missen! De kring was sinds de vrijmaking toch al zo klein geworden. Maar toen ik Schilder daar zag gaan, was er op dat moment maar één gebed in mijn hart: dat we hem tenminste nog lang zouden mogen behouden.

En naar de mens gesproken, was daar alle uitzicht op. Zijn lichaamskracht was, na al die zware jaren, nog ongebroken; en zijn geestkracht verbaasde ons elke dag.

Nu zijn we nog geen vier jaren verder, en Schilder is ook al ontslapen. Ik zal maar niet proberen, om onder woorden te brengen, hoe verslagen we nu zijn. Hoeveel we in hem verloren hebben, beseft geen mens. Dat weet slechts God, die alleen de volheid van zijn eigen gaven kent. Ik weet alleen, dat het bijna dagelijks contact met Schilder alleen maar rijkdom was, en dat daarom de laatste weken de zorg ons vervulde. We bezaten zoveel in hem, en we verwachtten nog zoveel van hem. En nu is dat alles afgesneden.

Onwillekeurig ga je ze nu vergelijken, die twee die voor onze hogeschool en voor het leven der kerken zoveel betekend hebben. Eén in geloof en in hoop en in liefde. Beiden met grote gaven gesierd; beiden vervuld van een brandende ijver en een grenzeloze trouw. Ze wisten zich beiden ons aller dienaars om Jezus' wil.

Maar wat is er dan in dat gemeenschappelijke een geweldig onderscheid. Greijdanus de man van ijzeren regelmaat in heel zijn optreden en werken. Maar bij Schilder was van die regelmaat niets te ontdekken. Alles ging bij hem met schokken en sprongen. , Hij leefde in een stijl, die de gewone verhoudingen niet verdroeg. Een rusteloze geest, die elk moment productief maakte, en aan de uren van de dag niet genoeg had. Als hij op reis ging, zat hij nog vóór de trein vertrokken was al te schrijven: het papier rustte op een koffer of wat anders maar dienstig was; was de

trein overvol, dan stond hij nog te schrijven, desnoods tegen de ruit van de coupé. Hij had zo zijn eigen regelmatigheid.

Greijdanus was de man allereerst van de studeerkamer. Je vond hem zelden in het drukke gewoel. Niet, dat hij het leven niet kende; want in zijn nalatenschap verbaasden ons dikke enveloppen vol knipsels, keurig geordend naar onderwerpen; en we hebben vaak tegen elkaar gezegd: hoe breed was zijn belangstelling. Maar toch kan ik het misschien wel zo typeren: hij volgde het leven vanuit zijn studeerkamer, via de krant.

En bij Schilder was dat juist anders. Hij was een geleerde van buitengewoon formaat; en wie de noten in zijn Catechismus raadpleegt, staat verstomd over de literatuur, die hij verwerkte, tot ver buiten de grenzen van zijn eigeir vakken. Maar toch was hij allerminst man van de studeerkamer. Hij volgde heel het brede leven, door er zelf midden in te staan. Als we hem van nabij gadesloegen, was er altijd weer de verbazing dat één mens zo alles tegelijk, en dan ook nog grondig, kon doen.

Toen Greijdanus stierf, had hij afgewerkt het program, dat hij zich had voorgesteld. De commentaren, die hij had toegezegd, waren alle verschenen; de andere boeken ook. Maar nu kijk ik naar de lange rij van boeken, die Schilder schreef: wat een oeuvre, maar het is niet compleet. Hij is ons ontnomen, vóór hij zijn Catechismus-verklaring beëindigd had; en van de verwezenlijking van al zijn andere plannen zal niets komen.

Toen Schilder in December 1951 zijn rede hield bij de overdracht van het rectoraat — wat was hij aan het begin bewogen; achteraf zeg je: toen wist hij, dat het de laatste maal zou zijn; hij sprak als iemand die afscheid neemt — behandelde hij een thema, rakende het dogma van de voorzienigheid Gods.

Nu, heel zijn levensgang stond onder die voorzienigheid. Over dit leven ligt de glans van de voorzienigheid: God kent de zijnen! Maar we staan hier tegelijk ook voor het mysterie der voorzienigheid.

Wat duurde het lang, voor deze wetenschappelijke geest de weg kon gaan die eindigde in zijn promotie. Dan wordt hij vrijwel onmiddellijk hoogleraar. Een jaar of zes later is hij nauwelijks begonnen met het schrijven van zijn Catechismusverklaring, of de oorlog komt; en door gevangenschap en onderduiken ligt vrijwel die hele tijd zijn arbeid stil. Als de tiid om te werken weer gekomen is, is de kerkstrijd tot een uitbarsting gekomen, en weer wordt zijn kracht en tijd en aandacht in beslag genomen door andere dingen, dan die hij zelf op zijn program had geplaatst. Wanneer hij eindelijk opnieuw tijd vindt voor zijn standaardwerk over de Catechismus, is het kerkelijk leven zo bewogen, dat hij met zijn tijd moet woekekeren, om toch nog te kunnen blijven schrijven. Maar midden in die arbeid rukt God hem weg. God brak zijn wetenschappelijk werk af, in diezelfde ondoorgrondelijke stijl, waarmee Hij, die de wereld regeert, al vroeger dat werk onderbrak.

En juist omdat zijn arbeid zo veelzijdig was, en zijn talenten ver boven het normale, en zijn plaats zo centraal, daarom schijnt dit plotselinge einde heel Schilders werk te maken tot een torso. Want er is niemand onder ons met dezelfde gaven, niemand die zo veelzijdig is, niemand die hem vervangen kan. Bij Greijdanus' heengaan konden we zeggen: zijn werk was af. Maar bij Schilders graf realiseren we ons: zijn arbeid was naar onze maatstaf onvoltooid. En nu moeten we allen geloven de voorzienigheid Gods, die ook waarborg is, dat, de Heere niemand van zijn kinderen en knechten tot zich roept vóór hun arbeid is voltooid. Deze „unvollendete Symphonic" is toch af!

God had blijkbaar Schilder niet verkoren om een complete dogmatiek ons na te laten, en een ethiek te schrijven. De Heere had hem een andere taak beschoren, dan mensen hem hadden toegedacht.

Trouwens, dat heeft me de laatste jaren wel vaker bezig gehouden, ook toen er nog geen zorg was over een nabij einde. Schilder heeft met- zijn scherpe geest en brede kennis en diepborende critiek ons op een massa punten van de dogmatiek aan het denken gezet. Bijvoorbeeld over de kerk en haar pluriformiteit. Maar belangrijker dan al zijn dogmatische opmerkingen en Ansatze is voor mijn besef de stijl, waarin hij de kerk geloofde en beleed. Inzake de ethiek heeft hij op vele punten nieuw licht ontstoken; doch belangrijker dan dit alles is geweest zijn ethische practijk. Niet zijn spreken óver de wil des Vaders, doch zijn doen van die wil is in dit leven het grote. Hij was niet de theoreticus, die dacht en systematiseerde, doch hij was de geleerde, die geloofde en daarom ook stond voor wat hij schreef. Hij kende de achtergronden van het nationaal-socialisme beter dan misschien iemand anders. Maar zijn vechten daartegen was geen academisch debat: hij ging daarvoor de gevangenis in, en dook, toen het moest, daarvoor onder. Hij had veel gedacht over de kerk, haar eenheid, haar pluriformiteit; hij had veel onderscheidingen aangevochten. Maar het was geen theoretische Spielerei: toen het bittere ernst ging worden, zette hij zich met heel zijn persoon in voor de eenheid der kerk, en haar waarachtige pluriformiteit. Heel zijn wetenschappelijk werk was een zaak van levend geloof. In de wereld der geleerden was hij toch altijd de profeet, die evenals alle profeten, kwalijk behandeld werd, en voor zijn boodschap liever viel dan dat hij die ging verloochenen.

Neen, ik zeg niet, dat hij meer profeet was dan geleerde. Want wie heeft in onze jaren zoveel wetenschappelijke talenten verenigd gezien? Maar hij was i n al zijn werk, ook in zijn wetenschap, de profeet, die zich tot spreken geroepen wist, en ook voor zijn missie vallen wilde als dat zijn God behaagde.

Anderen hebben er de aandacht op gevestigd, dat zijn sterven kwam op dezelfde datum, waarop acht jaar vroeger zijn schorsing viel. En we vergeten nooit het vonnis: scheur maker.

Als er ooit een dwaas vonnis is geweest, dan is het wel dit. Want hij werd tenslotte afgezet om de werken des vrédes, die hij had gedaan en die hij weigerde te verloochenen. O ja. Schilder was polemist, rusteloos, bewogen, scherp. Maar toch heeft onze generatie geen man gekend, die zozeer vrede - maker is geweest als hij. Geen vredemaker in de trant der Wereld of van een decadente kerk. Maar wèl vredemaker in die bijbelse zin, waarin het van God zelf wordt gezegd; in de zin als waarom Christus zalig sprak de vredemakers.

Want toen Paulus in Efeze 3 sprak van Christus, die vrede maakte, toen dacht hij aan zijn kerkvergaderend werk. Hij sprak van Hem, die de muren van scheiding verbroken had door het kruis. En die deze vrede, die Hij gemaakt had, toen ook verkondigen ging, opdat de vreemdelingen zouden worden tot huisgenoten Gods, en opdat verrijzen zou de heilige tempel in de Heere.

Dat trof me altijd weer in het spreken van Schilder, in zijn schrijven, ook in zijn bidden: hij leefde uit die vrede van Christus, die kerk betekende en gemeenschap der heiligen. En als dienstknecht van

Christus heeft hij voor de erkenning en bewaring van die vrede gestreden, geleden en gebeden. Daarom verzette hij zich tegen alle bindingen, die niet uit Christus waren, en een middelmuur des afscheidsels zouden worden. Maar daarom ook erkende hij alle bindingen, die Christus' kerk van Hem ontvangen had, en vocht hij voor de bewaring van dié banden, "^die nimmer knellen.

Dat typeerde hem in al zijn polemieken vóór de oorlog, en in zijn strijd tegen de synode. Maar die vrede van Christus had dermate .zijn hart en zijn zinnen vervuld, dat hij in de laatste tijd ook in eigen kring weer tot vrede maande. En ons allen vroeg de voorbede voor die kerken, die dreigden de vrede van Christus te vergeten.

Als ik hem zo zie, dan is er in dit leven één strakke lijn en een verheven stijl: uit de vrede van Christus leven, en die vrede tot het einde toe bewaren. En zo gezien, is zijn werk ook geen torso; 't is volkomen af. Deze man bewees zich in dit zijn werken een levend lid der kerk, alles nemend uit Christus. Maar daarom is aan hem nu ook de zaligspreking in vervulling gegaan : Zalig zijn de vrede-makers, want zij zullen Gods kinderen genaamd worden (Mt. 5).

Meer dan zijn dogmatiek over de kerk is zijn practisch belijden van de kerk. En daarom moeten we ook maar niet vragen, wie zijn plaats nu zal moeten innemen; Schilder kan niet vervangen worden, doch hij behoeft gelukkig ook niet vervangen te worden; hij heeft in zijn tijd de raad Gods gediend, en dat is helemaal af. Doch we hebben wel allen te vragen, of wij nu niet meer dan ooit geroepen zijn om zijn voorbeeld na te volgen. Want de tijden zijn boos, en het kerkelijk leven is bewogen. Doch wij hebben de vrede van Christus, die ook ons verkondigd is; en tot ons komt het gebod om die vrede te bewaren, daarin dat hij ook bij ons hart en zinnen vervult. Dat is gelukkig niet afhankelijk van talenten, van enorme werkkracht, • van veelzijdigheid. Want die vrede wordt verkondigd aan ieder die zich lid van de kerk noemt, ook al heeft hij slechts een klein plaatsje en al bezit hij slechts heel gewone gaven.

Laten we nu maar veel voor elkaar bidden om genade; deze genade, dat wij, nu Schilder begraven is, zijn nagedachtenis zuiver mogen houden, door de kerk lief te hebben op de wijze, die hem in zijn leven beheerste.

We hebben ontzaglijk veel in hem verloren. Maar de vredemakers zijn kinderen Gods, en daarom ook de erfgenamen der wereld. Want ook bij dit graf is waarachtig het woord, dat hij verleden jaar schreef, toen we bij Zusjes graf hadden gestaan: „Hij leeft, die ons gezegd heeft: Houd niet beneden vast, wat God naar boven opneemt in Zijn grondeloze barm­

hartigheid en genade".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's

Professor Schilder, de VREDEMAKER

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's

PDF Bekijken