GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

OPVOEDING EN ONDERWIJS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPVOEDING EN ONDERWIJS

5 minuten leestijd

„Ik wou dat vader mü vroeger een beetje beter aangepakt had".

Wij kunnen er ons in verheugen, dat de menschheid voortdurend bezig is, opvoechng en onderwijs van de jeugdige menschheid te verbeteren, maar wij mogen geen oogenblik vergeten, dat ieder, die daarbij aan het woord komt, zich laat leiden door zijn beginselen. En daarom moeten we wel toezien, of die beginselen naar het Woord Gods zijn.

Zoo las ik dezer dagen nog eens, dat men zich niet bij de opvoeding der kinderen, ooik niet bij het onderwijs aan hen, mag bedienen van vreesaanjaging of bedreiging, dat men de kinderen ook niet mag laten hopen op een belooning, om daardoor het gehoorzamen gemakkelijker te maken en dat men allerminst dwang mag uitoefenen en vooral niet door lichamelijke tuchtiging het kind mag afhouden van het kwade en brengen tot het doen van het goede.

Nu zijn deze dingen eigenlijk met nieuw. Alle eeuwen door zijn er mannen opgestaan, die ontkenden, dat de zonde leeft in bet hart van ieder 'mensch, ook van joder kind. En dan kan men komen tot gedachten, als boven zijn aangegeven.

Ook weer in onze dagen worden ze met klem van redenen aangeprezen. Laten we eens zien, in hoeverre wij er ons mee kumien vereenigen.

Men moet het Idnd niet terughouden van het doen van het verkeerde door bedreiging. De vrees voor straf zal het kind wel weerhouden, maar dan is het kwaad in het hart toch eigenlijk reeds gedaan en dan zou men slechtr^ een uitwendige gehoorzaamheid hebben gekweekt, zoo' beweert men. Nu gaan wij er wel mee akkoord, dat een goede daad, die uit volle overtuiging wordt gedaan, meer waarde heeft voor de vorming van het karakter dan iets wat men laat uit vrees voor straf. Maar wij moeten naar de Schrift aanvaarden, dat het kind van nature het kwade liever heeft dan het goede. „Geneigd tot alle kwaad!" Dat maakt men met redeneeren, zelfs met goede voorbeelden niet anders. , Wie de menschen kent, weet, dat velen niet verkeerd doen, omdat ze niet beter weten, maar omdat ze den krachligen' wil missen, het kwaad te weerstaan. Van kinderen geldt dat precies zoo. En nu komt God in Zijn leiding van Zijn volk Israël juist veelvuldig met bedreiging van straf, wanneer dat volk niet houdt de wegen des Heeren. Dat kan veel kwaad voorkomen, inperken en het is niet duidelijk, waarom ook wij bij de opvoeding van onze kinderen vaia dit middel geen gebruik zouden maken. De heele geschiedenis van de menschheid is daar, om duidelijk te maken, dat het kwade naar het woord van den Apostel Paulus ons zelfs bijligt, wanneer wij het goede willen doen.

Precies hetzelfde geldt van de tweede ovei*weging, dat we geen beloften en belooningen mogen gebruiken. Zeker, het staat hooger, wanneer wij het goede nastreven, omdat het goed is, maar in de bedeelmg der zonde staat de menscli, laat staan het kmd, maar zelden op het hooge standpunt. Wij struikelen allen dagelijks in vele dingen. En nu willen wij, die de opvoeding der kinderen begeeren te leiden in de banen der Heilige Schrift, van de onmacht van den menscli een oorkussen maken. Integendeel, wij onder'wijzen aan het kind reeds vroeg de verantwoordelijkheid voor jcigen daden, de Heere zal rekenschap vragen

van alle woorden en werken, zelfs van de gedachten 'des harten. Maar hierbij kan de belofte van het loon der genade een spoorslag zijn, een steun bieden. Hoe gevoelig is daarvoor het kind! Hoe spant het zich in, de beloofde goedkeuring, het toegezegde loon te verdienen. En inmiddels wordt de geest geoefend en ontstaan de goede levensgewoonten.

Eindelijk valt het ook niet wel in te zien, waar^ om in de opvoeding en bij liet onderwijs geen dwang zou mogen worden uitgeoefend. Alweer, liet is beter, vruchtbaarder, wanneer het goede \verli spontaan wordt gedaan, wanneer daarbij geen dwang behoeft te worden uitgeoefend. Maar, het is de ervaring van alle eeuwen, daarop kan men niet bij alle kinderen wachten en zeker niet bij het onderwijs, wanneer de leerlü-aclit een groot aantal leerlingen heeft. Dan mag er en moet er een beetje klem bij gezet worden. Nog hoort men wel eens de klacht: ik wou dat vader of de meester mij vroeger maar een beetje beter aangepakt had.

Neen, wij moeten inderdaad een beetje oppassen met deze redeneeringen uit den humanistischen hoek. DeH. Schrift spreekt wel degelijik van dwang, zelfs van tuchtigen met de roede. En de slapipe paedagogiek, door velen toegepast, lieeft niet tot resultaten geleid', die ons bewegen, 'dien weg verder te gaan. Een deel van onze jeugd heeft te vroe^ oiJ eigen beeneii gestaan. Daar zijn de beenen van die jonge menschen niet sterker en ziji zelf •niet gezonder van geworden. Ieder mensch heeft niet 'den maatstaf van zijn daden in zich zelf. Hij' vindt dien in Goids Woord. En naar dat Wooird zullen wij ze leeren leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

OPVOEDING EN ONDERWIJS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1939

De Reformatie | 8 Pagina's