GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

PROFESSOR DR K. SCHILDER, vindicerend het recht Gods

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

PROFESSOR DR K. SCHILDER, vindicerend het recht Gods

7 minuten leestijd

Nu hij gevallen is — neen, nu hij opgegaan is tot God, zijn God, de bron van vreugd; nu hij, de man aan wie de Heere geschonken had zó rijke en zó vele gaven als het Hem zelden behaagt aan een mens toe te kennen; nu hij, de reus met het kinderhart, de athleet, die zachtmoedig was en nederig van hart; de man van ongelofelijke geleerdheid, breedheid en diepte van blik, die met grote waardering kon luisteren naar rede of preek van anderen; die als prediker een brede schare in de ban heeft van zijn welsprekendheid, maar als antwoord op de angstige blik van een klein meisje, dat even de kerk uit moet en nu schichtig 'omhoog ziet wat de dominé daar in de hoogte wel van die storing denken zal, geeft: een onderbreking, een vriendelijke lach en hoofdknik; nu hij, die geen gunsten vroeg, maar ze bewees; die onder de zeer overmatige arbeid zwoegde en zich afsloofde en tevens klaagde, dat hij zoveel tijd had laten verloren gaan; die zelf zeer nauw met de Heere leefde, doch vitters en bedillers voorhield, dat tollenaars en hoeren vele anderen zullen voorgaan in het koninkrijk Gods; die leefde voor Christus en Zijn kerk, en zich in die liefde-dienst geheel gaf, maar er last van had, dat in gezelschap de conversatietoon door hem slechts met moeite getroffen kón worden; die om Christus' wil smaad en vervolging onderging en gescholden werd, maar nooit gewaagde van hetgeen hem persoonlijk gekrenkt en geknauv^d had, wijl hij het overgaf aan Hem, die rechtvaardig oordeelt — nu hij van ons gescheiden is, blijft ons hart en blijven daarom onze gedachten bij hem toeven. Maar boven het smartelijk heimwee en de pijn van het scheiden gaat uit de dankbaarheid, dat de Heere zo goed en barmhartig was, hem ons te schenken, dat Hij hem zulk een lange reeks van jaren wilde gebruiken in Zijn dienst. Zijn leerlingen, wat hebben ze van hem genoten; wij, zijn collega's, wat hebben we prachtige jaren met hem gehad!

Wie bij een berg staat, ziet nog maar een deel; wie bij een berg woont, hem beklom en exploreerde, weet er wat meer van. Wie onze overleden broeder, die grote in Israël, van nabij gekend heeft, weet haast niet waar te beginnen en waar te eindigen; daarom hier niet meer dan een enkele facet: zijn handhaven van het recht des Heeren.

Veel heeft onze broeder over het recht Gods nagedacht. Wat hij ia het Woord over dat reciLt vo"d, heeft hij bepeinsd, verwerkt. En dat recht was hem geen abstractie, geen denkfiguur boven en buiten zijn eigen leven, maar concrete werkelijkheid. Zelf heeft hij voor dat recht Gods gebeefd, zelf is hij onder dat recht gebroken, heeft hij Christus als zijn gerechtigheid voor God leren aangrijpen, heeft hij tenslotte dat recht van harte liefgekregen. En hij is geworden een strijder voor het recht des Heeren.

Toen heeft hij ook, de Schriften onderzoekend, bevonden, dat de rechtsgedingen Gods gevoerd worden in het kader, in het rechtsraam, van het verbond, en heeft hij, klaarder dan die vóór hem kwamen, het rechte en recht-spreken Gods in Zijn verbond aangewezen en toegelicht. Scherp tekent , hij de rechten Gods over de eerste en tweede Adam en wie in hen gevonden worden; de eis Gods ook tussen bondeling en bondeling. Als hij spreekt over de rechtsregels van het verbond: de sancties, de stipulaties, de bondsstatuten, dan achten zijn tegenstanders zulks vreemd en onnavolgbaar, wijl „juridisch", en daar bedoelen ze dan mee: slechts behorend tot de „uitwendige zijde" van het verbond; hij antwoordt zeer terecht, dat zulk een misvatting komt op rekening van het subjectivisme in hun verbondsleer, en dat al wie een , , Woord Gods" tot het , , slechts" uitwendige rekent, eer op de doperse dan op de gereformeerde banen zich voortbeweegt.

In Schriftuurlijke distinctie (hoe vreesde hij, zich ook maar één stap van Gods Woord te distanciëren!) onderscheidde hij tegenover het recht Gods onze verhouding en houding, onze „staat" en onze „toestand", onze overeenstemming met Gods wet en recht in forensische en ethische zin. Forensisch, hoe menigmaal komt dit woord, opgehaald uit de rijke woordenschat van lang verholen gebleven gereformeerde theologie, bij hem voor: het al of niet vrije passage kunnen bekomen voor de vierschaar Gods. En de zaak van het recht ook onder mensen, ook in de kerk, is voor hem niet een kwestie, min of meer sub rosa te behandelen, onttrokken aan ogen en biddende harten van het kerkvolk, zo entre-nous in een ronde-tafelconferentie, maar ook elke betwisting van het recht dat de Heere onder mensen bestelde is een causa forensis, die niet in het verborgen, maar op het forum, voor God en Zijn heilige engelen, voor ieders oog behandeling eist, want alle poging, de kerk los te maken of te verwijderen van het Woord is krenking van de rechten des Heeren, is een brutale aanslag op Christus' kerk en daarin op Christus Zelf.

Zó heeft onze broeder het gezien, zo heeft hij, na onder het recht Gods zelf doorgegaan te zijn, het ook anderen aan het geweten gelegd.

Diezelfde man nu, die leefde en streed voor de rech­ ten des Heeren, wordt in de rampzalige (en voor de kerk toch tevens lichtende!) bezettingsjaren aangeklaagd en veroordeeld als aanrander van de rechten Gods: als hij opkomt tegen een boven-Schriftuurlijke, en dies on-Schriftuurlijke binding, wordt zijn gehoorzaamheid en zijn vindiceren van de rechten des Heren gekwalificeerd als scheurmaking, in wezen muiterij, en wordt hij onverhoord ambtelijk van kant gemaakt: geschorst en afgezet.

De poging van de synode, de kerken te verleiden om in haar dwaalspoor te treden en het onrecht, gepleegd tegenover God en mensen goed te keuren, slaagde slechts ten dele: vele kerken maakten zich van de fatale synodebesluiten vrij; velen die helaas

achterbleven, laakten scherp wat de synode misdeed. Toen heeft God onze broeder „in ruimte gezet": tienduizenden, die zijn strijd medestreden, hem liefhadden, voor hem baden. Vlak naast hem stond onze Greijdanus, zijn trouwe, onkreukbare medestrijder, en éér deze werd bevorderd tot de heerlijkheid, had de Heere gezorgd, dat anderen in het strijdperk aan prof. Schilder's zijde stonden.

Het grievend onrecht, hem aangedaan, heeft onze broeder niet verbitterd. Wel gevoelde hij, bij de herinnering, de schrijnende pijn van de lidtekenen; voerde zijn weg in Utrecht langs de bewuste kerk, dan zei hij enkel maar: „daar is het gebeurd". Maar hij haatte de - gebonden kerken allerminst; er leefde in hem nog de stille, gestadige hoop, dat eens het gepleegde onrecht zou worden erkend, en er herstel zou komen, en samenleven naar de rechten Gods weer mogelijk zou zijn.

- De tijd is voorbij, evenals ten aanzien van professor Greijdanus, dat hem vergeving gevraagd kan worden voor hetgeen men tegen hem misdeed. Maar ieder wete: het i'echt, dat deze dienaar vindiceerde was hetrecht van zijn Meester. En ieder beve voor het recht des Heeren!

Een „iuridische" figuur, prof. Schilder; een „formeel" mens; een man van regeltje zóveel van de verordening; een, die stapelde gebod op gebod? Allerminst: bij de Heere is het recht nooit te scheiden van Zijn liefde; bij wie Zijn beeld vertoont gaan recht en liefde hand in hand. Onze broeder had geleerd, dat Christus niet in de wereld kwam om haar te verderven, maar om haar te behouden; dat het recht in de liefde en de liefde in het recht bedoelen: opnieuw de hals te buigen onder het zachte juk van Christus; dat wiens eigen voeten gedurig gaan ter overtreding en wie het grote geduld heeft gezien, dat God met hem heeft, zelf geduld moet oefenen in het terugbrengen van anderen van de doolweg.

Prof. Schilder heeft getoond, dat te verstaan, want hij heeft het in praktijk gebracht. Gode zij dank voor de gave, ons in hem geschonken. En wij verheugen ons, dat onze broeder staat in de volle glans van de rechten des Heeren, die zo heilig zijn en goed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's

PROFESSOR DR K. SCHILDER, vindicerend het recht Gods

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 29 maart 1952

De Reformatie | 20 Pagina's

Bladeren