GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De wetenschap van den Logos - pagina 49

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De wetenschap van den Logos - pagina 49

Rede bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

43 in de oudheid bewonderen, klaarblijkelijk geenszins a l l e e n

i)

op rekening der natuur gezet, of voor iets b l o o t i) menschelijks gehouden worden; een straal van het waarachtig, dat is in Christelijken zin goddelijke, heeft veeleer ook hier zich een weg weten te banen — en hoeveel leven reeds een enkele zonnestraal ook daar, waar hij niet meer ongebroken en zonder middenstof doordringt, kan verwekken, wie heeft daarvan niet dagelijks de bewijzen gezien"? 2) Deze beschouwing is niet die van Calvijn en de Gereformeerden.

Hij scheidt de algemeene genade scherp van de

bijzondere. Niet een enkele straal van de openbaring Gods dringt door, maar

alle gaven van kennis en wijsheid, ook bij de onge-

loovigen, zijn stralen van goddelijk licht 3). Vergunt mij nog ééne plaats uit Calvijn aan te halen, om het onderscheiden standpunt van Lutterbeck en de Gereformeerden duidelijk

in 't licht te stellen.

„Zoo dikwijls wij derhalve, zegt

Calvijn 4), de heidensche schrijvers ter hand nemen, moeten wij door het licht der waarheid, dat in hen een wonderlijken glans afwerpt, vermaand worden, dat de geest des menschen, hoezeer ook van zijn rechten staat afgevallen en verdorven, nogtans ook nu nog met uitnemende gaven Gods bekleed en versierd is. Indien

1) Ik onderstreep. 2) LuUerbeek pag. 166. 3) Calv. op. Genes. 4 : 20 : omnium seculorum experientia docet, quantum ad cultum vitae praesentis, semper fulsisse in gentibus incredulis divinae lucis radios. 4) Institut. 2, 2, 15: Quoties ergo in profanos scriptores incidimus, illa quae admirabilis in lis afiulget veritatis luce admoneamur, mentem hominis, quantumlibet ab integritate sua collapsam et perversam, eximiis tamen etiamnum Dei donis vestitam esse et exornatam. Si unicum veritatis fontem Dei spiritum esse reputamus, veritatem ipsam neque respuemus neque contemnemus, ubicunque apparebit, nisi velimus in spiritum Dei contumeliosi esse; non enim dona spiritus, sine ipsius contemptu et opprobrio, vilipenduntur

Imo

ne sine ingenti quidem admiratione veterum

scripta legere de his rebus poterimus; adrairabimur autem, quia praeclara, ut sunt, cogemur agnoscere.

Porro laudabilene aliquid aut praeclarum censebimus, quod non

recognoscaraus a Deo provenire?

Pudeat nos tantae ingratitudinis in quam non

inciderunt ethnici poetae, qui et philosophiam et leges et bonas omnes artes, deorum inventa esse confess! sunt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 oktober 1891

Rectorale redes | 70 Pagina's

De wetenschap van den Logos - pagina 49

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 oktober 1891

Rectorale redes | 70 Pagina's