GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Nog ééns „vroegdoop”.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nog ééns „vroegdoop”.

5 minuten leestijd

M. B. te M. vraagt, of we, als we den eisch stellesn, dat de D-oop van onze kinderen zoo spoedig m o g e , - lijk moet worden toegediend, consequent, niet evenals de Roomsche Kerk de kinderen onmiddellijk na de geboorte, bij de ouders thuis, of aan, de pastorie, onder getuige van één of méér ouderlingen den Doop zouden moeten ontvangen.

Eerlijk gezegd, gevoel ik weinig lust om al weer over den z.g.n. „vroegdoop" te schrijven, 't Is haast alsof er onder ons, gereformeerden, voor niets eenige belangstelling is dan voor dien vroegdoop. En voor die belangstelling blijkt dan nog zoo weinig, dat ze méér dan Platonisch is. Onder al onze briefschrijvers over dit onderwerp is er maar één, van wien me bleek, dat de vraag actueel voor hem was en dus een geestelijken achtergrond had. Voor velen lijkt het niet meer dan een onderwerp waarover het wel aardig is eens wat te .praten. Maar op zoo weinig geestelijke vragen is 't moeilijk geestelijke adviezen geven.

Van M. B. wil ik aannemen, dat hij inderdaad advies vraagt, omdat hij staat voor de vraag: hoe te handelen? en er geen bevredigend antwoord op vinden kan. Op z iji n vraag zal ik daarom antwoorden. Neen, met den regel te stellen, dat de bediening des H. D'oops voor onze kinderen moet gezocht worden zoo spoedig als mogelijk is, zetten onze kerken volstrekt niet den voet op een pad, dat leidt tot Rome's praktijk.

Tot de Roomsche praktijk komt inen, als men leert Ie. dat de doop niet maar de reiniging van zonde beteekent en verzegelt, maar deze reiniging zélf aanbrengt; 2e. dat daarom de Doop onmisbaar is tot zaligheid, en 3e. dat de geestelijklieid eigenlijk de kerk is, en dat dus de kerk verschijnt overal waar een dienstdoend geestelijke optreedt. Bij deze opvatting moet men wel met angstige haast den Doop zoeken, en staat er niets in den weg, aan zijn bediening waar ter plaatse en met of zonder wier tegenwoordigheid ook.

Maar van dit alles leeren wij niets. Ook niet dat laatste. En juist dat laat voor den huisdoop onder ons geen plaats. Het kind is naar Gods Woord en onze behjdenis niet de eenige belanghebbende biji den Doop. Behalve zijn ouders heeft daarbij ook belang de kerk in wier midden het geboren werd. Om drieërlei reden. Ten eerste, omdat door den Doop van haar zaad ook aan haar het Verbond Gods, in de weldaad der reiniging van zonde, wordt verzegeld. In de tweede plaats, omdat de Doop het Sacrament is der inlijving in het Lichaam van Christus, en derhalve teeken van de gemeenschap met de kerk in 't zichtbare. En einden lijk, wijl de ouders bij den Doop van hun kind, zich tegenover de kerk des Heeren plechtig verbinden tot trouw aan het Verbond Gods in de opvoeding van het zaad der gemeente.

Om deze drievoudige beteekenis van den Doop voor de kerk, hebben onze vaderen zich steeds verzet tegen den z.g.n. huisdoop, ze achtten hem een miskenning van de rechten der kerk en oordeelden daarom, dat de Eoop moest bediend-worden in de samenkomsten der gemeente. En als M. B. er ons Doopsformulier eens op naleest, zal hij, ontdeklcen, dat de gemeente daarin waarlijk geen geringe plaats inneemt.

Bazars.

E'ezelfde le-zer vraagt me ook, wat ik denk van 't houden van Bazars voor kerkelijke of christelijke belangen.

Ik denk daai' zóó over: het houden van bazars moet contrabande blijven in de verzorging van ons kerkelijk leven. In de kerk zijn we in 't huis Gods. Wat voor de verzorging daarvan noodig is, moet den Heere vrijwillig en blijmoedig gegeven. En door geven kan het er ook komen, omdat te berekenen is wat er moet zijn, en de ééne last, naar verhouding der draagkracht, over allen verdeeld kan worden.

Met velerlei christelijke belangen, waarvoor alzoo gevraagd wordt, staat dat evenwel wat anders. Geven, vrijwillig en blijmoedig, behoort oolc; daar stellig regel te zijn. Maar langs dien weg komt vaak het benoodigde geld niet binnen. Vooreerst omdat men er de lasten niet naai' billijkheid verdeel en kan, óók al omdat de kring, die ze behoort te dragen, niet met preciesheid, meestal in 't geheel niet te begrenzen valt; en in de tweede plaats, omdat de drang tot vrijwillig geven bij velen zoo ongelijk en bij anderen ia 't geheel niet werkt. Eit maakt dan hulpmiddelen als een bazar eïiaïfdiïtnis baar. Want kómen moet het geld er. En 't is beter, dat het Koninkrijk Gods geen scliade lijdt, ook al komt niet alles er voor binnen op de meest ideale manier, dan dat we, uit vrees, dat de menschen op minder-ideale manier zouden geven Gods Koninkrijk schade lieten lijden.

Zoo'n bazar is dan wel altoos een getuigenis van een tekort der christenen in offervaardigheid. Of neen, ook dat is hij nog: niet altoos, want op een bazar wordt óók geofferd, en somtijds zeer gewillig en royaal. Maar hij: bewijst dan toch, dat er een zekere uitwendige prikkel noodig is, om de offervaardigheid actief te maten. En ook daarin ligt dan wel iets van een tekort, dat dringen moet tot spontaner geven. Maar aangezien een groot deel der christenen het wel nooit zoover zullen brengen, dat ze altoos aan al wat hun steun behoeft steeds op tijid en in de juiste verhouding denken, vrees ik, dat we er zonder bazars voorloopig wel niet zullen komen.

Het zijn krukken. En we moeiten er stellig naar staan zonder krukken te loopen. Maar als het er zónder niet gaat — nu, laat de kruk dan nog eens dienst doen.

Zonde, die hem onder den ban zou moeten brengen — neen, die kan ik in den bazar niet zien. Ook zóó geeft men toch ten slotte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1925

De Reformatie | 8 Pagina's

Nog ééns „vroegdoop”.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1925

De Reformatie | 8 Pagina's