GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Openbare schuldbelUdenis bij oedwonoen buwelijk.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Openbare schuldbelUdenis bij oedwonoen buwelijk.

4 minuten leestijd

d. B. te A. vraagt, wat toch de schriftuurlijke grond mag zijn voor het eischen van openbare schuldbelijdenis bij gedwongen huwelijken, ter'wijl men bij andere zonden doorgaans genoegen neemt met schuldbelijdenis vooir den kerkeraad.

Berust deze praktijk in de Gereformeerde Kerken op een Synodaal besluit, of opi traditie?

Maakt ze geen willekeurig onderscheid tusschen zonde en zonde?

Wordt er wel ergens in de Schrift vonnis gesproken over de gemeenschap, die een huwelijk noodzakelijk maakt?

Valt ze wel metterdaad onder de zonde tegen het 7de gebod?

Heeft een kerkeraad het recht iemand te oensureeren, die in dit geval zou weigeren openbare schuldbelijdenis te doen?

Omdat ik op dit oogenblik geen andere vragen in petto heb, zal ik, in 't vertrouwen, dat ik daarmee niet tast in de rechten van een der andere medewerkers van ons blad, d. B.'s vraag met een kort bescheid beantwoorden.

Ie. is de meening van d. B. als zou het eischen van openbare scliuldbelijdenis, in het genoemde ge-.val, in onze kerken, algemeen zijn, niet juist. Trouwens, d. B. zelf blijkt kerken te kennen, waar deze gewoonte niet bestaat.

2e. dit verschil in praktijk bewijst reeds, dat het vorderen van openbare schuldbelijdenis in ciasu niet berust op een besluit der kerken iii Generale Synode, maar dat de kerken de wijze van handelen, aan eikaars prudentie hebben overgelaten.

Iets, wat zich ook .niet anders verwachten laat bij kerken, die elkanders vrijheid tot het uiterste eerbiedigen, en die met name in de teedere zaak der tuchtsoefening zoo weinig mogelijk algemeenbindende regelen stelden;

3e. hoe weinig ze zulke algemeea-bindend© regelen wilden ten opzichte van de wijze 'waaropi, . na een of andere zonde de verzoening moest geschieden, blijkt overtuigend • uit Art. 75 der Kerkenordening, dat, zelfs bij openbare zonden, , , den vorm en de wijze waarop de verzoening tot de meeste stichting van iedere kerk" dient plaats te hebben, óók de vraag, of ze in 't openbaar geschieden moet, overlaat aan het oordeel des kericeraads;

4e. dat de gemeenschap: , die een huwelijk noodzakelijk maakt, naar onze belijdenis in Zondag 41 van den Catechismus, wel waarlijk een zonde tegen het zevende gebod is, en wel één der allerergerlijkste; reden, waarom het vonnis der H. Schrift

over de echtbreuk ook inhoudt een vonnis over dit kwaad;

5e. dat het eischen van openbare schuldbelijdenis van deze zonde, zonder liaar van elke andere zoiide te vorderen, nog volstrekt niet insluit een verschooning van ander kwaad, maar, zonder .vergelijking van deze zonde opi zichzelve met andere zonden, kan berusten (zie Art. 75 K. O.) opi de overweging, dat (om het veelvuldig voorkomen van dit kwaad en op de toegeeflijkheid in zijn beoor-, deeling) de stichting der gemeente eischt, dat het met meer gestrengheid dan vele andere bestraft; worde;

6e. dat wie in deze schrikkelijke zonde viel, en weigert daarvan in het openbaar belijdenis te doen, door verzet tegen de van Christus ingestelde ambten bij zijn eerste zonde een tweede voiegt, reden geeft aan de oprechtheid van zijn berouw te twijfelen, en daarmee zich stellig de censuur waardig maakt, al zal een. kerkeraad ook daarbij elk afzonderlijk geval opzichzelf hebben te beoordeelen.

V. F.

Correspondentie. K. te-M? en M. to H. Als u" de moeite wilt nemen nog eens rustig over te lezen wat ik in no. 41 van den 7den jaargang, pag. .32-3 schreef, heb ik hoop, da: t u het antwoord op iiw vragen en opmerkingen vinden zult.

M. te H. 't Is me niet duidelijk, wat u bedoelt met de eerste der vragen, waarO'P n eon antwoord begeert: „of het, nu reeds honderden jaren de grondslag der prediking geweest is, het \\^oord des Hoeren: „Ik ben gekomen om te zoeken ©n zalig te maken wat verloren was", . geen tijd wordt, om aan de beurt te laten komen des Heeren woiörd: „Ik doa bet niet om uweintwil, maar om mijns grooten Naams wil". Vóór ik haar beantwoorden kan, zal ik daarom eenige toielichting nooidig hebben. Op vragen van zóó algemeenen inhoud en zoo vage strekking, als: of ik ook de toestanden teigenwoordig niet zus of zoo vinid, kan ik in deze rubrieik natuurlijk niet iUfgaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1927

De Reformatie | 8 Pagina's

Openbare schuldbelUdenis bij oedwonoen buwelijk.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1927

De Reformatie | 8 Pagina's