GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Over „Erfgenamen” van Körmendi als tijdboek.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over „Erfgenamen” van Körmendi als tijdboek.

5 minuten leestijd

De ruimte die mij overblijft is juist toereikend, om, ten vervolge op de artikelen-reeks van de laatste weken, een vraag te beantwoorden betreffende het boek van den Hongaarschen schrijver Ferenc Körmendi „Erfgenamen" (vert. door mevr. Szeckely Lulofs).

Die vraag (die in z'n formuleering voortvloeit uit een vrij uitvoerige uiteenzetting van den indruk, dien de lectuur van dezen roman bij den correspondent heeft nagelaten) luidt: „is nu dit boek, ofschoon het als lectuur niet aanbevelenswaardig is, toch niet als een scherp en objectief Ujdboek te waardeeren? "

Ter oriënteering diene, dat „Erfgenamen" is aesciireven door den auteur van het geruchtmakende boelc van enkele jaren geleden „Carrière". Maar het is breeder van bouw: een familiegeschiedenis, de roman van een „generatie", waarin tal van personen uit de geslachten Hege- (Jus en Czendrik hun rol spelen, met evenzoovele anderen, die rondom hen zijn gegroepeerd. En ook reiki de bedoeling verder. Het gaat om den inenscli van dezen tijd te doen zien als het pro- (juct van de ^'erwikkelde verhoudingen (dat was ook in „Carrière" het geval), maar óók als den erfgenaam" van zijn geslacht. De hoofdfiguur 'komt van een gezondheidskuur in Zwitserland naar Hongarije terug tijdens de verwarring, die vlak na den .oorlog heerschl, politiek en sociaal, maar vooral ook moreel. En dan doet de Schrijver, in zeer suggestieve teekening, liem zien als dien vertegenwoordiger van het geslacht, dat ten ondergang is gedoemd, omdat het geen hoop en geen toekomst meer heeft (daarom koos hij als motto den tekst uit Job 19, „Hij heeft mijnen weg toegemuurd, dat ik niet doorgaan kan en over mijne paden heeft Hij duisternis gesteld"), maar ook als slachtoffer van de geestelijke en moreele verwording van een familieleven. Hij en zijn broers kunnen zich uit de debacle niet redden, omdat ze tegen het leven niet opkunnen.

Inderdaad geeft het ^boek, in een veelvervig decor van dikwijls prachtig geteekende figuren en verrassende opnamen, een beeld van de moderne levens- en tijdverhoudingen. En het laat een zeer sterken indruk na van de diepe trechtergaten in het door oorlogsgeweld omwoelde mo- (Jerne levensterrein. Dat bet een scherp tijdboek is, kan dan ook den vrager gereedelijk worden toegegeven.

Over de objectiviteit zou nog wel een en ander Ie zeggen zijn, want als men na volbrachte lectuur voor zichzelf de islotsom ü-acht op te maken, gevoelt men het m.i. als, quaestieus of hier nu werkelijk het toegemuurd-zijn .van de wegen de oorzaak is van den geteekenden ondergang en of niet allereerst en allermeest in de menschen zelf, zwakkelingen als ze zijn, de verklaring ligt. Maar dit punt is pu niet aan de orde en ik laat het daarom terzijde.

Waar het nu om gaat is de gestelde vraag, die ik dan vereenvoudig tot: is dit boek niet als een üjdboek te waardeeren?

Ik zou dan met betrekking tot de aldus geformuleerde vraag willen verwijzen naar wat ik steeds in de boekbesprekingen van ons blad bepleit, dat waardeeren iets heel anders is dan waarde-erkennen. Tusschen de begrippen waarde en waardeering, ze mogen dan in hun be-woording stamverwant zijn, is m.i. een groot onderscheid. En de briefschrijver, die de bewuste vraag stelt, ziel dat onderscheid over het hoofd. De beteekenis van een tijdboek is en kan alleen zijn een quaestie van waarde, en zeker niet een zaak van waardeering. Want de laatste, de waardeering, wordt bepaald door subjectieve factoren, gelijk ik een en ander maal in ons blad heb aangetoond, terwijl waarde een objectief element is, dat bestaat en vaststaat geheel buiten de persoonlijke appreciatie van den lezer om. Het zou dus mogelijk zijn, dat „Erfgenamen" als tijdboek een boek van waarde is, en dan dient die waarde te worden erkend, óók door den Christen, maar van waardeeren op dien grond kan nooit sprake wezen, omdat waardeering op geheel andere en voor den Christen specifieke gronden van belijden rust

Dus is de vraag, die in het geding is, foutief geformuleerd en zóó niet te beantwoorden. Maar wel is een antwoord mogelijk, als we de twee dingen, die hier gecontamineerd zijn, tot hun juiste verhouding terugbrengen, als we namelijk twee vragen er van maken: heeft „Erfgenamen" als tijdboek waarde'? , en: is, „Erfgenamen" als boek te waardeeren?

Wat betreft het eerste punt moet ik dan opmerken, dat zulks op het oogenblik niet met zekerheid te zeggen valt. Over een boek-van-dentijd kan in dien tijd niet anders dan een waarschijnlijkheidsprognose worden opgemaakt, wat aangaat de waarde. Zoomin als men de hoogte van een toren ten opzichte van zijn omgeving kan bepalen als men er onder staat, zoomin kan men de waarde vaststellen van een tijdboek als men zelf leeft in dien tijd. Of het werkelijk zijn tijd spiegelt en of het daarin objectief is, kan slechts met stelligheid worden geconstateerd, als men dien tijd kan overzien, dus als hij in 't verleden ligt. Maar voorzoover het dan mogelijk is over „Erfgenamen" als tijdboek een oordeel uit te spreken komt het mij voor, dat er inderdaad verschillende factoren aanwezig zijn, die waarde meebrengen. En de voornaamste daarvan is, dat Körmendi door en onder de invloeden van zijn üjd en zijn omgeving tot het schrijven van zijn boeken gekomen is. Wat hij zelf beleefd had en momenteel doormaakte was zijn uitgangspunt en daarin ligt in ieder geval voor een tijdboek een waarde-element.

Wat aangaat het tweede punt: is „Erfgenamen als boek te waardeeren? is wèl een gefundeerd oordeel uit te spreken. Want de normen, die daartoe voor ons gelden, zijn boven-tij delijk en absoluut, wijl gelegen in het onveranderlijk christelijk beginsel. Met die normen dan is het volstrekt in strijd. De mentaliteit van het boek is die van de verlorenheid der ontredderde wereld en de fatalistische noodzakelijkheid van daaruit voortvloeienden individueelen ondergang. En daarin staat het lijnrecht tegenover de christelijke levensbeschouwing, die voortvloeit uit dat wat er volgt op de aangehaalde woorden uit Job 19. Juist op dat volgende komt het in 't verband van dat hoofdstuk aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1935

De Reformatie | 8 Pagina's

Over „Erfgenamen” van Körmendi als tijdboek.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1935

De Reformatie | 8 Pagina's