GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De wetenschap van den Logos - pagina 51

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De wetenschap van den Logos - pagina 51

Rede bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

45 het Christendom

door verbinding met en oplossing in het zuiver

menschelijke". De vraag is, dunkt mij, niet ongepast: heeft Böckh het Christendom gekend?

Waar vindt hij hooger beschouwing van het

menschelijke dan in Gods Woord? Of staat het woord des Satans „eritis sicut Deus, gij zult als God zijn" soms hooger?

Kies

slechts tusschen deze twee; al het andere staat lager. — Maar Christus heeft eens gebeden aan het kruis: „Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen". Om nu nog ten slotte in korte trekken en enkele grepen U te toonen, welken invloed onze beschouwing van den logos heeft op de beoefening der philologie, wijs ik U allereerst daarop, dat alleen bij deze beschouwing een steekhoudend encyclopaedisch inzicht in het organisch verband van de onderdeelen der philologie mogelijk is.

Immers dan alleen, wanneer de menschelijke logos

niet als op zich zelf staande het voorwerp onzer wetenschap is, maar als beeld en gelijkenis van den eeuwigen Logos, door welken alle dingen in hun onderling verband bestaan, en verder als in zijne uiting aan de inspiratie en het geheele wereldplan van den eeuwigen Logos gebonden, dan eerst kunnen de grammatica, de linguïstiek, de literatuur, de geschiedenis en de philosophie onder één gezichtspunt worden samengevat. Neemt men daarentegen den/ menschelijken logos op zich zelf, dan blijft zoowel zijn oorsprong,! alsook de oorzaak, waardoor hij grond en samenhang vindt in den kosmos en in het menschenleven, in het duister. In de tweede plaats merk ik op, dat alleen op deze wijze de, philologie (in den ruimsten zin genomen, dus met inbegrip der philosophie) geen gevaar loopt van de theologie te verdringen en haar terrein in te nemen, daar zij alleen het beeld en de gelijkenis/ van den eeuwigen Logos, niet dezen zelf tot voorwerp harer beschouwing heeft.

Alleen op het door ons ingenomen standpunt i

kennen we den eeuwigen Logos in zijn verband met den logos in ons. En wat nu de uitwerking betreft is het niet de scholastieke en niet de Luthersche, maar zeer bepaaldelijk de Calvinistische beschouwing van den logos zoowel in de onwedergeborenen als in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 oktober 1891

Rectorale redes | 70 Pagina's

De wetenschap van den Logos - pagina 51

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 oktober 1891

Rectorale redes | 70 Pagina's