GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

PERSSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PERSSCHOUW

12 minuten leestijd

Een vaarweL

Schrijvend voor dit hoekje van „De Reformatie", moge mijn eerste „groet" aan de lezers een „vaarwel" zijn. Niet van hem, die de niet te vervullen taak zich zag opgedragen Prof. Schilder hier te vervangen, aan hen, die vooral hier zullen merken, dat onze Hoofdredacteur op reis is — maar van de „Bazuin"-lezers aan den „Refonnatie"-leider en uit hun naam geschreven door Prol. Dijk.

In dit „vaarwel" moge ik samenvatten alle goede wenschen en alle hartelijke groeten, die in verschillend* Kerkbladen aan Prof. Schilder zijn meegegeven:

Hooggeachte Professor, '

Ge zult misschien even verbaasd opkijken nu ge dezen brief, dezen „open" brief aan u geadresseerd, in „De Bazuin" leest, — al zijt gij er wel aan gewoon uw naam in kranten te lezen, — maar ik meen, nu ge over een week uw reis naar Amerika gaat ondernemen, naar uw hart en naar ons aller hart te spreken, wanneer ik u namens de lezers van „De Bazuin", een hartelijk vaai-wel en tot weerziens toeroep.

In dat vaarwel is eerst, ik mag dit wel verklappen, dankbare blijdschap.

Neen, geen vreugde over het feit, dat gij weggaat en drie maanden lang ver van ons goede vaderland zult zwerven door een u nog onbekende wereld, maar wel dankbaarheid voor de eer, welke u in deze uitnoodiging is te beurt gevallen en zeker aan uw reis een meer dan gewoon karakter zal geven. Met zulke „voorrechten" zijn onze menschen blij. Zij mogen dan eens mopperen over dominé's, die veel tusschen de wielen zitten, of over professoren, die niet al te hokvast zijn, ze vinden 'tin den grond der zaak toch fijn, dat hun pastor of hun hoogleeraar hier en ginds meetelt en meegeldt, en de veelheid onzer relaties is ook des kerkvolks heerlijkheid. Zoo zien ze uw reis. Ze hebben wel even de vraag gesteld hoe het moet met de arme studenten, die zooveel weken uw • colleges moesten missen, maar de herinnering aan de tochten van wijlen Kuyper en Bavinck, Noordtzij en Wielenga, Bouwman en Hoekstra, en de gedachtenis aan de reizen van H. H. Kuyper en Hepp, en van uw eigen collega Greijdanus, die in Amerika zeker geen onbekende is, heeft hen met die armoede verzoend, en ze volgen u straks op uw reis met een christelijke trots, dat gij in het land der onbegrensde mogelijkheden tot voorlichting geroepen wordt. Ze gunnen u dit „uitstapje", (dat waarlijk geen vacantia is), ook van heeler harte. Ze kennen uw werkkracht, uw werk, uw liefde tot en uw ijver voor de gereformeerde waarheid, en in die kennis vinden ze 't schoon, dat gij in het overzeesche moogt genieten aan Amerikaansche gastvrijheid. Ze hopen van harte, dat deze reis u goed zal doen èn bij de inspanning de ontspanning u niet zal onthouden worden.

Zoo zeggen onze lezers van harte: vaarwel, prof. Schilder en tot weerziens.

Maar in dat vaarwel klinkt ook nog een andere toon.

Het is de toon van hun hartelijk vertrouwen, dat gij in de behandeling van de aangekondigde onderwerpen de gereformeerde lijnen strak zult trekken, zooais gij dit hier gedaan hebt tegenover de dwaling van het Barthianisme en heel de paradox-filosofie; tegenover de verzwakking van Kerk en Verbond, gelijk ge die verflauwing in veel kringen bemerkte; tegenover de beginselen van N.S.B, en C.D.U., die in u een geweldigen bestrijder vinden, en niet minder tegen alle verzwakking van de autoriteit der Heilige Schrift, zooais deze in 1926 dreigde in onze kerken een plaats te krijgen. We zijn, zoo zeggen ze, de Hoornstoot tegen Assen, nog niet vergeten; we lezen nog vaak uw Geen Duimbreed; wij slaan, ook als eenvoudige „Bazuin"-lezers uw Tusschen Ja en Neen op; wij genieten nog van uw pleidooi voor Dr A. Kuyper, toen ge hem hebt verdedigd tegenover de aanvallen der Chr. Geref. broeders, enz., enz., en dit alles sterkt in ons het vertrouwen, dat ge ook daarginds, waar de zakelijkheid en business en practische instelling de liefde voor de waai'heid en het beleden dogma licht verdringen, een geluid zult doen hooren, even klaar en even zeker als het hier klinkt. Wij leven tevens in een stellige verwachting, dat straks „The Banner" vol staat met opgetogen verslagen over uw optreden, en... dat deze artikelen, en dan vertaald, aan ons gereformeerde volk niet zullen onthouden worden.

In dat vertrouwen zeggen onze lezers hartelijk: vaarwel, prof. Schilder, en tot weerziens.

En eindelijk, — ge begrijpt, dat onze homiletische trits me ook nu niet loslaat, — in dat vaarwel is ook een bede.

Deze bede, dat de Heere, Die uw Bewaarder is, uw uitgang en uw ingang moge bewaren en u veilig geleide op al uw wegen.

Deze bede, dat Hij u èn sterke tot uw arbeid ginds èn u behouden terugbrenge tot uw gezin, tot onzen • Schoolkring en tot ons volk, dat uw verdediging der gereformeerde waarheid liefheeft.

Deze bede, dat uw lezingen en ook uw preeken — (en denkt er om, de Amerikanen beminnen het populaire sermoen en een korte preek) —, mogen dienen om onze broeders en zusters daar te sterken in

het geloof, te verdiepen in de kennis, te verhelderen in het inzicht, te verinnigen in de liefde tot den naam en de zaak des Heeren, tot Zijn kerk en Zijn waarheid, tot de belijdenis, die hun als een kostbaar pand van de vaderen overgeleverd is.

Het is dit jaar 92 jaar geleden, dat Ds van Raalte naar Amerika toog om daar met zijn „Afgescheidenen" een nieuw vaderland te zoeken.

Gij komt er veel gemakkelijker dan hij en uw taak zaJ niet zoo moeilijk zijn.

Gij moogt op de grondslagen, welke deze oude voortrekkers legden, verder bouwen en... uw arbeid beweegt zich principieel in dezelfde lijn.

Trek deze lijn maar scherp en thetisch.

En... zend ons ook eens eenig bericht in , JDe Bazuin", b.v. onder het hoofd: Van een ander erf. Onze gebeden en beste wenschen geleiden u op uw tochten en wij vergeten ook uw gezin niet.

Vaarwel en tot weerziens.

Wees Gode bevolen.

Met hartelijke groeten namens de lezers van „De Bazuin":

K. D.

Oprechtheid, vrede, waarheid, rast.

In zijn „Algemeen Overzicht" over het kerkelijk leven in 1938 schrijft Prof. Dijk o.a.:

Het jaar 1939 kan een gewichtig en zegenrijk jaar worden, wemneer de Synode van Sneek er in mag slagen wijze en rechtvaardige beslissingen te nemen.

Ik waag mij aan geen enkele voorspelling.

Alleen spreek ik den hartelijken wensch uit, dat een ieder zich beijvere om zooveel mogelijk de oprechtheid en den vrede, de waarheid en de rust te dienen.

Wat ons zeker schaden zal is alle gejaagdheid en wantrouwen; en wat funest is voor ons kerkelijk leven is elke poging om door „te werken • achter de schermen" de zegepraal van eigen standpunt te bevorderen of te weren wat men, wellicht terecht, vreest.

Voor al zulke geheimenissen beware ons God.

Hij doe in 1939 zijn aangezicht in genade over onze Kerken lichten en beschame alle vrees, die menig hart vervult en hier en daar ook uitgesproken wordt.

In Zijn genade en in de ondei-worpenheid aan Zijn Woord ligt alleen onze kracht.

Zóó zullen we afscheid nemen van 1938 en 1939 begroeten.

Met volle instemming neemt „De Reformatie" dit over.

Vooral dat „werken achter de schermen" heeft „De Reformatie" altijd hardgrondig verfoeid.

In de „Kerk des Heeren" geen diplomatie of tactiek, geen politiek of kansberekening!

Waar de „Kerk des Heeren" is, is geen „kans".

Waar men „kansen berekent", heeft men de Kerk uit het oog verloren.

Neen geen „werken achter de schermen", maar een publieke behandeling van de zaken der Kerken voor het open front aller Kerken.

Met te veel klagen.

„Pro Ecclesia" had vorige week een gesprek met het „Calvinistisch Weekblad".

Het „Calvinistisch Weekblad" had n.l. zonder commentaar overgenomen een klacht van Ds J. Douma van Britsum, dat de menschen der „nieuwere opvattingen" caricaturen maken hunner opponenten.

„Pro Ecclesia" betreurt terecht de niet bewezen klacht en derzelver overname. Vooral daarom, omdat in hetzelfde nummer van dat Weekblad met zooveel instemming enkele uitspraken van Dr Wurth worden aangehaald, die den juisten weg aanwijzen.

Het „Calvinistisch Weekblad" schreef over Dr Wurth's stukje het volgende:

Even ernstig zijn de opmerkingen, die Dr Wurth in „Ons Kerkblad" (Katendrecht) maakt. De atmosfeer in onze kerken, zoo zegt hij, wordt steeds meer geladen.

Was het nu een strijd uitsluitend om de waarheid, dan mochten wij dien niet vermijden. Maar Dr Wurth vreest, dat het minder om de waarheid zelf dan om haar theologische formuleering gaat. Wel acht hij die formuleering belangrijk, maar wil de theologie daar over denken, dan dienen de vraagstukken ernstig, rustig en zonder voorbarigheid doorgedacht. Dat gebeurt, vreest Dr Wurth te weinig. Daardoor ontstaan misverstanden. En er ontstaan groepeeringen, niet op principieels gronden, maar rondom bepaalde leiding-gevende figuren. En het gevolg is, dat zoo het katholieke karakter van Christus' Kerk ernstig gevaar loopt.

Dr Wurth vergelijkt dit met den toestand ons geteekend in 1 Cor. 1.

Dr Wurth wil niet alle theologische discussie den pas afsnijden. Maar ze moet op ander plan gevoerd. Ze dient uit te gaan van Paulus' woord „alles is Uwe" en „doch gij zijt van Christus". Groote- en kleinzielige kwestietjes moeten onderscheiden. „En vooral, heel onze discussie moet plaats vinden in gebondenheid aan Christus".

Mogen deze wijze woorden onder ons behartigd worden!

„Pro Ecclesia" geeft dit onderschrift:

Dat de toestand in onze kerken steeds meer geladen wordt, zal wel niemand ontkennen. Met diepe teleurstelling moet het geconstateerd worden. Maar we komen dien droeven toestand niet te boven door eenige algemeene opmerkingen. We zullen alleen triumfeeren, als zeer concreet op bekeering aangedrongen wordt op bepaalde overtredingen van het gebod van onzen Heere Jezus Christus.

Als het „Calvinistisch Weekblad" dat eens doen ging! Als heel onze kerkelijke pers dat eens doen ging. Als heel de kerkelijke pers — om een voorbeeld te nemen '— als één man de overname van het artikel uit „The Banner" in „De Heraut" had afgekeurd, dan zou „De Heraut" - zich heusch wel eens bedenken nog eens door dergelijke overname den vrede der kerken te verstoren. Maar wat helpen die slagen in de lucht? Wat baat dat spreken in het algemeen? Wat baat het bovendien, als de indruk gewekt wordt, dat in een „neutraal" blad steeds één kant in bescherming genomen wordt?

Het doet mij van harte leed, dat deze rubriek in het „Calvinistisch Weekblad" op deze wijze maar blijft doorgaan. Het werkt er ten zeerste aan mede, dat de toestand zich steeds verscherpen gaat. En dat gaat toch in tegen de begeerte der redactie.

Overigens klage men niet te veel. Als ik er alleen maar aan denk, welke boeken in den laatsten tijd verschenen, dan mogen we wel zeer dankbaar zijn voor al het goede, dat de HEERE ons nog wil geven. Ik denk aan het geniale boekje van Dr K. Sietsma over de 12 artikelen! In alle opzichten een fijn en voornaam werk. Ik denk aan de preeken van Calvijn, door Ds van der Vegt en Ds Douma uitgegeven. Heerlijk, als die preeken onder ons volk komen. En wat heeft Ds van der Vegt een schitterende inleiding aan de preeken vooraf doen gaan.

Ik denk aan het Handboek van Prof. Honig. God is zeer genadig geweest voor onze kerken, waar Hij Prof. Honig vergund heeft, dit werk te voltooien. Hoe verheugd zal onze Professor zijn, als hij naar dit boek zien mag? En hoe zullen zich met hem al zijn discipelen verheugen? Zou Prof. Honig wel eens leerlingen gehad hebben, die hem niet liefhadden? Ik denk het niet. Nu krijgen zij hem nog meer lief, nu dit boek hun dictaten vervangen kan, die zoo zachtjes aan versleten waren door het menigvuldig gebruik, dat ervan gemaakt werd bij hun voorbereiding voor Catechismuspreeken, bij hun voorbereiding van examina (actief en passief), bij de voorbereiding van hun catechisaties enz., enz. Dit boek zal wel langen tijd HET handboek blijven voor predikanten, studenten, onderwijzers, flinke leden onzer jeugdvereenigingen, enz.

En vanmorgen (19 Dec.) bezorgde de post bij mij Kronieken van Noordtzij. Ik las de inleiding door met groote dankbaarheid om al het materiaal, dat gegeven wordt. Kronieken, het boek des verbonds, dat is de korte inhoud.

En tegelijk met Kronieken kwam een boek van Ds Woelderink over het doopaformulier; één bewijs, dat men ook in den Gereformeei'den Bond •vn\ vragen naar de reformatorische visie.

Ik noemde enkele boeken van den laatsten tijd. Ik zou veel meer kunnen noemen. En ik zou kunnen wijzen op de waardeering dier boeken, tot buiten de grenzen toe. (Hoe waardeerend was „Theologie der Gegenwart" voor Veldkamp's: de boer van Tekoa!)

De Heere heeft ons nog niet verlaten.

Maar... we zullen zeer toezien. Dat we toch het lichaam van Christus niet verder uitéénscheuren!

Wat die vrees van Dr Wurth voor „groepeeringen", voor „partijschappen" betreft —• ik geloof niet, dat die, zóó als Dr Wurth het bedoelt, gegrond is.

Wie van de „leidende figuren" zou zich er voor willen leenen „partijhoofd" te worden? Ze haten dat gedoe allen!

Wie van de „volgelingen" wil werkelijk partijvorming? Het is bekend, dat ieder — een enkele verdwaasde uitgezonderd misschien — dat haat en schuwt. En we moeten dat gelooven van hen. Allen willen d e Schrift beter verstaan, haar consequenter gehoorzamen. Ze willen gemeenschappelijk vechten tegen invretenden afval.

Er is wel een .ander gevaar! En ik weet zeker, dat Dr Wurth dit ook ziet en met alle kracht wil bestrijden.

Niet, dat partijen zich zullen vormen — maar wel, dat ze tegen den wil der betrokkenen worden gemaakt.

Niet, dat sommigen zich op sectarische wijze aan een „persoon" hechten en hem tot partijhoofd maken —• maar wèl, dat sommigen met een „leidende figuur in een verband worden gezet, dat ze zelf verfoeien.

We moeten bepaalde menschen niet typeeren als Hepp-ianen of Kuyper-ianen. We moeten niet spreken van Pro-Ecclesia-menschen of een Reformatie-groep.

Dat is het bederf.

Wie zoo spreekt maakt partijschap.

Zeggend, dat anderen zich isoleereUj isoleert hij zichzelf van hen.

Partijschap verwijtend, stookt hij ze aan.

Hij suggereert partijschap aan het volk, dat hem hoort, terwijl ze niet bestaat

C. V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

PERSSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 1939

De Reformatie | 8 Pagina's