Sanherib, koning van Assyrië (705-681 v. C.) - pagina 49
45 Maar voordat Jeruzalem wederom viel, is uit de aloude Davidstad het evangelie van den Immanuël uitgegaan, de mare, dat God is geopenbaard in het vleesch. En volk bij volk heeft zich neergebogen aan de voeten van Immanuëls kruis.Meer dan 18 eeuwen zijn vervlogen, sedert het evangelie uit ...
Sanherib, koning van Assyrië (705-681 v. C.) - pagina 51
47Was het leven der volkeren in het laatste jaar fel bewogen, dat van onze Vrije Universiteit had een kalm verloop, al was ook de invloed van het groote wereldgebeuren veelszins merkbaar. Dank zij de sparende hand onzes Gods, is de dood geen enkele maal onzen engeren kring binnengetreden. ...
Sanherib, koning van Assyrië (705-681 v. C.) - pagina 52
48 dezen medicus niet uit onzen kring verdween, strekt gewis evenzeer tot uwe als tot mijne blijdschap. In de Commissie van Toezicht volgens Art. 201 der Hoogeronderwijswet werd de ledige plaats van den Heer Dr. J. D. VAN DER WAALS, aan wien mijn ambtsvoorganger heden voor een jaar een woord van ...
Sanherib, koning van Assyrië (705-681 v. C.) - pagina 53
49 cludeeren, wanneer men het wilde beschouwen als eene uiting van het verlangen der studenten in de Godgeleerdheid naar den militairen dienst. Hiermede kom ik als vanzelf tot het corpus discentium. Bij het begin van den nieuwen cursus werden gerecenseerd 157 studenten, waaronder 83 die ingeschre ...
Israëlitische Oudheidkunde en Archaeologia Sacra - pagina 39
40 lende plaatsenvoor en duidt aan de Jebusietenburg, later „destad Davids" ( I I Sara 5 : 7 , par. I Chron. 11:5), vanwaar de ark des Verbonds wordt opgebracht naar den tempel (I Kon. 8 : 1 , par. I I Chron. 5 : 2). Overeenkomstig dit prozaïsche spraakgebruikkomt nu „Sion" l ...
Israëlitische Oudheidkunde en Archaeologia Sacra - pagina 40
41 alsmede Jesaja 34 : 8 Jeremia 30 :17; Klaagl. 1:17; Zef. 3 :16; Zach. 2 : 7 ; en enkele malen in de Psalmen 97 : 8 ; 129:5. Deze personificatie berust op de ook van elders welbekende figuur, waarbij de stad voor het volk genomen wordt. Zoo rechtstreeks in Jesaja 51:16.4o. eindelijk komt ...
Israëlitische Oudheidkunde en Archaeologia Sacra - pagina 41
42 Deze wordt in Jesaja 2 : 2 (Micha 4 : 1 ) aangeduid als „de berg van het huis des Heeren." Doch daarbij vermijden beide profeten het gebruik van den naam „Sion", welke pas tegen het einde van 't volgende vers voorkomt in parallelisme met Jeruzalem. Maar wat in de canonieke boeken des O. T. nie ...
Israëlitische Oudheidkunde en Archaeologia Sacra - pagina 42
43 Gelijk do naam„Sion" zeidon voorkomt in proza en veelvuldig in poëzie, zoo is het met de benaming „stad Davids" juist omgekeerd. Deze vindt men in poëzie alleen Jesaja 2 2 : 9 . Ter plaatse van deze „stad Davids" is nu volgens I Macc. 1 : 33 en 14 : 36 de Acra der Syriërs gestic ...
Israëlitische Oudheidkunde en Archaeologia Sacra - pagina 43
stellingen ook vande Bovenstad gezegd kan worden, dat zetegenover den Tempelberg lag. Maar het komt zeer goed over een met de opvatting T o b I e r — M o m m e r t , volgens welke de Benedenstad tusschen Bovenstad en Tempelberg in lag. 2o. Deze ligging der Acra maakte haar bijzonde ...
Israëlitische Oudheidkunde en Archaeologia Sacra - pagina 44
45 deze verklaring kan op het „religionsgeschichtliche" standpunt van B e n z i n g e r's geestverwanten bezwaarlijk worden aanvaard. 60. B e n z i n g e r legt t. a. p. ook hierop nadruk, dat men van de Davidsstad naar den Tempelberg „opging" ( I I Sam. 24:18), en daar nu de "Westheuvel hooger i ...