„Wandelt als kinderen des lichts”.
Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts. Efeze V: 8. De apostel schrijft naar Efeze niet: «Wandelt steeds in het licht", maar heel anders: Laat uw wandel zóó zijn, gelijk dit kinderen des lichts betaa ...
„Er zal geen antwoord Gods zijn”.
En de zieners zullen beschaamd, en de waarzeggers schaamrood wórden; en zij zullen allen te zamen de bovenste lip bewimpelen; want er zal geen antwoord (iods zijn. Micha 3 : 7, Niets is gewoner, dan dat de meer wereldsch aangelegde omdoler schier geheel buiten zijn God om leeft, doch dat h ...
„Die blijhartig waren, zuchten”.
De most treurt, de wijnstok kweelt; allen, die blijhartig waren, zuchten. Jesaja XXIV: 7. Drieërlei geaardheid komt meest onder de kinderen dei menschen uit. Er is een onderste, breede laag, die altijd speelt en spot en tot geen ernst te brengen is. Van deze versch ...
„Laat de kinderkens tot mij komen”.
Maar Jezus riep diezelve (kinderkens) tot zich, enzeide: aat de kinderkens tot mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het koninkrijk Gods. Lukas 18 : 16.Er ligt in het vroeg heengaan van de kleinen onder onze kinderkens iets raadselachtigs.. Van de eene zijde 'is 't zoo hard, ...
„Noch van den mond van ’t zaad uws zaads.”
Mij aangaande, dit is mijn Verbond met hen, zegt de Heere: Mijn Geest, die op u is, en mijne woorden, die Ik in uwen inond gelegd heb, die zullen van uwen mond niet wijken, noch van den mond van het zaad uws zaads, zegt de Heere, van nu aan tot in eeuwigheid toe. Jesaja LIX : ...
„De dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig.”
Dewijl wij niet aanmerken de dingen die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen die men ziet zijn tijdelijk, "maar de dingen die men niet ziet zijn eeuwig. 2 Corinthe 4 : 18. Er leeft in 's menschen ziel een begeeren. Hoe rijk ook ons persoonlij ...
„Naar alles wat zijn vader gedaan had”.
En hij deed wat kwaad was in de oogen des HEEREN, naar alles wat zijn vader gedaan had. 2 Kon. XXIV : 9.In de wet van Sinai was van meetaf het verband gelegd tusschen den onheiligen zin der vaderen en de zondige neiging in het uit die vaderen opkomend kroost. Zelfs was die samenhang gebond ...
„Totdat zij zich zelf schuldig kennen.”
Ik zal henengaan en keeren weder tot mijne plaatse, totdat zij zich zelven schuldig kennen en mijn aangezichte zoeken. Als bun bange zal zijn, zullen lij Mij vroeg zoeken. Hosea V; 15. Op teekenende wijze pleegt de Heere, door zijn profeten, de verhouding uittedruk ...
„Komt, laat ons elkanders aangezicht zien”.
Toen zond Amazia boden tot Jóas, den zoon van Jóahaz, den zoon van Jehu, den koning van Israël, zeggende: om, laat ons malkanders aangezicht zien. > ' ' 1 Kon. XIV : 8.Mijden of zoeken drukt maar ol te vaak de verhouding uit, waarin we tot onzen naaste staan.Niet met eefi ieder k ...
„Het drinken geschiedde naar de wet, dat niemand dwong.”
En het drinken geschiedde naar de wet, dat niemand dwong; want alzoo had de koning vaste- Hjk bevolen aan alle grooten zijns huizes, dat ze doen zouden naar den wil van een iegelijk. Esther 1: 8. Ons land teelt geen wijn. In de open lucht is zelfs de druif hier zel ...