Dan de tien geboden.
XLVII. HET DERDE GEBOD. XVIII. Indien iemand zijnen broeder ziet zondigen een zonde niet tot den dood, die zal God bidden, en Hij zal hem het leven geven, dengenen, zeg ik, die zond ...
„Maar Ik zeg u”.
Maar ik zeg u, dat zoo wie eene vrouw aanziet, om haar te begeeren, die heeft aireede overspel in zijn hart met haar gedaan. Matth. 5 : 28. Waar ons hart, waar ons menschenleven, schier vóór alles behoefte aan heeft, is vastheid.De glibberigheid van het pad ...
„Met mijn God spring ik over een muur”.
Want met U loop ik door eene bende, en met mijnen God spring ik over eenen muur. Ps. 18: 30. Toen God het eerste paar menschen op deze aarde geschapen had, stonden ze daar in het paradijs zonder dat eenig gevaar hen bedreigde. Noch de elementen der natuur, noch de ...
Van de tien geboden.
XLVIII. HET DERDE GEBOD. XIX. En zijt daders des woordsen niet alleen hoorders. Jacobus I : 22. Een nieuw onderwerp vraagt thans onze aandacht.Bij de behandeling ...
„Mijne oogen zijn bestendiglijk op den Heere”
Mijne oogen zijn bestendiglijk op den Heere, want Hij zal mijne voeten uit het net uitvoeren. Psalm 25 : 15. In de vertaling van het Te Deum zingt de erk Gods engelen toe: „Onafgebroken rijz', w lied op liooge toonen. Gij, driemaal heilig ijt ge, o God der Legersch ...
Van de tien geboden.
XLIX. HET DERDE GEBOD. XX. Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het woord der prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als des mens ...
Van de tien geboden.
L. HET DERDE GEBOD. XXI. De werken des vleesches nu zijn openbaar, welke zijn ketterijen. Galaten 5 : 19 en 20. Hebben wij onder den Naam te verstaan Gods openbaring en ...
Van de tien geboden.
LI. HET DERDE GEBOD. XXII. Er is niemand, die voor de gerechtigheid roept, en niemand, die voor de waarheid in het gericht zich begeeft. Jesaia 59 : 4a; .Zoo vonden wij dan, dat men zich in zijn ...
„Hij formeert hun aller hart.”
Hij formeert hun aller hart; Hij let op al hunne werken. Psalm 33:15. Ten zinnebeeld om Gods alomtegenwoordigheid voelbaar te maken, was steeds het „Alziend oog" gemind. Geen beeld, geen hoofdvorm zelfs van den Alvader, Neen, niets dan een Oog, dat als door nevelen ...
Van de tien geboden.
LII. HET DERDE GEBOD. XXIII. Gij zult den Naam des Heeren uws Gods niet ijdelijk gebruiken Exodus 20: ia. Na de bespreking van het zich, in het smmleven met onze medenie ...