Jaarboek 1964 - pagina 106
in de eenzaamheid van haar (vrije) beslissing. Die als beslissing nergens steun vindt, en nergens steun mag of kan vinden, omdat zij anders geen beslissing zou zijn. 3. Evenals bij alle existentie-filosofie doemt hier dan een nieuwe radicale antithese op. De antithese tussen de eigenlijke en de o ...
Jaarboek 1964 - pagina 105
voor. Maar de critische distantie tegenover eigenmensbeeld, dat dan Bijbels zou zijn, ontbreekt geheel en al. Zij zien niet, dat eigen mensbeeld en ook eigen „theologie over de mens in de Bijbel" in duigen valt, wanneer de existentie-filosofische ondergrond er aan wordt ontnomen, n.l. de leer, da ...
Jaarboek 1964 - pagina 108
jjSchicksal", waarbij de dood wel een fundamentele plaats inneemt, omdat hij principieel behoort tot de begrensdheid van de mens als mens. Zonder deze permanente begrensdheid, die een bedreiging is, kan de mens zich immers niet ,,entweltlichen", kan hij niet steeds opnieuw „eschatologisch" in het ...
Jaarboek 1964 - pagina 107
het Duitse taalgebied „dat Transzendieren" wordt genoemd; en dan is het wezenlijk hetzelfde als wat Heidegger uitdrukt met: De mens is „das Wesen der Ferne". Daar zit niets christelijks in. B. moet dit zelf ook toegeven. Hij schrijft, dat deze vrijheidsidee ook buiten christelijk erf bekend is, j ...
Jaarboek 1964 - pagina 109
filosofische theologie en ook geen theologische filosofie kan zijn. Heel anders dan bij Thomas van Aquino en bij het voorKantiaans rationalisme. B.'s vrijheids-idee wordt een theologische vrijheidsidee; Bultmann's geschied-filosofische antropologie wordt een geschied-theologische antropologie, B. ...
Jaarboek 1964 - pagina 110
Gods, geen theologie, geen geloof en geen prediking mogen aan dit mensbeeld tornen. Het staat buiten discussie, is onaantastbaar, en het eist, dat, zullen goddelijke openbaring en goddeüjk heilswerk mogelijk zijn, deze openbaring en dit heilswerk aan het irrationele karakter van natuur en geschie ...
Jaarboek 1964 - pagina 111
held is, maar uit zichzelf deze vrijheid niet deelachtig kan worden, doch door Gods vergevende genade alleen steeds opnieuw deze vrijheid verkrijgt als een bevrijding uit eigen „oneigenlijkheid", d.i. uit eigen pogingen, om door denken en werken zichzelf te beveiligen tegen alle onzekerheid. Uit ...
Jaarboek 1964 - pagina 112
betrachting, de oneigenlijke mens is, die eigen vrijheid verloochent en daarmee eigen concrete persoonlijkheid en verantwoordelijkheid, door zichzelf onder het juk van een algemene ethiek te laten doorgaan. Als deugdzaam burger weet hij zo aan eigen zelfrechtvaardiging te bouwen. Maar bij B. komt ...
Jaarboek 1964 - pagina 113
„heden der genade-verkondiging" de mens van dit verleden moet bevrijden en bevrijdt. De er uit resulterende daden der naastenliefde kunnen bij B. daarom ook nooit tot werken der naastenUefde worden. Wat voor zoden deze daden der naastenliefde aan de dijk zetten, blijft dientengevolge volslagen in ...
Jaarboek 1964 - pagina 114
mij in de eenzaamheid van mijn geloofsbeslissing ontmoet en bevrijdt van mijzelf tot de openheid voor medemens, donker noodlot en de steeds weer genadig tot mij komende God. Dat mij van aUe zekerheden berooft, en mij ongedwongen, zonder kramp, open stelt. Hoezeer hij hierin ook van de oud-liberal ...