De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 81
71 C. TIJDENS HET WIJKEN DER SYNTHESE Het tijdvak der historie, dat aanvangt in het midden van de dertiende eeuw, is, naar men weet, allerminst homogeen. Vanzelf kwam dit ook in de geschiedenis der wijsbegeerte uit, en geldt het evenzoo van den loop dien de bezinning op de principia der logica na ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 82
72 realistisch kamp met kracht het juist in dezen tijd herlevend Aristotelisme. Alleen op dezen achtergrond is 't mogelijk ook inzake de verschillen de hoofdzaak in het oog te vatten, die hierop neerkomt, dat THOMAS nog niet geheel los is van het neoplatonisme, terwijl SCOTUS daarmee resoluut hee ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 83
73 De personalistische richting v a n ABAELARD C.S., in deze periode vertegenwoordigd o.a. door ROGER BACON, levert, hoe interessant ook, voor ons o n d e r w e r p w e i n i g bijzonders op. A n d e r s staat het m e t het niet-personalistische d e m o c r a t i sche subjectivisme, d a t vooral ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 84
74 totelische was. Het mocht dan in deze periode niet meer kunnen roemen op het bezit van coryphaeën als THOMAS en ScöTüS, beider aanhang was dan toch blijkbaar wel zeer groot, en vooral de orde der Dominicanen vormde een tamelijk gesloten geheel.Dat konden ook de subjectivisten zich niet ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 85
75 recht liet komen; maar wie dan tóch het voortbestaan leert van den vorm los van de materie maakt zich schuldig aan dezelfde fout! Toch stelt hij de kerk niet den eisch deze contradictie te laten varen: ze is er allereerst voor 't volk en als lid der kerk moet men zich, terwille van de orde, aa ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 86
76 een ware profeet kan zijn. De voorspelling van Jezus omtrent de verloochening van Petrus b.v. was een oordeel omtrent toekomstige vrije wilshandelingen; daar voor deze het principium exclusi tertii ook naar zijn meening niet doorgaat, was dit oordeel van Jezus noch waar noch valsch. Desondanks ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 87
77 In de volgende periode zou iets dergelijks niet meer' mogelijk zijn.3 - SCOTISTISCH VERWEER. Dat blijkt wel uit de scherpte en den afloop van het conflict VAN ZOMEREN—^DE RIVO (PETRUS VAN DER BEKE) aan de universiteit te Leuven i4i). Zoolang men dezen geruchtmakendcn strijd beziet los v ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 88
78 ging 146) ^ zoo in de pauselijke uitspraak, welke VAN ZOMEREN in 't gelijk stelde, en waarom kwana een nominalist als WESSEL GANSFORT tengevolge van dezen afloop te Parijs in de moeite? 147). De houding der tijdgenooten gaf dus aanleiding te vermoeden, dat DE RIVO daarom zoo scherp tegenover V ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 89
79 laat met noodwendigheid. Maar VAN ZOMEREN leerde dat het hoogere noodwendig was en het lagere toevallig, DE RIVO daarentegen kende de noodwendigheid aan de natuurprocessen toe en handhaafde in 't hoogere de vrijheid van het individu. Dieper: VAN ZOMEREN onderstelde, wanneer hij van „waarheid" ...
De noodzakelijkheid eener christelijke logica - pagina 90
80 der principia op 't gebied van 't logische opleverde, dan treft ons allereerst de versterking der groepen die de logica bij de sacramenteele genade een halt toeroepen. Dat is hier het ééne symptoom van het wijken der synthese. Het andere is het pragmatisme der rationalisten onder de democratis ...