Het heil ons toekomende - pagina 13
I.TUSSCHEN VROOMHEID EN HUICHELARIJ DE GRENS ZOO KLEIN! Geeft het heilige den honden niet, noch werpt uwe peerlen voor de zwijnen. Matth. VII 6. :Ermoed lijkiskoop dragen van het heilige Gods, dat elk teeder geen den door hooger Geest gekuischten smaak pijn- ...
Het heil ons toekomende - pagina 14
:te machtig, om naar willekeur met Het vaarwel zeggen, na het eens gekust tewas die indruk ook weerToch hetheiligetebreken.hebben, dorst men niet. Met het heilige zou De vraag bleef slechts Zult heiligeuhetgijcreatuur ...
Het heil ons toekomende - pagina 15
Ookzich, wat we straks vonden. De grenslijn en het ongewijde verloor haar beteekenis. Men trekt op het onheilige erf wat op het heilig erf thuis behoort, en men waagt het, het heilige te behandelen naar de wijs, die alleen bij het ongewijde geoorloofd is. Tegen de schuchterheid in het heil ...
Het heil ons toekomende - pagina 16
Hoeomof die roerende gedachte moest ten komen. Hoor, daar werpt Hij de vormenkon. het anders,opzettelijke uitingslotte totter zijde,naaktheid en klaarheid uit te spreken en, beschermend over het heilige opgeheven, roept dehet beginsel in ...
Het heil ons toekomende - pagina 17
verstand van Jezus' aangrijpenden ernst, tot veler schade, beneveld. Als van zelf kwam men er toe, om eenerzijds dat woord in zijn ongebroken hardheid te hard te keuren en feitelijk op nonactiviteit te stellen, en anderzijds aan verkeerd begrip van deze uitspraak een vrijbrief te ontleenen voor e ...
Het heil ons toekomende - pagina 18
!Ersprake van de openbaring des godsdienstigen levens in aalmoes, en gebed, en bij elk dier drie, teekent de Heere eerst den Farizeër, om daarna der schare toe te roepen: „Doe gij alzoo niet, laat veeleer zijn beeld u afschrikken, maar gij, doe alzoo !" De aalmoes. isvasten ...
Het heil ons toekomende - pagina 19
de beeldspraak blijkbaar betrekking op een, die staande in het heiligdom, het heiligste ontwijdt door het aan iets onreins en onheiligs toe te werpen. De naam van het onreine dier immers werd van zelf scheldwoord voor een mensch, dien men verachtte. Vandaar de naam van „honden" op Israëls lippen, ...
Het heil ons toekomende - pagina 20
10Wat middel wendde Immershijdaartoe aan?werpen van het heiligst, dat er in zijn godsdienst was, tot zelfs van zijn gebed. Kon dan, zoo vragen we in ernst, het beeld van den Parizeer, die het heiligste als lokaas gebruikt, om op straat een sleep nit het volk achter zic ...