Honig uit den rotssteen - pagina 181
!167Uwoog;appel, dat is \\w gevoeligste plekje;waar defijnstezenuwenzoodat er geen stofje, geen vezeltje, geen vliesje hoe in saamloopen klein of nietig ook, uit de lucht of door den wind tegen uw oogappel aan kan komen, of ge voelt het onmiddellij ...
Honig uit den rotssteen - pagina 182
:; ::168met gedachte uw ziel had bekropen, ban ze dan uit doe ze van u zulke gedachten komt ge om. Neen, de vertroostingen onzes Gods zijn voor den zachtmoedige ,van hart, die denkt: „Laat ze mij maar smaden en trappen; nog duizendmaal meer heb ik verdiend !" en die in zijn b ...
Honig uit den rotssteen - pagina 183
169Wantwel staat daar de ellendige, diep gezonken Jozua in zijn bezoedeld zondekleed, maar hij staat er beschenen door een eeuwig en vrijmachtig welbehagen, dat macht heeft om ook dien goddelooze te rechtvaardigen en ook dien onreine te reinigen van vuil,zie,besmet, ...
Honig uit den rotssteen - pagina 184
!!170 in zeer bepaalden en beslisten zin, met alle geloovigen, priesters en priesteressen van den Zone Gods zijt, zoo lang en zoo dikwijls was en zijt gij, zonder het te weten, priesters of priesteressen in den dienst van Satan. Alles wat van u uitgaat werkt op anderen. Uw woord, uw ...
Honig uit den rotssteen - pagina 185
171 op iiw dienstboden, uw gasten, uw bezoekers, uw hulppersoneel, kortom, op heel den levenskring van uw goddelijk beroep. Niet om in uw huis altijd door juist te prediken. Zij uw prediking meest een stil eeren van het Woord en een laten spreken van dat reine, heerlijke Woord voor zich zelf. Nee ...
Honig uit den rotssteen - pagina 186
m Deschitteringeerstekomt van omlaag, en wordt ontstokenuiten aangeblazen door de inbeeldingen eere, en afgebeeld in het fonkelen van metaal of keurgesteent. Een schittering bij gekunsteld licht, met een glans die straks verdooft en uitgaat. Het flikkeren van ee ...
Honig uit den rotssteen - pagina 187
173 het midden der gemeente zijn gesteld, hebben dan ook steeds den indruk gem;iakt van een hooger iets uit hun oog uit te stralen en een heiliger uitdrukking te hebben in hun gelaat. Als engelen waren ze, als die boden des hemels, die nooit op aarde verschenen, dan omschenen met die hoogere heer ...
Honig uit den rotssteen - pagina 188
174 uitdrukking(IeDatstralen.vaneenhemelschelicht is niet schel,heerlijkheidmaar zacht;ookuwflikkert niet,ommaar doetgelatitweldadig aan. Die tonge vuurs op een iegelijk van ons, het zou de he ...
Honig uit den rotssteen - pagina 189
175Maar ennietdatisde menschenkennis, waar GodsWoord opdoelt,die als instrument voor de kennisse der zaligheid ons wordt aan-geprezen.Neen,diedoorGod ons gegeven menschenkennis en die geen God en uit Gods W ...
Honig uit den rotssteen - pagina 190
176Enzie, nu zijn er tweeërlei De ééne soort hoorde datsoort van menschen.alles ook wel, kan er wel niets tegen maar wil er niet aan, en stelt nu een systeem op, om de ingang te doen vinden, dat de mensch volstrekt niet zoo, maarinbrengen, leerheel anders ...