GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Het studeeren der Ouderlingen.

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

Het studeeren der Ouderlingen.

11 minuten leestijd

II.

Het gevaar van ouderlingenoverheersching alzoo in onze kerken vrijwel denkbeeldig. is

Heel o-ns kerkelijk leven is tegen alle hiërarchie gekant.

En het Gereformeerde - besef w-earkt in onze kerken gelulckig wel zóó sterk, dat zulk een hiërarchie eenvoudig geen kans heeft.

In de practij'k moge soms het eene anibl eenig over'wicht hebben boven het andere.

Maar dat is dan plaatselijk. •'

Zulk een euvel kan alleen voorkomen, wanneer het andere ambt vertegenwoordigd is door min of meer zwakke personen.

Ook treedt het kerkverband, als ergens exöeissen ontstaan, vanzelf op met de opwekking tot het leven naar, de kerkenorde, als het noodige correctief.

Evenmin ma.g beweerd, dat de oerconservatieve elementen juist-de ouderlingenplaatsen hebben bezet.

Wij wezen daarop reeds.

Vóór we de no-odzakelijkheid van bij-zondere studie, welke van de ouderlingen gevraagd mag worden, nader onder de oogen zien, dient eerst uitgesproken, wat groote zegen 'hel voor onze Gereformeerde kerken geweest is, dat daarin he-t ouderlingenambt tot ontwikkeling is gekomen .'als in geen andere kerk.

Onder de bestiering van Christus als de Heere der gemeente, : heeft hel o-ns niet ontbroken aair mannen, die het o-uderlingenamht tot heil der kerk hebben vervuld.

In tijden van verachtering ontvingen de trouwe dienaren Gods juist vanuit de kringen der ouderlingen den krachtigsten steun.

En ook bij de reformaties van '34 en '86 waren het de o-uderlingen, die zeker niet höt zwakst tot volhouden aansp-oorden en die zelf uit gehoorzaamheid een niet z-o-o liclhte veranlwo-ordelijkheid op zich namen.

Hoeveel vacante gemeenten dreven, van onze zijde bezien, niet o-p eenige, - of zelfs op één ouderling, die het vertro-uwen ' der gemeente genoot, omdat hij in heel zijn levensopenbaring vertrouwen inboezemde ?

Hoeveel predikanten denken niet mial genoegen terug aan hun eerste gemeente, waar zij ouderlingen vo-nden, die hen op de meest ki-esche wijze in hun onervarenheid bijstonden?

Zij hadden b.v. moeite o-m een tekst te vinden. De ouderling, die meer jeugdige predikanten ha; d meegemaakt, kreeg er een stil vermoeden van. Hij ging eens naar de pastorie, waohtte er ziöh wel voor de onbescheidenheid om te vragen, of dominee missehien verlegen zat om een tefes-t, maar hij bego-n te praten over waarheden, waarover wel eens m'eer gedacht mo-cht worden in onze dagen, over nooden der gemeente, die hij zelf in het gebed nog te weinig zijn God bekendmaakte, o-ver den troo& l, dien hij van de een of andere Schriftuitspraak had o-ndervonden. Met een warmen handdruk sch-eidde hij en bad, dat de jo-nge dominee nu een'--tekst mocht hebben. En de predikant had er één. Dat is maar iets. Maar zij, die niets dan schoolwetens-chap hadden opgedaan en enkele praötische oefeningen hadden •gehouden, p-utten slag op slag uit de rijke. ervaring van den ouderling.

Het is o-nder ons geen gewoonte, necrologieën van - o-uderlingen te schrijven. Maar hoeveel portreti.en zouden er kunnen worden geteeke-nd van o-irderlingen, die zich kenmlerkten door oprechtheid dés gclo-ofs, zeldzame trouw aan de belijdenis, open oog voor de behoeften der ge-ra'eente, verstandelijke taktiek.in de gemteenl-elij'ke leiding, geschiktheid em met lastige naturen o-m te gaan, bescham-ende toewijding voor alles, - wat met den dienst des Heeren in verband .stond? ÖSISSé

Van hen ging, hoe kon het anders, groote iiïvloed uit.

En waar de predikanten wisselden, maar zij bleven, werden zij niet zelden de vertrouwensmannen der gemeente.

Toch'schoven zij'zichzelf imfoer voor den predikant op den achtergrond.

De nagedachtenis van die mooie, nobele, vrome figuren in ons kerkelijk leven, blijve onder ons in zegening.

De kerk, die er nog in het bezit van is, houde hen in waarde.

Want al is er ook onder ouderlingen verscheidenheid van gaven, al zijn het niet _ allen eiken en beuken, maar al gaan velen achter enkele meer •opvallenden schuil, ook nu i^s het geschetste •ouderlingentype niet uitgesto-rven.

Ook nu tellen onze kerken tal van mlannen, die voor het ouderlingenambt als het ware geboren, die er klaarblijkelijk voor gepraedestineerd zijn.

Waarin het geheim hunner kracht ligt?

Niet in hun groote belezenheid. Want er zijn er onder, wier boekenrek]e - öen b-esöheiden omvang heeft en die to-ch uitmunten, terwijl anderen zich een kleine bibliotheek aanschaften, m-aar h-at oor van kerkeraad of gemeente niet hebben.

Niet in hun gem'akkelijke wij'ze van spreken. De meest bespraa-kten zijn volstrekt niet altijd de meest gezienen.

Neen, het geheim van de kraciht der ouderlingen ligt in hun - geloovige levenswijsheid.

Velen hunner hebben jaar in jaar uit m: et vrome scherpzinnigheid de bediening des Woo-rids gevolgd en zoo een geestelijk kapitaal gevo-r'md. Zij' hebben zich aan de voeten der' levenservaring gez-et en die oefenschool niet tevergeefs doorloopen. Zij hebben m'et het deven zelf co-ntaot gehouden en zijn daardoor bewaard gebleven voor een nooit te verwerkelijken idealismfe .Zij! zijn reialiteitsmcnschen ^Sjj^: het dikwijls'tëfr^S^^ maar realireitsmenscheh nie! in den bahalen' zin, do-ch zulken, die rekenen zo-o-wel m'et de lagere, stoffelijke, als met de hoogere, geestelijke realiteit en van harte gelooven, dat de - ho-ogere 'over de lagere zal triumfeeren.

Als we dan o-ok aandringen op.het studeeren der ouderlingen, dan stellen we daarbij één beding, dat .die .studie de volle ruimte late voor de levenswijsheid.

Als die levenswijsheid teloor ging, baatte ons de hoogst intellcciiueele ontwikkeling - en de - ernstigste mys-lieke aefenin; g der ouderlingen ni-els.

Zonder liefde tot hel leven der gemeente Gods kan geen studie den ouderling rijper m'aken voor zijn ambt.

Slechts zou op hem van lo-epass-ing zijn: de kennis maakt opgeblazen, - maar de liefde sticht.

Naschrift. Zetter en oorrector van ons blad zijn lilijkbaar niet geschikt voor o-uderliag van het consei'val tievc stempel. Aii-d«rs .zo'uden zij in ons vorig artilrel .zeker niet „den cl-oux" hebben getoond, maar voor de oogen onzer lezers hebben o-p-geroepen den WelEerwaarcieR D'u Cloux.

- Het derde geslacht.

Terecht hield wijlen Dr A. Kuyper het ons voor, dat voor de do-orzetting der CalvinisLisohe herleving alles aankomt op het derde geslacht.

Daarom ver-heugt het des - te meer, wanneer men ziet welk een zorg onder ons aan de rijpere jeugd wordt besteed.

Wij bezitten wijd vertakte jeugdorganisaties.

Niet alleen behooren die zidh nog steeds uit te breiden, maar het is meer dan wenschelijk, dat deze organisaties een centraal punt hebben, waar zij elkander o-ntmoeten, mei elkander overleg plegen en de noodige voorlichting ontvangen .

De vorige week Woensdag w-erdte Utrecht een vergadering daartoe belegd.

Prof. Dr G. Ch. Aaiders, die zich reeds zoo verdienstelijk maakte jegens c-nze knap-envergaderingen, had de leiding. Ook anderen, die in het jeugdwerk hun sporen verdiend heb'ben, spanden er zich voor.

Dit boezemt vertrouwen in, dat deze beweging slagen zal.

Niets is . zoo moeiüj'k onder ons HoUandsche volk als centraliseeren. Ieder gaat zoo graag zijn eigen gangetje.

Maar de zaak is in bekwame handen. Vare dan dit scheepke uit o-p hoop van zegen.

- Het propagandaboekske voor de VrUe Universiteit.

H. H. Directeuren van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs oip Gereformeerden Grondslag gaven een uitnemend pi^o-pa.gandabo-ekske uit, dat hun, die zich thans geven aan de nieuwe actie vo-or de Vrije Universiteit zeer te pas kom't.

Daarin worden alle gewenschte inlichtingen verstrekt.

Allereerst wordt de aandacht gevraagd voor het zorgwekkende tekort.

De buiten-gewone omstandigheden der laatste jare-n hebben ook de financieete basis waarop de Vrije Univei'siteit rust, aan het wankelen gebracht. Zelfs indien de Vereeniging die haar bezit, over gro-Dte kapitalen beschikte om haar in stand te ho'uden, dan no'g zou do-or de verminderde waarde van het geld haar .geldelijke toestand thans atlidht niet van iTorgen vrij .zijn - geweest; veel meer moet dit het geva! w«/: en, waar, gelijk bekend is, de Vereeniging voor H.O. op GeTeformeerden Grondslag .z; alke belangrijke fondsen niet-beizit: zij leeft bijna - geheel van de vrijwillige jaarlijksche bijdragen dergenen die haar ait sympathie voor haar o-o-gmerken en liefde vo-or hare beginselen ste-anen.

Dankbaar - moet worden erkend, dat deze bijdragen, in. de laalste jaren op verrassende wijze zijn gestegen; Maar d-at deze stijging bij lange na geen gelijken tre-l heeft [ge-bo'uden met de vermeerderin.g der uitgaven, behoeft te minder bevreemding te veiTvekken, wanneer - men bedenkt, dat in d-enzelfden tijd het aantal hoo'gleeraren niet o-nbelan-grijk werd vergroot, en, ook in verband daarmede, de Medische Facnlteit. steeds grooter offers vergde. Dit alles heeft ten gevolge gehad, dat de rekening van 1920 een tekort aanwijst van omstreeks f60.000.

Gelukkig is dit niet een jaarlijksoh teko-rt. Het is het itekorl, wat op h-et oogenblik de Vrije Universiteit heeft.

Dat mo-et natuurlijk eerst gedekt.

Maar dan kan de actie niet als geëindigd beschouwd.

Integendeel. D-an moet gezorgd, dat er geen nieuwe tekorten ontstaan.

0m de Universiteit", zo-o schrijven H. H. Directeuren:

Om de Universiteit op den voet van thans in stand te kunnen honden, wordt dus in elk geval eeno vermeerdering der Jaarlijksche inkomsten vereischt met ten minste f30.000.

Doch er zijn nog andere zorgen.

Het Pensioenfonds der hoogleeraren dient v-ersterkt.

De Universiteit roept al jaren om' een nieuw gebouw.

En dan ko-mt de uitbouw van onze Hoogesehool.

Wij 'lüogen niet in den status quo blijven. Nooit miogen we vergeten, dat we slecibts eien onvolledige universiteit bezi'tlen. Daarin kan natuurlijk niet worden berust. - .'pï«a^-

Eindelijk het" aantal hoogleeratten. " Het spreekt vanzelf, dal voor uitbi'eiding hiervan allereerst noodzakelijk is, dat de Heete de mannen geeft die daa, rvooi-geschikt zijn; maar aan den anderen kant zullen zulke mannen niet benoemd kunnen worden, wanneer, niet de middelen aanwezig zijn, om in hunne bezoldiging te voorzien.

In de rheologische Faculteit is uitbreiding niet strikt noodzakelijk te achten; er moet natuurlijk gerekend worden op de voioirziening in de vacature voor Dogmaliek die doio-r het overlijlden van den hoogleeraar Bavinck is ontstaan, maar dit brengt, vergeleken bij 1921, geen mseïdere uitgiaveu mede:

Voor eene normale bezetting van de Juridische Faculteit zijn tenminste 6 hoogleorairen nooidig. Afgezien van de voorziening, die ontstond doioj." het aftreden van Prof. Fabius, zal dus de benoeming van tenminste nog 1 hoogleeraaJr in deze Faculteit mogelijk moeten zijn.

Meerdere versterking eischt do Litteïarische Faculteit. Behalve op voorziening in de vacatare-D'r J. Woltjer voor het Latijh, moet hier minstens gerekend worden op'een leerstoel in de Germanistiek, een in de Romanistiek, en twee lectoren voor Engelsch en Duitsch (zulks met het oog op de studie in de moderne talen), teiwijl ook (mede mi3t het oog-öpi de oude letteren) de mogelijkheid van instelling van een katheder voor Kuastgeschie^ denis (en Archaeologie) zal moeten worten over' wogen: 'daarbij komt dan nog een afzondeivlijk professoraat in de systematische philosophie en de paedagogiok, dat op-den duur niet zal kunnen ontbreken; en eindelijk zou het, om van andere valdïen nu te zwijgen, met het oog op' de opleiding van theologen vooir de Zending, van het hoogste belang zijn, indien men ook een hoogleeraar kon verkrijgen voor de Javaansche taal-en letterkunde. In totaal moet rnen voioir deze Faculteit dus rekenen op 'tenminste '6 a 6 . nieuWs hoogleeïaaen en 2 lectoren.

Voorts spirteekl het vanzelf (om dit iiier tevens to vermelden), dat voor een goeden' gang van net onderwijs in de Litteirarische Faculteit (gelijk trouwens ook in de Juridische) behoorlijke Seminarium-bibliotheken noodig zullen zijn, gelijk die thans overal ingericht worden; door-do opirichting van bet Institutum Elamicum is daarmede aithans een begin gemaakt, terwijll ook voo^r de Oude Letteren het mateïiaal daarvoor niet geheel ontbreekt, maar dit alles is natuurlijk bij' lange na zelfs voor de meest bescheiden éischen niet voldoende. Bovendien behoeft ook de UniveJ'siterts bibliotheekiileèe belangi-ijke uitbreiding. Jmst0-''

De meeste moeilffkheden baatt — om van' de Wis-en Natuurkunde, waaïvoor nog , alles moet gedaan worden, nu maar te zwij'gen — do ÜMcdische Faculteit. Wettelijk is het • voorloopig voldoende, als vóór 1931 nog 1 hooglee'raar daarin beno-emd "wordt; maar piractisch doet men daarmede weinig 'of niets, en is een veel grootere uitbreiding noodzal^elijk. Men ka, n daaïbij óf zich bepicrken tot de voor het beginsel het meest belang-rijlto vakken, en dus van de piractiscbe opleiding van geneesheeren afzien, óf wel deze laatste op den voorgrond stellen, Waarbij dan echter de principieel gewichtige, maar voor de piraktijfe minder beteekenende vakken allicht minder tot hun Fecht zullen komen. Bovendien zal het laatste zonder belang'rij'ke subsidie waarschijnlijk onuitvoerbaar bhjfcen, aangezien men daarvoor alleen op den duur izeker tenminste f400.000 's jaaJB noodig hebben zal. Het eerste ware gemakkelijker te. bewierkstelligen; een aanvulling met 3 hoogleeïaren en de vooirziening iin een Laboratorium zou daarvoor als minimnan vereischt worden.

Eerst wordt natuurlijk er op' aangestuurd, om het bestaande tekort aan te zuiveren en e& n jaarlijksche verhooging der oontributien ie._ verkrijige.n van f35.000. , '^i|l'

Reeds bracht de tlians gevoierde aatie'eien verho'Oging van f 10.000.

Het is aangenaaöij te zien, hoe de verscihillende nuancies in ons Gereformeerd kerkelijk leven hier samenwerken.

Moge over niet te langen lijid hel verblijdend bericht ons bereiken: de noodzakelijke vermeerdering der contributiën is er en het tekort behloort tot hel verleden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

Het studeeren der Ouderlingen.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren