GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

UIT DE SCHRIFT

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE SCHRIFT

4 minuten leestijd

•-' / Simon Petrus dan, hoorende, dat het de Heere was, wierp zichzelven in de zee. Joh. 21: 7.

Heilige Liefde.

Dat was een heerlijke sprong van Simon Petrus. Johannes moge, door zijn heilige kennis, het eerst den Meester in de verte kunnen ontdekken, maar Petrus is het eerst BIJ Jezus.

Het was te verwachten.

Reeds om zijn natuurlijken aanleg. Hij moge

niet dien peinzenden geest hebben gehad als Johannes, doch wat Simon bar Jona bovenal bezat, dat was het gloeiende hart en de levendige verbeelding. Hij is man van de spontane daad. Zijn ziel is vol vum-; spoedig besliditende, en aanstonds bereid hetgeen besloten is ook uit te voeren. Dralen en weifelend overleggen is Petrus va-'eemdl Hij bedenkt niet angstvallig de gevolgen; neen, zijn woord is zoo snel als zijn gedachte, en zijn daad zoo snel als zijn woord. De Evangelieverhalen laten hem ons herhaaldehjk aldus kennen.

En deze man nu had zich aan Jezus gegeven zooals hij was, — met zijn geheele hart. „Wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd", — dat was naar waarheid gezegd. Met al de onstuimig'heid zijner vurige liefde hing hij dan ook den Meester aan. Hij wil zijn leven voor Hem zetten.

En wèl heeft hij den Heiland verloochend; maar hij heeft óók bitterlijk geweend, en vergeving ontvangen. „De Heere is waarlijk opgestaan, " zoo gaat onder de discipelen het bericht, — „en is van Simon gezien". Er heeft dus een ontmoeting plaats gehad tusschen Jezus en Petrus. Niemand der anderen is daarbij geweest. Het was ook een zaak tusschen die twee alleen. Toen zal Pelru's aan Jezus' voeten zijn neergezonken, en hij heeft iweer geschreid die bittere tranen van berouw. Veel zal er niet gesproken zijn, maar de Meester heeft Simon opgericht, en gezegd: — Mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven.

En nu komt deze gebeurtenis op de zee van Tiberias,

„Het is de Heere!" — zoo heeft Johannes tot Petrus gezegd; juist tot Petrus. En nauwelijks heeft deze dit vernomen en geloofd, of daar steigert weer de onstuimige geest in hem op. Een hartstochtelijk verlangen om bij Jezus te zijn vervult zijn hart. Hij redeneert niet, hij vraagt niet naar de gevolgen, hij vergeet de zoo juist gevangen visschen, nauwelijks gunt hij zich den tijd om zich behoorlijk te kleeden, — daar is hij al overboord, en zwemt en waadt naar Jezus, En als de anderen nog met schip en vangst bezig zijn, iheeft Petrus reeds de voeten van zijn Heiland omvangen.

Zullen we het in Petrus afkeuren, dat hij niet wachten kon, om langs den ordelijken weg, tegelijk met de andere discipelen, tot Jezus te komen? en dal hij niet eerst medehielp om den arbeid te voltooien?

Ach ja, er is hier wel weer iets van de Petrusvoorbarigheid.

Haar er is toch iets veel méér en veel hóógers; dat bewondering wekt, en beschaming. Wat is hier een heerlijk-spontane geestdrift in de heilige .liefde! een juichend-overwinnende lust der ziel om bij Jezus te zijn!

Zou het ons geen beschamend voorbeeld mogen zijn?

Wat ons kerkelijk en geestelijk leven beheeirscht, dat is zoo vaak de praktische berekening, het verstandig overleg, de voorzichtige becijfering of het wel uitkomt, het wikken en wegen der belangen, — maar zoo wemig het zich storten in de zee om bij Jezus te zijn.

We weten zooveel, en we weten het zoO' goed, en we gelooven zoo sterk in de juisUieid van onze kennis, — maar het leven der heilige liefde breekt niet onweerstaanbaar lüt in schoone bloemen en heerlijk groen.

En wal zou de oorzaak zijn?

Dézev dat we niet zoo hartstoditelijk van karakter zijn als Petrus?

Neen, maar dal we zoo weinig de bittere tranen keimen van Petrus. De heilige liefde voor Jezus Christus kan alleen opgaan uit ©en verbrijzeld hart, dat zijn Zaligmaker gevonden heeft. Zoo we meer diep-gevoeld schuldbesef hadden, meer smarlelijke overtuiging van het „ik heb tegen U, o Heer, zwaar en menigmaal misdreven", zoO' we, als Petrus, ons berouw uitschreiden aan de voeten van Jezus, en, als gansch-verlorenen, Hém alleen overhielden, — we zouden straks ook hooger jubelen in liefde voor Hem die ons eerst hefgehad hoeft, en geen rijker genieting kennen dan Jezus in de armen liggen. „Wien heb ik nevens U in den hemel, nevens U lust mij ook niets op de aarde."

En nu kan wel alleen de Geest van Christus ons daartoe brengen.

Doch, opdat we geroepen en verlevendigd zouden worden om in volhardende smeeking tot dien Geest ons te wenden, is ons deze heilige daad van Simon Petrus getoond, die, door ©en impuls van ontembaren liefdesdrang gedreven, zelfs de zee niet kan dulden tusschen hem en Jezus, en door alle moeilijkheden heengaat om te zijn bij zijn Heere en zijn God.

Ontwaak, Noordewind! en kom, gij Zuidewind! doorwaai mijn hof, dal zijn specerijen uitvloeien!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT DE SCHRIFT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1937

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken