GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

In de school der wijsbegeerte.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In de school der wijsbegeerte.

7 minuten leestijd

XVI.

Het eerste contact.

Als twee kampvaardige, pezige leeuwen stonden ze tegenover elkander: Hellenisme en Christendom, het wijsgeerig verstand en 'Jiet christelijk' geloof.

De eerste botsing, op den Areoplag'us, scïi'een voor Paulus geen „suoces"'te zijn, warit de apostel werd weggehoond door de spotters. M^aar de spot is een gevaarlijk wapen. Sp'öt is het Wapen der machteloozen. En eigenlijk ook het geweld, waarm'ee de vervolger later tegen het dhristendom' tekeer ging. Met de , , wapenen der barbaren" h, eeft men nog nooit één geestesrichting vernietigd. De gewone ironische loop der geschiedenis is, dat de verslinder zelf wordt verslonden.

Maar vergeten we niet, dat jhet christendom terdege actief was. Het gedroeg zich niet als een lam, dat stem'meloos is voor het aangezicht van zijn scheerders. Tenminste niet op geestelijk terrein. Hier leverde het slag. De eerste eeuwen van het christendom hebben zich als een schitterend drama afgespeeld op' een permanenten Areopagus.

Laat ons goed indenken wat dit beteekent.

Indien de apostelen van Jezus , alleen geërfd hadden de taak, om het evangelie des koninkrijks te prediken aan de vissqhers en hoeren van het platteland, zouden ze geen theologisch-wijsgeerig stelsel noodig gehad hebben.

Maar 'men ziet het aan T^aulus' brieven en aan het evangelie van Johannes, dat de apostelen van bet begin af er op bedacht geweest zijn „wijsheid" te spreken onder „volmiaakten".

Deze wijsheid was in beginsel en schema reeds: christelijke-wijsbegeerte.

Eenerzijds stond deze wijsbegeerte in felle antithese tegenover de „wijsheid der menschen".

De Grieksohe filosofie is gebaseerd op de vondsten der rede. Zij is k'ritiscih en individualistisch. Eigenlijk ook pessimistisch, want in zijn instinctief wanhopen aan de ontdekking van de waarheid, neemt de Grieksche wijsgeer genoegen met |het streven naar wijsheid ien het liefhebben van wijsheid.

Het evangelie is gebaseerd op het geloof, en bevat de wijsheid Gods, „eene wijsheid, niet dezer wereld, nodh der oversten dezer wereld, die teniet worden", maar eene wij'sheid, ^, bestaande in .verborgenheid (mysterie), die bedekt was, welke niemand van de oversten dezer wereld gek'end heeft". God 'heeft ze ons „geo^penbaard door Zijnen Geest" (1 Oor. 2).

Dit boven-verstandelijk karakter van de evangelische wijsheid vindt men echter alleen in (jg stof, de substantie, niet in den vorm en de in, kleeding.

Formeel vsras het - evangelie een leer, die zich aanbood aan het denkend verstand. Het was redelijke (letterlijk: logische, in tegenstelling van nie-0 h a n i s c h e) godsdienst.

Men kan daarom veilig zeggen, dat het Niéuwe-Testament voor den Hellenistischen intellektueel die eenmaal door het geloof de dwaasheid van het kruis had aanvaard, een wélsaamgevoe-gde wereldbeschouwing inhield, die gierust kon wedijveren met de sublieme stelsels van de allergrootste Grie'l^sche denkers'.

De problemen, waarmee de Griek' een serie eeuwen lang had geworsteld, namelijk Van de verhouding tusschen stof en geest, mensch en natuur God len wereld, — hebben in de „leer der apostelen" een principiëele oploissing gevonden.

Het „onoverwinnelijk" dualismte is overwonnen, eerstens door het feit, dat het Woord vleesch werd, en tweedons doordat God in Christus alle "dingen verzoent tot Zichzelven, hetzij de dingen, die op de iaarde, hetzij de dingen, die in de hemelen zijn (Col. 1:20).

Hier kon de discipel van Plato hoogere wijsheid leeren.

En evenzoo was het ontroerend raadsel der tegenstrijdigheden in de wereldgeschiedenis opgelost.

„Want wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede" fllom.

Toch was dit alles slechts wijsbegeerte in kiem.

Het waren verspreide materialen, die nog moesten worden opgebonwd tot een systeem'.

Tot dien opbouw Jieeft de ongeloovige filosOf f ie de kerk door de antithese gedwoiUgen.

Het christendom' begon met den Griek alles af te nemen, wat hij als zijn verstandelijke heerlij'liheid liefhad.

Er werd 'hem geen ruimte tot versmelting of synthese gelaten.

Hij moest zijn intellektueele leven eerst ver'liezen, vóór hij het kon •behouden.

Want-het christendom is niet de betrekkelijk hoogste, maar de absolute wijsheid.

Juist door iaan het beginsel der absoluulheid vast te 'houden, heeft het christendom tenslotte ook de absolute zege behaald.

En deze zegepraal bestond odk hierin, dat aan de kerk „de buit van het overwonnen land" in handen viel.

De Grieksche filosofie, die zich op leven en dood tegen de christelijke kerk verweerde, heefl haar wapenen moeten inleveren en is de dienstmaagd (ancilla) van het christendom' geworden.

Natuurlijk' gebeurde dit niet zonder slag of stoot.

Er zijn tijden geweest, dat Jhet scheen, of de kerk eenige veeren zou laten in de plukhanden van hare bestrijders.

Twee sterke concurrenten dongen met haar naai de gunst van de Hellenistische' ziel.

Het Stoïcisme oefende een wegsl-eepende bekoring uit op zedelijk gebied.

De Stoïcijn, Cicero^, schreef een boek „Over de plichten", dat voor vele christenen een medel van christelijke mieraal scheen te zijn, zoodat de kerkvader - Ambrosius, bisschop van Milaan, dit weA uitgaf in een christelijk gewaad en het als een soort levens-hjandboek in de 'keA invoerde.

Een tijdlang werd de imbnuikj, die op Stoïsdie mianier zidh in het dooden van wereldlusten tra, inde, een filosoof genoemd.

En op wijsgeerig-religieus gebied - was de iai^o santé mededinger van het christendom het Neoplatonisme, door Hoekstra genoemd „de laatste geweldige struiptrekking van het stervewl heidendom, de laatste poging aan de wassende miacht van het christendom! het hoofd te bieden"

Het mystiek pantheïsme van Plotinus was voor de kritieknmoede Hellenisten inderdaad om' van te watertanden.

Maar de kerkvaders hielden k'eep.

Origines taocji't de stoutheid begaan het Nieuw-Platonisme saJmen te smelten m'et het christelijk evangelie, zoodat - de Neo-Platonist Porfyrius, zijne werken lezende, zich m'et hem éénsdeid^end verklaarde, uitgezonderd „de vreemde fabelen", - ' de heele reöks van theologen, die men de No-ord-Afrikaanscjie sohool noemt, verzette zich tegen de poging tot het vormen van - een bemiddelingstteologie.

Van Tertullianus is de spreuk: „, Wat heeft Athene en Jeruzalem, de academie en de kerk, de christen en de ketter gemeen? "

Ja zóó scherp stelde hij de theologische denkmethode tegenover de wijsgeerige verzinning, da' hij de logische ongerijmidheid als een wezenlijk bestanddeel van het christelijk geloof proclameerde, zeggende: Credo quia absurdum, ik' geloof omdat het onredelijk is.

Maar toen de kerk, getrouw aan h'aar beginsel) de Hellenistische wereld veroverde, niet door haai te verpletteren, maar door [blaar te, heiligen, kffaJB de zajak' toch! iets landers te staan.

Noch in de verdediging, noch in den opbouw van de waarjieid bleek de kerk 'hét hulpmiddel der Grieksclie filosofie te willen missen.

Achtereenvolgens werd !het christendom voor drie problemen geplaatst, w, aarin ook' de logica (in den ruimsten zin vsn ; h'et woord) oen rol speelde.

Het eerste was jhet theologische probleem, de vraag van de Driepersoonlijtóeid Gods.

Het tweede was ihet christologische probleem, de vraag naar de verhouding van de twee naturen van Christus.

En het derde was, 'ihet anthropologische (op den nieusch betrekking hebbiende) probleem, namelijk de vraag van de wilsvrijheid van den mensch in verband. met bet feit van de erfzonde.

]Niu zijn al de ketters, die in dezen reuzenstrijd de kerk tot bezinning en verantwoording dwongen, in hun redeneermethode eigenlijk rationalisten geweest:

Arius, die de Godheid van Christus loochende, Nestorius en Eutyches, die de traditioneele opvatting van de verhouding der twee naturen in Christus bestreden, en vooral Pelagius, die de waarheid der erfzonde ontkende, — zij allen kwamen, zelfs wanneer zij de Schrift aanÈaalden om hun zienswijze te steunen, met argumenten, die aan de wijsbegeerte waren ontleend. Zij stelden de rede tegenover het onredelijke, en dwongen dus de kerk de redelij'kheid des geloofs te stellen tegenover de schijnredelijklheid, die ontsproot uit het ongeloof.

Dit geschiedde door de daad van Jiet b e 1 ij d e n.

Maar belijden is vrucht van bezinnen. Het belijden is niet-inogelijk zonder-, afleiding, begripsvorming, oordeel, conclusie. Het eischt vergelijkend, discursief, denken, systemiatiseering, in één woord theologie, en théologie is toch eigenlijk' christelijke wijsbegeerte, althlans opbouw van het 'geloovig weten toet behulp van de wijsbegeerte.

Hoewel sober gesteld, verraden de belijdenissen van Nicea en Aihianasius den redeneergeest, waarvan de kerk zich bediende om de geloofswaarheden, tegenover de genoemide ketters, ook redelijk' fiannemelijfc' te mlaken.

Niet alleen gaf de klerk nieuwe begripsbeschrijving door woorden als DriQheid, Personen, substantie, vermenging', — maar ook stelde zij een heele serie waarheden in het 'gelid, zij smeedde een aantal dogto, a's tot één keten samen, op een manier, die duidelijk aan de methodes der Grieksche scliolen herinnert.

Men kan zelfs, zender onbescheiden te zijn, zeggen, dat in deze belijdenisjes hét verstandelijk' formuleeren de spontaan-naïve geloofsuiting eenigszins belemmert, zoodat het gemoed bij ihét lezen zich niet bevredigd gevoelt.

Daarut is bét dan ook' te verklaren, dat deze j.geloiofssoimtoen" in de kéA nooit populair zijn geworden.

Het volk wil wel Theologie, miaar de theologie taafl niet rieken naar de wijsgeerige keuken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1923

De Reformatie | 8 Pagina's

In de school der wijsbegeerte.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1923

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken