GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Ds H. DIJKSTRA.†

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds H. DIJKSTRA.†

12 minuten leestijd

Ds Dijkstra is dood!

Hij zal geen brieven meer sohrijVen aan zijn vriend te Antiochië, maar roeml nu met hen, die het eerst „cih"isLanen" genaamd werden, den Zaligmaker der wereld in het hiemelscii Jerusalem.

Ds Dijkstra dooid!

Wij kuanen het ternauwernood gelooven. Hij was zoo vereend mtet onze aendingiSaotie, dait wij-ons die niet denken kunnen zo^nder zijn bekwame leiding. Wij gevoelen ons in ons zendingswerk als verweesd.

Ds Dijkstra was een self made man. Hij' had geen zendingsschool bezocht, h^d geen zendingspïo'fessot tot leermeesiLeir gehadj was niet op' oen ol ander zendingscollege in Engeland ©en vlijtig discipel geweest, maar hij had alles wat hij van de zending wist (en dat was ontzaglijk veel!) door eigen studie verworven. Ik herinner mij dan ook zeer goed, hoe wijlen mijn vader, die een korten tijd zendingsonderwijs gai aan de Theol. School, Ds Dijkstra ro'emde als een voorbeeld, hoi iemand, met middelmatige gaven, toch ee.a vooraan»; annde positie veroveren kan. Hij had zich met alle krach!, van God hem gegeven, op het ééne punt: de zan-.ding, geworpen, en zich, zonder op' allerlei anrfer terrein te grasduinen en t© beunhazen, 't werk der zending historisch en theoretisch eigen gemaakt.

Zonder tegenspraak gold Ds Dijkstra in onze kerken als een man van gezag. En niet alleen in onze kerken! Ook do genootschaps'-Jönding gaf hsm' de eere, die hem tO'3kwam, door ham o.a. in ver-' schillende commissies van advies te benoemen, en toen voor de eerste maal op de Zendingsstudie-Conterentie de zending der Geref. Kerken in ec? n cursus behandeld zou worden, was hij van dien' cursus de leider.

Ds Dijkstra was een vriendelijk, een hartelijk man, en dat laatste idan ook in dien zin, dat hij' een hart had, groot en ruim. Hij' had een hart voor de zijnen, natuurlijk, voor zijn vrienden en velen meer; maar vooral was zijn hart vol van liefde voor den Naam en de zaak ön het rijk va.n zijn God. Hij had veel, zelfs alles over voor de zaak des Heeren. Hij heeft offers voor de zending gebracht als niemand anders; honderden he.^ft hij jaarlijks moeten bijpassen om b.v. De Macedoniër staande te houden; de Zendingskalender was elk jaar weer op-nieuw zijn werk, evenals - de redactie van het Zendingsblad hoiofdzakelijk voor zij'n rekening kwam'. En dat alles en nog veel meer, deed hij uit liefde, zoinder er geld mee te verdienen; zonals wij reeds zeiden: het hee-ft hem veeleer geld gekost.

Wat leefde hij in ide zending! Als gij' hè'm ontmoette!, kwam vanzelf het gesprek erop; hoewel hij meer wist dan eenig ander met wien hij' in aanraking kwam, liet hij' er zich nooit op voorstaan; hij was de eenvoud zelf.

Lange jaren achtereen was hij voorzitter van de generale zendingsdeputaten, en vormde met Ds Breukelaar en Dr Hania, respectievelijk penningmeester en seciretaris, de leiding van de zendingsactie in onze kerken. De Macedoniër was zijn tioietelki'ud, en m'st name in de rubriek „Uit mijn camera" gaf hij zijn puntige en praotisohe opmerkingen, bijna altijd raak, actueel, frisch en smakelijk. Wie het Zendingsblad las, 'greep allereesrt naar Ds D'ijkstra's brief aan „Een vriend te Antio'Cihië", evenals vroeger de le^zers van De' Bazuin naar Ds Gispen's brief „Aan een viiend tei Jerusalem". Verschillende werken van zijn hand zagen het licht, o.a. De zending in onze Oost, twee dealen, sinds lang uitverkoicht. Ook schreef hij eenige zendings verhal en.

Ook „De Reformatie" brengt hulde aan de nagedachtenis van dezen grooten doode, die steeds krachtig ijverde voor refor'm: a, tie ook in den arbeid der zending.

In vollen vrede, is hij ontslapen, na getuigd te hebben met Paulus, ide'U a, postel dier heidenen: „Ik heb 'den goeden strijd gestreden^ ik hieb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden."

J. D. WIELENGA.

Evangelisatie en Zending.

Zusterlijk staan de woorden zending en evange-' lisatie sinds het verschijnen van , , De Reformatie" aan het (hoofd .van deze rubriek. Even innig ver. eenen hen tal van andere dagbladen, weiekschriften en periodieken. Op de zendingsfeestsn wordt steeds meer een onderwerp over evangelisatie in 'tprograamna opgenomen. In het gebed vóór de predikatie bidt 'de gemeente Gods zegen af over den arbeid van zending en evangelisatie, In spTek'en en preeken worden zij in éénen adem' genoemd, óf in ééne antip; athie óf apathie (tegenzin of onverschilligheid) d, O'0dgezwegen.

Er steekt in deze samenvoeging veel meor da.ng^%: ; in zoovele andere combinaties. Wij zijn wel ge^" > "'" noodzaakt in onze dagen, waarin geen drukker meer in droeven druk leeft, de begrippen op rijtjes te zettian, ze '[e rubriceeren. In het rijk der letteren waaen ook velen ouder één dak als buren op 'intrap: Letüeren en Kunst — Sport en Hygiene — Het Paütieke en Sociale Leven, enz. Eiï lang nie!t, ^, i^i, , ; tusschen alle buren is het koek en ei. . : : -'^5

De evangelisa, tie wil echter graag haar plekje vlak achter het begrip zending beho'uden. Hst is voor haar een eere met de zending in onlosmakeUjk: ï||g; verband te woiidiên genoemd. Immers de zendings-" '"•*•' naam is geheiligd door bloed en tranen, hij wekt een keur van edelste herinneringen bij ons op», hij heeft ook de kerkelijke sanctie ontvangen. Dat beschermt de evangelisa, tie voor de bilse tongen, die haar in de rubriek „Methodisme", „Leger des Heils" etu'. willen o.iderbren; gen, om nu van andere indeelingen onder het hoofd „NieuwferweLsch Chris-, , , temdom/', „Bokkesprongen der Jongeren" „Verflauwing der Grienzen" enz. maar te zwijgen, die söniJ migen altijd gebruiken als een Toevlucht voor

onbehuisde Begrippen. DaaTO'm spreken wy tnfet rechtmatigen troits van: zending en evangelisatie.

Zending ten Evangelisatie boioren bijeetn. Hoewel onderschieiiden, zijn zij' één. E.r is eigenlijk maar ééne zending: (de zending van Jezus Christus in 'de wereld. Hij is van den Vader in de wereld gezonden als de Zendeling uit Goids heerlijldieid. Daar komt nu niet nog eens een andere zending overheen, , maar Christus zet haar voort door het mediair van Zijn gemeente. „Gelijfcerwij's Mij de Vader in de wereld gezomden heeft, alzoo zend Ik ook ulieden." God vergadei't Zijn kerk uit de wereld. Voilkomön waar. God zendt Zijn kerk in de wereld. Even heiüg waar.

Jezus, de Gezondene des Vaders, is het Middelpunt der zending. De zjendingsarbeid is me wel voorgesteld onder bet beeld v; an lengere en ruimere kringen, om dat middelpunt beschreven. De eerste krin, g • „Innerste Mission". De zending aan het eigen harit. Zoo vertolkt Zondag 48 de bede: „Uw koninkrijk kome" allereerst: „Regeer ons door Uw Woord en Geest". De tweede' krin, g: „Innere Mission". De uitbreiding van het Koninkrijk Gods in onze eigen omgeving. De deride kring: Auszere Mission, de zending onder heidenen ön Moihiimtaedanen. Men zal tegen dezie voorSteUing inbrengen, dat de zening aan de inwendige zending is vooraf-' gegaan. Dit m'ag wat de begrippien beitnePt juisl zijn, feitelijk is het zoo niet. Wat de Heere Jezus deed tijdens Zij'n omwandeling op aarde, was Innea'e Mission-het Jodendom in naam en dóór de besnijdenis alleen, toit heit ecKle Jood-zdjn roepen. Wat later de Hervormi'njg deed onder de Roomschen was Innere Mission: het Clh istendom in naam en door ld en doop alteen, tot hst ware Christendom roepen.

Dat zenj'ing en evangelisatie één zijn. blijkt ook als wij een eeai, gszins anderen geldachtengang volgen, de begrippen en de namien In-en Uitwendige Zendin, g als minder juist besdioiuwen. Denk bijv. aan het woord, waarop Dr Hepp wees, „Herkerstening". Wij krijlgen dan deze verhüuding: Zending = kerstening, herkerstening' .alzoo tweede zending.

De praktijk steil de juistheid van. deze bösohoiuwing in het liciit. D© evangelisaitie komt evenals de zending te staan voor merischen mei een totaal anderen gedachtengang en andere moraliteit. Ook hier moei veelal van den grond af worden begonnen. De akker schijnt even dor als menige zeniingsakker. En de vruchten komen naar den zelfden regel, naar de vaste wet van hel zendingswerk: te zijner tijd zullen wij maaien, zoo wij niet verslappen.

Eindelijk valt lei' nog op een andere eenheid van zending en evangelisatie te wijzten. Die eenheid ligt ia 'de personen, die z; ch aan haar hebben toegewijd. Zendingsvrienden hebben de fe'vangslisatie lief, evangelisatieinienschen loopen w.arm voor het zendingswerk. Calvijn, in wiens kring Farel, Glaubinus, Véron e.a. het werk deden van een ; evangelist, zond ook zendelingen mar de Indianen te Rio de Janairo. Zinzendorf droeg gedoopte en ongedoopte heidenen op zijn hart. Spiltler, de stichter van de opleidingssabool Chrischana Ie Bazel, zeide in een toespraak tol zijn leerlingen: „Als'het ides Heeren geiaadigiei wil is, dat de heidenen christenen .worden, zoo zal het nog in volstrekter zin Zijn wil zijn, dat chiistenen, die Zijn evangelie hebben, niet weder heidenen warden." Heldring vestigde in zijn rondschrijven „Aan de vrienden des Heeren" op beide belanigen de aandacht van den reveilkring. In het Leger des Heils zijn beide één. Menig zendeling, die repatiieeren moest, heeft in ons land het werk van een evange'list gedaan. Menigeen, die daciht naar orverzeesche gewesten te reizen, heeft in den evangplisatieiarbeid een levenstaak gevonden. Ja, onl' nog een staaltje 'te n'oemen, wij-s ik op den evangelisaüearbeid op onzen zendingspost Solo, waarover de Standaard het volgende bericjhtte:

Evangeliseeren.

Te Solo brengt man, naar de „Macedoniër" melJt, wekelijks een portefeuille met Clir. lectuiur rond en als men da, t gemimea tijd heeft volgehouden en de lezers aan Christelijke denkbeelden' eenigszins gew«nd heeft, gaat men ©en bezoek brangen om met ben te spiTeken. Het sciiijnt, dat men op die wijze vooral Europicanen van aanzien, die hun Cbristendom hebben vergeten, zoekt terug te brengen.

Misschien ware deze manier van evangelisatie •ook in de groote steden van ons land te beproeven.

Doel van dit artikel is echler niet maar deze bekende dingen in herinn© ing te brengen Ik wilde op de bieteekems van de zending voor de praciJijk van den evangelisatiearbeiid wijzen. Aanleiding daartoe vond ik in het hoofdsituk: „De heidenzending in dienst van de evangelisatie" door pastor Georg ' Beijer, geschreven in Fiillkrugs , , Handbudh der Volksmdssion". Deze wijst op het nut van zendings-Voürdrachten, liefst een gansche reeks in esn zoogenaamde zendingsweek. Het eigenlijk do? l van'deze •vooidrachten is niet lie.'ide voor de zending aan te kweeken, maar te evangeliséeren. Waarom evangelisatie in zoo eigenaarügen voim? Beijer bere. 'deneert dit aldus:

Of een boom leeft, ziet men in 'heil voorjaar niet aan den 'dikkön stam, , maar men bemerkt hel aan de groene blaadjes aan de uiterste twijgjes. Zoo kan de kerk dood schijnen, maar in de zending oipenibaart zij haar teven, ihaar kracht. De ztending is ide apologie va, n het christendom. Zij getuigt: Jezus leeft.Mannen als Darwin e.a. stonden ervoor.

Men kan de zendingisvoO'rdraciht niet alleen apologetisch, maar ook psychologisch aanwenden. Door te spreiken over de bekeering der heidenen, kan men ongemerkt met de menschen spreken over wat er omgaat in hun eigen ziel. Een omweg is vaak de kortste weg.

Dan heeft men in het spreken over de zwarten, bruinen en gelen — wellicjit met lichtbeelden of Oostersohe voorwerpen — een atHraaiie', een lokmid'del, waaraan niets gezoiclits of onbehoorlijks verbondian is. Zoo kan men bij doelmatige bekendmaking mensehen bereiken, die anidjeirs geen godsdienstige bijeenkomsten plegen te bezoeken.

Beijer geeft dan de. volgende thema's aan voor zulke voordrachten.

1. Zonder God in de wereld. Aan de heidenen zien wij de armoede van een wereld zonder dhristendom.

2. Go.is roepstemmen. Niet de mensohen zoeken God, maar God zoekt de mensohen. Die roepstemmen komen tot ons. door Zijn knechten, Zij'n Woord en Zijn© leidingen.

3. Zielestrijd. De inlandsche hoofden verzetten zich uit vrees voor ihun gezag, de priesters uil angst hun invloed te verliezen, de hiarten der menschen woderstaan 'de waarh'eid.

4. Vrede met God. De heerlijldheid des evangelies blijkt in de omzetting der slechtste menschen. Van Christus blijkt een dubbele werking uit te gaan. Zondaren woiden aangetrokken, zonden worden afgestooten: afgoden moeten weggeworpen, oude gebruiken losgelaten worden.

5. Gewillig tot den dienst Gods. Bekeerden zijn geen heiligen, maar opentaren hieit beginsel van een nieuw leven. Dit blijkt in de personen en de gemeenten. Het Woord Gods wordJt t"OUW gelezen, do kerk geregeld bezocht, anderen worden door hen met het heil in kennis gebracht. Doien wij ook zoo?

6. Vervuld miet Goids kracht. Verdrukking en vervolging worden lijdzaam gedragen. Martelaars bewijzen ide kracht des geloofs door hun dood. De kerk is gehaat, gesmaad en bepraat in de wereld, altijd en o-veral.

7. Vernieuwd door het Woord Gods. De invlosd van het lavangelie op het volkslieven. Pendanl van de 'eerste voordracht.

8. Vlucht tot God! Eersten zullen de laatsten zijn! Laten de heidenen niet in hleil oordeel tegen ons opstaan!

Beijer merkt nog op, da, t.het resultaat van zen-, dingsstudie ook voor geloovigen steeds een g'ee'stelijfce verrijking is. Daarom mag er ook voor den evan, gelisatiearbeid het goieide.van woerden geihoopt. Zijn ervaringen in vele voo^rdrachten-roefesen be'vestigea dit aanvankelijk.

Terwijl ik zijn gedachten aan onze zendings-'mannen en evangelisatievrienden ter bteoiordeeling overleg, m'aak ik nog eenige p|r, aktische opmerkingen.

1e. De gedachte: de „Zending apologie van het christendom" is ook uilgewerkt in een werkje, flat reeds in 1868 bij Kemink en Zoon te Utrecht is uitgegeven. N. Poulain „D'e evangelische zending als getuige vala de Goddelijkheid des dhristendoms" veiiaald door J. Riem-ens. Het kan nog uitnemend dienst doien als p'roeve van uitwerking dezer gedachte. Het zal waarschijnlijk moeilijk meer zijn te verkiijgen.

2e. Gegevens zijn verder te putten uit de 'oilgaven van den Z'endingsstudieraad-en andere zendingslectuur.

3e Eien schat van goede lantaarnplaten — geen beruchte Engelsche voiorstellingen meil groo-te neuzen, houten pïuiken, roode broeken eto., maar wetensohappelijk-juiste — is te huren bij' de Lichtbeelden-vereeniging, Spuistraat 23, Ams'terdam (ingang Handboogstraat).

God stelle onze Gereform^eerde kerken steeds meer tot 'nzending^gemeenle, ijverig in den arbeid van:

Zending en Evangelisatie.

N. B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

Ds H. DIJKSTRA.†

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 1922

De Reformatie | 8 Pagina's