GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

De wetenschap van den Logos - pagina 48

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De wetenschap van den Logos - pagina 48

Rede bij de overdracht van het rectoraat der Vrije Universiteit

2 minuten leestijd

42

formeerden het met hem eens; en wel heb ik het zedelijke element in het beeld Gods, waarop de gereformeerde theologen al den nadruk leggen, hier op den achtergrond geschoven, maar dit was mijn goed recht, daar ik bepaaldelijk de beteekenis van den logos had te onderzoeken.

,

Dat nu deze opvatting van den logos, die het voorwerp is der philologie, niet zonder invloed kan zijn op de toepassing en de methode dezer wetenschap moet, dunkt mij, duidelijk zijn voor I ieder, die over de encyclopaedische vragen heeft nagedacht.

Wel

zegt Boeckh, dat „de wetenschap en de positieve godsdienst op een geheel verschillend veld staan. Zoo min als de wiskunde, de scheikunde of de sterrekunde iets met christelijk bewustzijn te maken hebben, even zoo min ook de philologie. Zij heeft haar wezen in zich; de philoloog kan een Christen zijn en om.gekeerd een Christen een philoloog, maar beide zijn, ieder van die twee voor zich i)." Doch deze geenszins nieuwe redeneering gaat niet op, al ware het alleen maar, omdat één mensch geen twee zielen heeft, geen tweeërlei logos.

Zoowel

het wezen van den godsdienst als der

! wetenschap strijden tegen dit dualisme en de ondervinding wraakt ' het steeds. Doch den

ik betwijfel of Boeckh

juisten

vorm

heeft

ooit

voorgesteld.

zich de quaestie onder Een

zijner

leerlingen

Lutterbeck, een Roomsche, schreef een werkje over de noodzakekelijkheid eener wedergeboorte der philologie 2), dat door Boeckh een schoon werkje genoemd wordt. De diepte van het Christelijk standpunt echter is door Lutterbeek niet gevat.

Het onderscheid

tusschen de algemeene genade en de bijzondere genade, door Calvijn zoo duidelijk in het licht gesteld, is hem onbekend.

Bij

hem is aan de eene zijde de natuur, aan de andere zijde de Openbaring; toch ziet hij eene „hooge analogie tusschen de antieke geestdrift bijv. der tragische dichters en die der profeten Bijbels".

des

„Over 't algemeen, zegt hij, mag het schoone, dat wij

i) Pag. 29. 2) Mainz 1847.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 oktober 1891

Rectorale redes | 70 Pagina's

De wetenschap van den Logos - pagina 48

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 20 oktober 1891

Rectorale redes | 70 Pagina's