GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

11 minuten leestijd

NIET LANGER KIEKEBOE: SOEKARNO AANVAARD.

De lezer weet, dat, aan den vooravond van de komst , van de Commissie Generaal op Java, een gezelschap onder leiding van Dr Koets uitging om het land *' republikeinen te verkennen. Dat was geen officiw " , bezoek, maar een officieus, op verzoek van Dr Va» ; Mook. ; : ?

Dat is zoo de gewone gang van zaken in de "^ifiM Mook-diplomatie. '•^S'

Er werd officieus vanaf den e^dfeten dag, dat de Hollanders op Java terug kwamen, geknoeid ia alle opzichten. Met Soekamo en zijn satellieten wUde de Nederlaadsche regeering niets te doen hebben, maar ia indië dachten de heeren er anders over en officieus sloegea ze aan de praat met Quislings en revolutionairen.

Nu zijn we dan zoo ver, dat er ook officieel voor Soekamo wordt gecapituleerd. Voor den grootsten collaborateur, waarover Japan heeft beschikt. Voor den man, die verantwoordelijk is voor het feit, dat duizenden Europeanen, Chinezen en Inheemschen ia de periode na de Japansche capitulatie den marteldood stierven. Die er nog tienduizenden gevangen houdt om aJs koopwaar te dienen bij het afdwingen van concessies. Want al wordt dit ontkend, de feiten bewijzen, dat de evacuatie voortging of stokte in nagenoeg gelijk tempo als de onderhandelingen dit deden.

Prof. Sehermerhom heeft verklaard bereid te zijn ook met Soekamo als leider van de Indonesische delegatie te onderhandelen. Daarmede heeft hij het gezelschap Koets, dat Soekamo bezocht, al weer overtroefd, want nu is het officieel.

Dit alles hebben we nu, als we de redevoeringen van den heer Van Mook te Pangkal Pinang en de verklaringen van Prof. Schermerhom goed begrfjï> en, toe te juichen als een „geleidelijke ontwikkeling van inzicht".

Ook de reis van het gezelschap Koets heeft — aldus de heer Van Mook te Pangkal Pinang — „bijgedragen tot het totale inzicht".

Toch heeft dat bezoek van de heeren aan Soekamo heel wat menschen aan het schrikken gebracht. Dus toch Soekamo!

Die schrik kwam echter te laat. Het stond reeds meer dan een jaar geleden vast, dat het dien kant op zou gaan, sedert de heeren Van Mook en Van der Plas op Java voet aan wal zetten. Indien namelijk hun beleid bestendigd zou worden. En dat beleid i s bestendigd, dank zij het kabinet Beel.

De R. V. D. te Batavia, waarvan de heer Van Mook te Pangkal Pinang ten onrechte beweerde, dat deze geen regeeringspropagandadienst was, heeft een zonderlinge, maar leerzame toelichting gegeven op het bezoek aan Soekamo.

We lezen dan d.d. 16 October j.l.:

„Men weet, dat het bezoek hetwelk het ^gezelschap Koets, gedurende de reis van dit gezelsch^ aan het republikeinsch gebied, aan Soekamo bracht, nogal wat stof heeft doen opwaaien, niet het minst in Nederland, waar men, naar steeds duidelijker blijkt, niet in staat is de snelheid bij te houden, waarmee gedurende den laatsten tijd het beeld der werkelijkheden 'Zich uit de nevelen van misverstand los maakt".

Ziezoo, die zit, zal de schrijver gedacht hebben, paar kan „men" in Nederland het mee doen. We lazen juist, dat de laatste trein met Rapwi-evacuees uit het binnenland te Batavia is aangekomen. Dat betreft diegenen, wier intemeering door den Jap door de „repoeblik" met 14 maanden is verlengd. Nu zijn er nog tienduizenden, die nog in „de nevelen van het misverstand" in het binnenland verkeeren en voor wie het „beeld der werkelijklieden", nameUjk gezlnshereeniging en vrede, nog niet gekomen is. Dat zijn de door de „repoeblik" geïnterneerden.

De R. V. D. gaat verder: „Ook hier te lande werd op dit bezoek critiek uitgeoefend, ook al dient te worden erkend, dat de publiciteitsorganen zich daarbij prijzenswaardige zelfcontrole hebben opgelegd ".

We meenen te moeten opmerken, dat het „zwaard van Damocles", dat — volgens Mr C. C. van Helsdingen te Pangkal Pinang — in den vorm van papiertoewijzing boven de hoofden der dagbladredacties hangt, wel iets te maken zal hebben met die „prijzenswaardige zelfcontrole".

De lezer neme nu kennis van de moeilijkheden, welke net gezelschap Koets op zijn reis zooal ontmoette en hoe het die overvirpn:

„Zoo vertrok dan een gezelschap naar de repubüek, dat de Nederlandsehe belangstelling op verschillend gebied demonstreerde. Maar, naar spoedig zou blijken, was men er daarmede nog niet: er bleek in het binnenland een sterk wantrouwen te bestaan tegen de bedoelingen van dit gezelschap. Men wilde er in zien: een soort verkapte verkenning ten dienste van een t e r u g- keerend (!! G.) koloniaal bewind, zoo sterk werd zelfs de tegenstand, dat nog een oogenblik aarzeüng heeft geheerscht. Men vroeg zich af of Eet niet beter was de reis maar niet te laten doorgaan. Deze vraag werd edhter, en vooral door de republikeinsche voorbereiders, ontkennend beantwoord. Immers, zoo redeneerde men, dit zou een geheel verkeerden indruk maken. Men zou aan Nederlandsehe zijde welUeht den mdruk krijgen, dat de republiek veel te verbergen had en daarom geen Nederlanders wUde toelaten. Ook maakte de spoedige komst van de Commissie-Generaal het wenschelijk over gegevens van eigen waameming te beschikken. Besloten werd daarom het bezoek te laten doorgaan. In het binnenland duurde de door wantrouwen gevoede tegenwerking voort; wel was de ontvangst hoffeüjk, maar de opstelling van een program bleek onmogelijk. Men sloot zich als het ware op voor dit Nederlandsehe bezoek. Ispiiddels waren tet de indonesisehe promotors van & et bezoek, die alles in het werk stelden om mislukking te voorkomen m ^ jsanen Jist ^(swU ff-i die noodjg oodöeeldeo, dat Soekamo op duidelijke wijze zijn goedkeuring van dit bezoek zou te kennen geven. Zeer terecht hebben deze promotors de consequenties eener mislukking niet willen dragen, wel wetende welk een ongunstigen terugslag dit zou hebben op het sdheppen van een juiste sfeer, die juist voor de komeinde onderhandelingen zoo noodig was. Nadat nu deze promotors, onmiddellijk na aankomst te Malang, Soekamo hadden bezocht en zijn goedkeuring voor de reis verkregen —• een goedkeuring, welke terstond alle deuren wijd heeft geopend — hebben zij ook een bezoek aan Soekamo op het programma gezet. Dit werd door het gezelschap om twee redenen niet geweigerd: In de eerste plaats aanvaardde men de republikeinsche gastvrijheid en daarom was het niet meer dan beleefd ook den gastheer een beleefdheidsbezoek te brengen, temeer waar deze thans voor het welslagen van de reis had gezorgd, terwijl ia de tweede plaats een weigering het reisdoel zou kunnen doen mislukken, een risico hetwelk men toen niet meer wilde nemen".

De ergernis, welke het bezoek bij velen heeft gewekt, zal door de lezing van dit relaas wel niet verminderen, maar eerder toenemen.

De heeren hadden vergeten den gastheer te groeten. Pas tijdens de reis kwamen ze tot de ontdekking, dat ze gebmik maakten van de republikeinsche gastvrijheid en dus daartoe verplicht waren. Sjahrir was weliswaar met de reis ingenomen en deze was mede op zijn verzoek ondernomen, maar Soekamo had instructie gegeven de heeren terughoudend te behandelen. Dan komen ze wel bij mij, zoo redeneerde hij. En ze kwamen! Het resultaat was verbluffend: de sbuggen werden vriendelijk, de wantrouwenden vertrouwelijk. We worden nog niet eens gerustgesteld, dat de heeren geen Japansche adviseurs meer in de omgeving van Soekamo vanden.

De schrijver herinnert er dan nog aan, „dat, zuiver gesteld, het slechts eenige Nederlanders betrof, die niet in een officieele functie reisden......"

Maar dit is niet „zuiver", doch erg naïef gesteld. De heeren reisden op verzoek van Dr Van Mook, idem van Sjahrir en de bedoeling was, dat zij de Commissie-Generaal, laten we ïdet netjes zeggen, zouden voorlichten.

Met de volgende uitlatingen van den schrijver moeten we het helaas volmaakt eens zijn:

„Inmiddels blijkt uit dit alles toch wel weer duidelijk dat, welke bezwaren wij ook tegen de figuur van Soekamo hebben, hij van de republiek niet te scheiden is. En wederom moeten wij daarom tot de conclusie komen, dat wie de republiek aanvaardt of met haar onderhandelt zeer goed moet begrijpen dat hij dat dan ook doet met Soekamo".

Maar we teekenen er bij aan, dat vele Nederlanders „zonder verbeeldingskracht" misschien; maar met besef van wat een Overheid als dienaresse Gods betaamt, dat al meer dan een jaar geleden hebben ingezien. En daarom hebben ze de alarmklok geluid. Helaas voor doovemansooren, dank zij de roomsch-roode coalitie.

Als de R. V. D. de verzuchting slaakt: „Waarom men voor deze waarheid (namelijk: onderhandelen met de republiek is hetzelfde als onderhandelen met Soekamo. G.) zoo vaak nog de oogen sluit en dus kiekeboe blijft spelen met de realiteit, is ons niet erg duidelijk", dan hebben wij het antwoord gereed. Dit antwoord: Nu speelt „men" geen kiekeboe meer. Nu is de capitulatie voor Soekamo van het officieuze in het officieele gekomen. Immers, Prof. Schermerhom verklaarde (1 Oct.): „We zijn bereid den door de Indonesiërs (hoeveel kiezers en welke? ? G.) gekozen president Soekamo eventueel als leider der indonesisehe delegatie te ontmoeten". Maar een jaar lang heeft „men" kiekeboe moeten spelen. Want een jaar geleden had het Nederlandsehe volk zooiets niet geslikt. Dan had de Partij van den Arbeid bij de verkiezingen nog meer klappen gekregen en dan was de roomschroode coalitie nog moeilijker en misschien heelemaal niet tot stand gekomen. Daarom werd een jaar lang volgehouden, dat men Sjahrir accepteerde, maar Soekamo verfoeide, terwijl „men" toch heel goed wist, dat Sjahrir geen stap kon doen zonder Soekamo en diens oproerige medestanders. De R. V. D. zegt nu hetzelfde, wat de tegenstanders van het beleid van het driemanschap Schermerhom - Logemann - Van Mook steeds beweerd hebben: wie de republiek aanvaardt, aanvaardt Soekamo. We voegen er nog aan toe: wie Soekamo aanvaardt, aanvaardt diens Japansche leermeesters. Een jaar lang heeft men deze dingen ontkend en een deel van het Nederlandsehe volk heeft er zich door in slaap laten sussen. Hoe vaak heeft Ds Verkuyl het in Nederland herhaald, dat „men" Soekamo verfoeide, maar met Sjahrir en zijn kabinet, waaronder eenige „christenen", in zee wilde gaan? De heeren moeten toch beter hebben geweten. Nu noemt „men" dat „kiekeboe spelen". Wij noemen dat vcriUcsmisleiding.

En NOG zegt Dr Van Mook te Pangkal Pinang op denzelfden dag dat Prof. Sehermerhom bovenvermelde verklaring aflegde: „Vanaf November heeft het ccmstructieve en democratische element zich naar voren geschoven, belichaamd in Sjahrir en zijn groep. Dit element keert zich tegen (!! G.) de Japansch

getinte coHaborateurs en de communisten". Het slot van het betoog van den R. V. D. werpt een sebcH Jlsbt o^ de asfeieehtsche gedachtenwereld, waar­ in de aanhang van de heeren Van Mook, Van der PlaS CS. zich beweegt:

„Tenslotte is het niet aan ons om te oordeelen, wie aan het hoofd van de republiek moet staan; dit moeten de republikeinsdhe Indonesiërs zelf doen en zij zullen hem oordeelen naar indonesisehe normen, als de tQd daarvoor rijp is". Aldus de R. V. D.

Dit bewijst, volgens ons, dat aan deze monopoliehouders van de verbeeldingskracht de heele oorlog onbegrepen is voorbij gegaan.

Wat een verwarring!

De Japaneezen hebben Soekamo in het zadel gezet en tenslotte de „repoeblik" uitgeroepen. Daar kwamen de „Indonesiërs" absoluut niet aan te pas. De heer Koets beweerde, dat — voorzoover hij het kon beoordeelen — de meerderheid van de bevolking achter de republiek staat. Maar anderen, die minder officieel, maar wellicht meer intens, met de republiek in aanraking kwamen, beweren het precies andersom. Wie zal het zeggen! Stel echter, dat de meerderheid van de bevolking zich zou uitspreken voor deze republiek en dat zij Soekamo als president begeerde, dan zou alleen maar bewezen zijn dat Java althans niet r ij p is eigen lot in handen te nemen.

De R. V. D. publiceerde het bovenstaande op denzelfden dag, dat de strop zich sloot om de halzen van een aantal leiders van het duitsche volk. Die zijn niet geoordeeld naar duitsche normen! Zij hadden met eigen hand wellicht niemand vermoord, maar ze waren verantwoordelijk voor een hoop ellende sn ze heulden met Hitler, zwoeren hem trouw en volgd«» zijn bevelen op.

Soekamo, als Jappenknecht, is niet minder scJnddig. Wie predikte, na de capitulatie, den oorlog tegen de Nederlanders, met alle middelen? Wie is verantwoordelijk voor het onnoemelijke leed, dat werd uitgestort over duizenden trouwe onderdanen van H.M. de Koningin? Is het niet Soekamo?

Als dan, na meer dan een jaar beschaming en vernedering, het Van Mook-beleid zoodanig heeft wortel geschoten, dat de Commissie-Generaal bereid is eventueel met Soekamo om de conferentietafel te gaan zitten, er op vertrouwende, dat de meerderheid van het Nederlandsehe volk dit NU slikken zal, mogen we dit dan noemen: „verheldering van inzidht"?

Of past hier niet eerder het Schriftwoord: „Snelle

afloop als der wateren"?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 november 1946

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 november 1946

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren