GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Een regionaal verhaal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een regionaal verhaal

6 minuten leestijd

J. W. Ooms: Koster Besaan. J. H. Kok N.V., Kampen.

De streekroman heeft een tamelijk taai leven en sommige schrijvers weten een zeer veelvuldig en toch nog behoorlijk gebruik te maken van dit literaire genre. Dit komt vermoedelijk door de onbekendheid van de lezers met de tallooze dorpsgebruiken, folkloristische gegevens en soms zonderlinge tradities van het platteland, waarvan de schrijvers overvloedig gebruik kimnen maken. Weten dezen tevens een zoetvloeiend, niet moeilijk te begrijpen dialect aan te wenden, dan is dit een attractie te meer voor den gemiddelden lezer.

Zoo langzamerhand kent ieder wel den schrijver Ooms, die een respectabel aantal romans en verhalen op zijn naam heeft staan. Alle spelen in de Alblasserwaard, een blijkbaar zeer vruchtbaar oord voor een

regionalen schrijver. Zijn nieuwste product maakt hierop geen uitzondering.

Deze dorpsvertelling heeft als hoofdfiguur Gertjan Besaan, om zoo te zeggen erf-koster van de Braanksche kerk. Van vader op zoon ging deze kerkelijke functie over in de familie Besaan, waardoor dit overigens onaanzienlijke ambt een zekere wijding kreeg. Het vereischte van zijn bekleeders dan ook een liefde en toewijding, buitensporig groot in de oogen van hen, die buiten de dorpstraditie staan. Gertjan, een echte driftkop in zijn jonge jaren, ondanks zijn zeer gesloten aard, had het recht erop bijna verbeurd, door een moordaanslag die hij voornemens was te plegen. Gelukkig wordt hij voor misdaad behoed en kan hij, na het mes te hebben weggeworpen, de kosterswoning betrekken met zijn vrouw Sijtje, een stille, ingetogen, haast menschenschuwe vrouw.

Om dit paisibele gezin weet de schrijver een web van tragische gebeurtenissen te weven. Het huisje, in. de schaduw der kerk verborgen, wordt 'ttooneel van een reeks aangrijpende gebeurtenissen.

Ooms is een sterk verteller, die de aandacht onafgebroken weet vast te houden. De kerk, met de kosterswoning daarnaast, bhjven in het middelpunt staan, al wordt het leven van het dorp en zelfs van den geheelen polder vandaar uit bekeken.

Het eerste kind, tot Gertjans spijt een meisje, blijft langen tijd het eenige en daarmee dreigt de kostersstam af te sterven. Als dit meisje in de kerk op gruwelijke wijze omkomt, daar het zichzelf aan de klokketouwen heeft vastgemaakt, lijkt 't geluk verdwenen uit het kostersgezin.

Nieuwe hoop ontluikt, als na jaren een zoon geboren wordt, een opvolger dus. Met ziekelijke zorg hecht zich de angstige moeder aan dit kind. Zij weet den vader mee te voeren op het pad van een veel te slapps opvoeding, waardoor de verwende knaap tot een barren bengel, een luien nietsnut en tenslotte tot een gewetenloozen misdadiger opgroeit.

Deze ontwikkelingsgang is psychologisch goed verantwoord. De eenzelvige vrouw uit het stille huisje, reeds gebroken door verdriet om den vreeselijken dood van haar dochtertje, waarvan zij zich de schuld geeft, wordt daardoor de overbezorgde moeder, die, geestelijk versuft, het wangedrag van haar luien zoon vergoehjkt in het geloof, dat hij toch bij de kerk behoort. Voor haar simpele verstand is het begrip kerk samengegroeid met het gebouw, dat aan haar zorgen mee is toevertrouwd, en dat eens door den zoon zal worden verzorgd. Zij weet daardoor den vromen vader in het hart te grijpen. Ook hij gaat gelooven, wat hij blijft hopen, tegen alle redelijkheid in.

Bij den vader komt hier nog bij de angst voor de overerving van zijn ouden aard. Als dan ook zijn zoon later met het hervonden mes van zijn vader een medeminnaar vermoordt, is de oude man gebroken.

Jarenlang heeft hij zich verzet tegen den wensch van zijn vrouw, die de kosterswoning wilde verlaten, daar zij zich onwaardig gevoelde in de gewijde nabijheid van de kerk. Zijn gezonde orthodoxe leer, op grond waarvan hij steeds geweigerd had, voor vrijzinnige predikanten de klok te luiden, behoedde hem voor ziekelijke neigingen. Pas als de dwaze, hoogmoedige organist hem verwijt, dat hij zijn eigen huis niet goed kon regeeren en dus in 's Heeren huis geen organist mocht hinderen, meent hij dat hij moet gaan. Hiermee naderen vnj het einde van het boek en daarmee de zwakste plek er in. Gertjan verlaat de kosterswoning, ondanks de dringende verzoeken toch te blijven, ook van hen die hem vroeger wegens het wangedrag van zijn zoon onaanvaardbaar achtten. Dezo zit nu als onberouwelijk moordenaar in de gevangenis, de hoop op overdracht van het erfelijke ambt is voorgoed den bodem ingeslagen: het is begrijpeüjk, dat de vader in deze omstandigheden de nutteloosheid van het plaatsbewaren inziet en zich voortijdig terugtrekt. En toch voldoet dit slot niet geheel. Het geheele boek door wordt Gertjan geteekend als een vroom man, die voor zijn beginsel alles over heeft, zelfs zijn betrekking. Als de vrijzinnige dominee bij herhaalde weigering van den koster, de klokken voor hem te luiden, hem met ontslag uit zijn functie dreigt, wijkt de koster niet. Als christen mag hij niet Gods volk oproepen naar Gods huis, om een Godloochenaar te gaan hooren. Als men dit van hem zou vergen, kan hij niet koster büjven. Zoo teekent hem de schrijver als een gezond christen, een man die weet wat hem past in de kerk, ook al is er op zijn opvoedingssysteem alles aan te merken.

Ziet de schr. dit toch als ziekelijk ? Hij laat nog eens den vrijzinnigen predikant ten tooneele verschijnen, als bezoeker van den verloren zoon. Dankbaar is de koster voor die daad van menschehjk medeleven, hoewel hij desondanks nog weigert de klok te luiden.

Met Kerstmis blijft de koster in de kerk en vindt daar zijn vrouw bidden. Samen knielen ze neer en smeeken om redding voor hun zoon, den moordenaar. Dan daalt de vrede in hun hart, want nu hebben zij het geloof gevonden.

Waarom dan, nu zijn vrouw ook niet meer ziekelijk geloovig is, het ambt niet bekleed tot den laatsten levensdag? Omdat er reeds een andere Koster benoemd is ? De schr. had dit zelf in de hand. Het slot bevredigt mij niet.

Ooms heeft weer een goeden greep gedaan in de geschiedenis van zijn polderlandschap. Hij heeft er een goed geschreven, een boeiend en soms zeer spannend verhaal van gemaakt, met al de deugden van het regionale genre, maar ook met de gebreken er van. Hij blijft tot het einde toe vertellen, zijn personen missen daardoor te veel eigen leven, ze zijn te simplistisch om romanfiguren te worden. Maar in het minder eischende verhaal, dat vooral door treffende gebeurtenissen gedragen wordt, doen ze het uitstekend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 31 december 1949

De Reformatie | 8 Pagina's

Een regionaal verhaal

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 31 december 1949

De Reformatie | 8 Pagina's