Honig uit den rotssteen - pagina 170
!! !!!!156 gangsdood? En niet ook den dood in zijn diepte, in zijn helsche benauwing, in zijn volheid van den toorn Gods ? Wee u, daarvan zijt ge dus niet verlost? dat hebt gij dan nog zelf te dragen! Onmogelijk, niet waar, want dan ware hij u geen Heiland ...
Honig uit den rotssteen - pagina 169
;155 niet door inspiratie, maar door de realiteit eens moest over de lippen van Messias, Zoo is dus uit de vooruitdoorlevinc] van Golojotha de zielsklacht in Psalm 32 p;eboren, en Christus, op Golo;otha zelf dien kreet der helschekomen, diekomenuit zijn ziel stootend, ...
Honig uit den rotssteen - pagina 171
;157 hoofdtenemen,enhem weeralsvrijmannaar zijn discipelentelaten terug-gaan?Onmogelijk. Zóó tot zijn discipelen terugkomende, zou Jezus hun niets hebben kunnen brengen en noch hun hart noch het onze zou ooit iets ...
Honig uit den rotssteen - pagina 172
!;!158 gedaan; en doet dat aan en in en voor hen nog aldoor. Daarom zijn ze anders en worden ze anders, ook al blijven ze zei ven tot op hun dood toe de schrikkelijke wezens, o, Zoo diep goddeloos Maar Jezus' werk voor en in en aan hen gaat door. Jezus laat zich niet hinderen ...
Honig uit den rotssteen - pagina 173
!;!159 en eer hij aan onze zonden kon toekomen, moest hij aanwillen aan ons vleesch. Het was alleen maar om dien dood bij de keel te g-rijpen maar de greep mocht niet in het wilde gedaan. Want zie, aan den dood zat de hel vast. Aan den dood kleeft de zonde, kleeft alle onheil ...
Honig uit den rotssteen - pagina 174
160 dezen bezielenden naam „Heere der heirscharen" het meest schittert. Als wij ons klein in ons zelven gevoelen, en ophielden hoog van ons zelven te denken; en we in de wereld het niet vinden kunnen, zóó dat onze door onweder voortgedrevene ziel schuchter ineenkrimpt in haar verlatenheid, in haa ...
Honig uit den rotssteen - pagina 175
!!;!161 leven bij en om den troon onzes Gods. ons het maar belijden, was voor ons ongeloovig hart weer gezonken en verlaagd tot weinig meer dan een klank, een naam, een nevelbeeld onzer ziele, en zie, nu, door dat Heere der Heikschaken is die God weer ongemerkt in al de heili ...
Honig uit den rotssteen - pagina 176
i6aLVI. =l^crnieuta in Ijct fiinncn^tc Iran mijcenen bakten gce^tlSchep mij een rein hart, o God! en vernieuw in het binnenste van mij eenen vasten Psalm 51 12. geest. :Niet ieder kent den keeten geestelijken strijd, en zij, die met zielsworstelingen te doen kregen, he ...
Honig uit den rotssteen - pagina 178
!164 aanonzenen onze verbeelding, ons gevoel en onze wil ontstaat er in ons deze zondekracht terstond een zondige werking aan onzen geest mede, en onze verbeelding, ons gevoel en onze wil worden instrumenten der ongerechtigheid. Giiat dat nu op en neer met ontzettende stooten ...
Honig uit den rotssteen - pagina 179
165En waarze eerst dacht: „o, Als God mij den geest maar heiligt, is het nu zoo heel andera, mijn geest wel vast maken!" Heere God, en zoo verkwijnend in besef van eigen machteloosheid ik kan het niet, maak Gij door iiw erbarmen den geest in mij vast\zal—ik ...