„hun kromen voor den troon”.
Zoo vielen de vier en twintig ouderlingen voor Hem die op den troon zat, en aanbaden Hem die leeft in aUe eeuwigheid, en wierpen hunne kronen voor den troon. Openb. 4 : 10. De kroon i, s voor ons menschelijk besef de zinnebeeldige uhdrukking óf van heerschappij óf ...
„Om deze onbedachtzaamheid.“
Toen ontstak de toorn des Heeren tegen Uza, en God sloeg hem aldaar, om deze onbedachtzaamheid; en hij stierf aldaar bij de arke Gods. 2 Sam. 6 : 7. Te zeggen, dat men iemands „zondenregister-' eens zal opmaken, verraadt een uiterst opper' vlakkige en uitwendige op ...
„En gij zijt in Hem volmaakt.”
En gij zijt in hem volmaakt die het Hoofd is van alle overheid en macht. Col. 2 : 10. Volmaakt zijn, en toch struikelen, kan saaragaan. Uw volmaakt-^•yw sluit dagelij k-sche schuldbelijdenis voor God niet uit. Pauius kan aan de kerk van Colosse schrijven: Gij zijt ...
„Het bewindsel des aangezichts”.
En Hij zal op dezen berg verslinden het bewindsel des aangezichts, waarmede alle volkerea bewonden zijn, en het deksel, waarmede alle natiën bedekt zijn. Jesaja 25 : 7. Een bewindsel is nog iets anders dan wat bij ons de blinddoek \t. Een blinddoek is een vrij dich ...
De nieuwe koers.
VI. (Slot). Bij het bepalen van den nieuwen koers, meenden we vierderlei baken te mogen uitzetten, waardoor de richting bepaald wordt.Vooreerst wezen we op de dringende noodzakelijkheid om het kerkelijk vraagstuk opgelost te krijgen. Nu de schoolstrijd aanva ...
Ineengroeiïng.
IV. Onze geïnstitueerde kerken hebben niet gekozen voor „ambtelijke Theologie." Ze hebben er tegen gekozen. Zoowel de erkenning van de „vrije studie, " als de regeling van sommige verhoudingen ten opzichte der Vrije Universiteit, bewijzen dit.Wie zegt: „ambt ...
Practicisme.
XIV. (Slot). Bij alle lof en waardeering, die ook onzerzijds gaarne aan de beweging, die ziekenverpleging bevorderde, wordt toegekend, valt alzoo toch niet te loochenen, dat ze evenals de Zondagsschoolbeweging en de Zendingsactie een buiten-kerkelijken oorsprong ha ...
,,Bekent en laat."
Die zijne overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn ; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen. Spreuk. 28 : 13. Ook op het stuk van schuld te beken-nen en zonde te belijden, vindt ge wel allerlei uiteenloopende gesteldheid van het menschelij ...
„Zijn hart is bast.”
Hij zal voor geen kwaad gerucht vreezen; zijn hart is vast, betrouwende op den HEERE. Psalm 112 : 7. Als de zee hoog gaat, en de stormwind het zeil scheuit, moet de man, die het schip stuurt, tegen wici'en golven iuworstelen, en is daarbij eerste eitch, dat zijn ha ...
„Er was een mensch van God gezonden.”
Er was een mensch, van God gezonden, wiens naam was Johannes. Joh. i : 6. Heeft een machtig Vorst een gezant uit te zenden, dan moet hij dien uitkiezen onder de burgers van zijn land. Maar bij den Heere onzen God bestaat dit verschil, dat Hij, zoo er iemand te zend ...