Filteren
Relevantie
Relevantie aflopendPublicatiedatum
Publicatiedatum oplopend Publicatiedatum aflopendAantal woorden
Aantal woorden oplopend Aantal woorden aflopendPaginanummer
Paginanummer oplopend Paginanummer aflopendHet zedelijk karakter der Reformatie gehandhaafd tegenover Rome - pagina 83
mmm^mMMmm^Kmmtmr^mmn^mi^mmrmi73 jaar 1542 bij E. KROKER, Luthers Tischreden, Leipzig, 1903, p. 309; en Luther's Psalmencommentaar van 1533 bij Psalm 51, 16 (E. A. op. lat. 19, 130 enz.). Maar hieruit blijkt dan ook, dat Luther, wanneer hij klaagt over het dwaalb ...
Het zedelijk karakter der Reformatie gehandhaafd tegenover Rome - pagina 84
74 in 1512 en enkelen zelfs vóór zijn aanteekeningen op de Sententiën van Lombardus in 1508. Waar de gevoelens zoo uiteenloopen, kan men hier niet anders dan met groote voorzichtigheid conclusies trekken. Het citaat van Augustinus, waarop Luther zich later beriep, komt alleen voor in Luther's com ...
Het zedelijk karakter der Reformatie gehandhaafd tegenover Rome - pagina 85
)75verhaal daardoor te sterker. Zelfs kan men nog verder teruggaan, want als Luther in zijn commentaar op de Romeinen bij Cap. 1 : 17 waarschuwt, dat men de justitia Dei toch niet zal opvatten als de „iustitia qua ipse iustus est in se ipso, sed qua nos ex ipso justificamur'' (FiCKE ...
Het zedelijk karakter der Reformatie gehandhaafd tegenover Rome - pagina 86
76 logen moet zijn en dus de nieuwe justificatieleer, waarmede Luther is opgetreden, niet kan te danken zijn aan het licht, dat „illustrante Spiritu Sancto" over Rom. 1 : 17 hem was opgegaan, maar haar oorsprong veeleer moet gezocht worden in Luther's innerlijke verdorvenheid, waardoor hij met de ...
Het zedelijk karakter der Reformatie gehandhaafd tegenover Rome - pagina 87
77 ipse a me recedebat"; en hij voegt er aan toe: zelfs „post confessionem et missationem nunquam poteram acquiescere animo, quia conscientia non potest firmam consolationem ex operibus habere" (E. A. op. lat. 7. 72, 73). En op de andere plaats zegt hij evenzoo: „Ego autem, qui me, utcunque irrep ...
Het zedelijk karakter der Reformatie gehandhaafd tegenover Rome - pagina 88
7S a Deo nobis data gansch anders leerde opvatten, dan de Roomsche Theologen dit deden, niet als een bovennatuurlijke qualiteit, die den mensch ingestort vi^ordt, om hem tot het doen van goede werken in staat te stellen, maar als een gerechtigheid, die in Christus ons geschonken wordt en die wij ...
Het zedelijk karakter der Reformatie gehandhaafd tegenover Rome - pagina 89
79 2«) DENIFLE, Luther, 1-, 456. Het eenige bewijs, dat Denifle hiervoor aanvoert, is, dat Lutlier in zijn voorlezing over de Psalmen (1513 gehouden) bij Psalm 76 (bij ons 77) aanteekende: „Qui non est expertus hanc compunctionem et meditationem, nullis verbis potest hunc psalmum doceri. Inde eni ...
Het zedelijk karakter der Reformatie gehandhaafd tegenover Rome - pagina 90
80 zijn zaligheid bij God wilde verdienen. Het was, gelijk hij zelf zegt, een error, een dwaling van inzicht, waarin de meeste monniken in zijn dagen leefden (ENDERS, t. a. p. I, 29), en die in de leer der Roomsche Kerk van de verdienstelijkheid der goede werken en van het „facienti quod in se es ...
Het zedelijk karakter der Reformatie gehandhaafd tegenover Rome - pagina 91
81 af' er op gericht om aan te toonen, dat de sterke libido sexualis van Luther hem het coelibaat ondragelijk maakte; dat hij daarom tot de leer kwam, dat de concupiscentia onoverwinnelijk was en dat dit de oorzaak was, die hem tot een breuke met Rome voerde, zie t. a. p. p. 10, 11 en v.v. Nog du ...
Het zedelijk karakter der Reformatie gehandhaafd tegenover Rome - pagina 92
82Volkes, 18= Aufl. II, p. 75 meegedeeld: „denn ich fastete, betete, wachte und machte mich matt". Zie voorts WALTHER, Fiir Luther wider Rom, p. 557—564. '^'^) DENIFLE, Luther I-, p. 444. Denifle beroept zich hiervoor op een getuigenis van Luther zelf, die in 1533 zou geschreven hebben: „D ...
Selectie mislukt
Het is op dit moment niet mogelijk om dit resultaat toe te voegen aan uw selectie.
Waarschuwing
Uw selectie wordt gewist. Doorgaan?