De leer der Verbonden - pagina 134
124omerverbazing over uit te drukken, datzijnmeneen godgeleerdenog beroemd noemt, die, vlak tegen de waarheid der historie in, zulk een onjuist en onhoudbaar getuigenis dorst geven. Dan is men in Schotland toch nog beter op de hoogte. Althans toen ...
De leer der Verbonden - pagina 136
126omde deur dicht te doen, de vier hoogleeraren, die tengevolge van cordaatheid der Dordsche Synode, vlak daarop de Leidsche facul\v. Walaeus, t. Polyander, Thysius en Rivet, zich teit bezet hebben, in hun Synopsis puriorus theologiae niet minder beslist uitlaten, als dezegg ...
De leer der Verbonden - pagina 137
127 een zaak van zedelijk bindende verantwoordelijkheid is, hoe ter wereld kunt ge het dan een bijkomstig geschilpunt noemen, wat met het paradijs verbond voor onzen geest treedt? Gelooft mij, indien een u toekomende erfenis van een drietal tonnen gouds tot u kwam met inschulden bezwaard, door vr ...
De leer der Verbonden - pagina 135
125Enwie soms zich inbeeldde dat de hoogleeraar Franciscus Junius deze klare, duidelijke belijdenis onder de Nederlandsche godgeleerden zijner dagen alleen stond, die leze wat Junius' ambtgenoot Trelcatius liet verluiden (Lib. II. p. 156, 7): „Met het Verbond der werken, of het Natu ...
De leer der Verbonden - pagina 141
I.ZONDER HET WERKVERBOND GEEN VERBOND VAN GENADE. Het volk dat in duisternis wandelt zal een groot licht zien; degenen die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen. Jesaia 9Ongetwijfeldwe metdatbondderzal ...
De leer der Verbonden - pagina 139
DE LEER DER VERBONDEN, DEEL VIER. HET VERBOSD DER GEIfADE. ...
De leer der Verbonden - pagina 142
133Het verwondert ons dan ook volstrekt niet, dat onze lezers het „Verbond der werken" meer als een studie dan als een stichting aan de hand onzer artikels doorloopen hebben. Och, dat is alle eeuwen door zoo in de kerk van Jezus geweest. Nooit, nooit heeft de menigte der geloovigen langer ...
De leer der Verbonden - pagina 143
!133Maar thans gaan we dan ook zei ven met een gevoel van stillen dank en blijde verrukking tot de beschouwing van de wonderen Gods in dat „Verbond der genade" over. Mocht het ons gegeven worden, die wonderen met zoo teederen ernst in te denken, dat onze eigen ziel en die onzer leze ...