Het heil ons toekomende - pagina 161
161 meêcleelingen,'tzijhunzelf,'tzijdoor anderer tussclienkomst, ge-van menschen, die vroeger op deze aarde leefden en zich thans als geesten aan de daarvoor geschikte personen openbaren. Het feit ontkennen we niet, zoomin als we, met de Sch ...
Het heil ons toekomende - pagina 162
153 zekerheid en iu de verwachting te zullen vinden, naar dit verschijnsel toekeerden. Ons was het slechts te doen om ook in dit verschijnsel het bewijs te leveren, dat de vraag die we te berde brachten, een vraag is, die ook thans de geesten bezig houdt Hoe moet de ongelijkheid zelfs in de geboo ...
Het heil ons toekomende - pagina 163
153 deelen bestaat het innigst verband, en zelfs wat schier uitsluitend uit eigen wilsbepaling scheen voort te vloeien, blijkt bij dieper onderzoek toch weer te rusten in den heiligen wil van onzen God. Ingewikkelder reeds is een ander deel van ellende en geluk, dat zijn oorzaak vindt niet in ons ...
Het heil ons toekomende - pagina 164
154 worden. Immers, die wil stond niet los en op zichzelf, maar hing weer af van duizend oorzaken, waaraan uw vaderen destijds gebonden waren, gelijk gij thans aan hen. Voorts kan een samenwerking van zoo veelvuldige oorzaken geen oogenblik ook maar gedacht worden, zonder het geloof aan de Voorzi ...
Het heil ons toekomende - pagina 165
;155 bijhijgemis van deu draad, diehemleiden kan, zich in den doolhofdes levens verwart. derhalve de vraag: Waarom is b. v. Calvijn als Voetius als een leidende geest en zoo menig ander dienaar des Woords als een minder bedeelde geboren? Of ook, waarom zi ...
Het heil ons toekomende - pagina 166
156 oordeeld.heiligenWie waagt het dan dit zondige over God ? Ze wordt dan ook door wat we .brengen op dentezien enwaarnemenin het onderling verband dat we tusschen de geesten van verschillende orde en tusschen de geesten met uiteenloopend talenten ...
Het heil ons toekomende - pagina 167
157 deze vrijmachtige bepaling van het natuurlijk leven de uitverkiezing des Koninkrijks te verwarren, maar ten bewijze dat zichzelf w^eêrspreekt wie in het Koninkrijk ontkent, wat hij in het rijk der natuur wel moet erkennen, althans zoo hem beide levensterreinen, openbaringen zijn van eenzelfde ...
Het heil ons toekomende - pagina 168
158Het feit waarop men wijst is onloochenbaar. Er is een vergelding, waardoor het hier verbroken evenwicht aan gene zijde des grafs wordt hersteld. Een die hier rijk was, kan arm daar ginds zijn. Menig arme op aard gevoelt zich nu reeds rijk, door de erfenis die hem in den hemel wacht. ...
Het heil ons toekomende - pagina 169
159nu een jaar lang de eerste vijf met weelde en overvloed, terwijl de andere vijf datzelfde jaar nauwelijks het brood geeft om den honger te stillen. Het jaar is eindelijk om en nu roept ge uw kinderen saam en zegt tot de eerste vijf: „Wijl gij dit jaar" het goede gehad hebt, zult ge voor ...
Het heil ons toekomende - pagina 170
160 zaligheid,nietvanernstgetuigt,maar vaninnerlijkevijandschapin het hart.Toch versta men ons niet verkeerd. Door den nadruk te leggen op hetverschil van levenslot in deze aardsche bedeeling, wilden we het allerminst doen voor ...