Studentenalmanak 1900 - pagina 131
HET GRAF. oe ruw is uw wand, Hoe donker en duister!Hoe scherp is uw tand!Hoe klemmend uw kluister,O graf, dat zich opentVoor 't beste op aard!Hoe koud is uw grond,Hoe zwart en verterend!Hoe gapend uw mond!Hoe s ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 132
128Mijn kracht is gebroken,Geweken, geveld;Het hart me ontstoken;Mijn geest is ontsteld.Mijn hoop is verdwenen.Verijdeld, vergaan!De dood is verschenen!Het leven gegaan!Is er niets dan, o graf!Da ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 133
12g De dood is verslonden Door Hem, die het uitsprak:— Vlak voor den dood aan het schandelijk hout —„Ik ben het leven, in Mij wordt gevonden„Opstanding, velen tot levensbehoud." De kuil is een r ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 134
GEDACHTEN IN DEN NACHT.1 onker is de kamer. Eén enkele waskaars werpt haar bleek weifelendlicht op een groot bed, waarin een man slaapt. Aan dien man hangen des daags de blikken van duizen-den, de blijde en de bange verwachtingen ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 135
I j lharten, lief waren ze hem geweest. Maar zijn ooren warendoof geworden door de dreuning van het woelige leven;in uren van nachtelijken arbeid, van zinnen en zoeken,werden die indrukken, eenmaal diep, zeer diep in zijn ge- ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 136
132 Maar 't ros, dat Yoor het eerst de eigen kracht Mag wagen op een weg, die wijd zich strekt, Rept d'hoeven voort in duizelende vaart, Stort bhndelmgs door, over alles heen Totda ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 137
* 133vooruitnellen, dan komt er ook een gejaagde kracht inde schreden van den eerste; eindelijk, ze loopen niet meer,ze rennen voort, de armen gestrekt, de monden wijd open,hijgend de heete ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 138
134loopen over de gevallenen; ze trappen op lijken; zebezoedelen en besmeren elkaar; ze weten maar één ding:dat ze vooruit moeten; hun oogen, in den beginne noghelder, zijn van 't staren troebel geworden en glinsterenvan ko ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 139
135 En eindelijk hebben ze overstemd, wat daar riep binnenin hem. Toch niet; ze zouden niet in staat zijn geweest, om destem van zijn hart tot zwijgen te brengen, als in zijn eigenborst ook niet geweest was een vragen om den ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 140
136ze de dorre hoofden op en staren hem aan met ijzig-doodenblik, die zijn hart doet stilstaan, dan één voor één strekkenze hem tegen den mageren arm. Dan ééR voor één openen zeden ingevallen mond en spreken dof, hol, eentonig één woord ...