Studentenalmanak 1931 - pagina 241
N A P I E R ALS W I S K U N D I G E E N ALS C A L V I N I S T 207dese myne broederlicke vermaninghe uwe vorige gramschapteghen my, niet behouden en suit, maer dat ghy, oft schoondit myn boeck ten eersten male als ghy t' laest mispresenhebt, nochtans nu, na dat ghy ...
Studentenalmanak 1931 - pagina 243
DICHTEN.Dichten is droomen met open oogenen zoolang kijken tot de starre wandtusschen de dingen wijkt en geen afstandmij langer scheidt van gindsche bewogenruischende boomen en de witte zwanenvan wolken die daarboven staan,en in he ...
Studentenalmanak 1931 - pagina 244
CHOPIN.De maan spiegelt zich in de zwarte vijvervan een piano en over een blank klavier,waar smalle handen schemerend langs glijdennauwelijks bewegend en wierlichte aanraking de stilte ontbloeien doetin teedere groot-open kelken ...
Studentenalmanak 1931 - pagina 245
IETS OVER KERKELIJKE POLEMIEK. Een scherpzinnig polemist zeide eens, dat we elk object,dat we ontmoetten, dit alternatief konden voorhouden; gezijt uit God of uit den duivel. Hij sprak deze woorden indagen van strijd tusschen twee groepen, tot één waarvan ...
Studentenalmanak 1931 - pagina 246
212 IETS OVER KERKELIJKE POLEMIEK De afval des menschen van God tot zichzelf bcteekentde negatie der wet: de omslag van de Liefde in den Haaten van het Leven in den Dood, want het Leven is in deLiefde, in de vervulling der wet („het gebod, dat mij te ...
Studentenalmanak 1931 - pagina 247
IETS OVER KERKELIJKE POLEMIEK 213in haar tweeheid te onderscheiden, maar practisch nooit tescheiden. Beide structuren liggen in de werkelijkheiddooreen. Gaan we thans deze tweeërlei structuur na. Voor beidekiezen we een symbool te ...
Studentenalmanak 1931 - pagina 248
214 IETS OVER KERKELIJKE POLEMIEKhaar eigen „centrum". Niet langer van, tot en in Christus,maar van, tot en in zichzelf bestaat deze kerk, (N,B. voorzoover zij dit doet). Zij is zondig geworden, d.w.z. ego-theïstisch. Deze deformatie beteekent een vera ...
Studentenalmanak 1931 - pagina 249
IETS OVER KERKELIJKE POLEMIEK 215tot de individuen, maar via het collectieve ego. Dit ego isde rechte lijn, die de individuen vormen. Ook het centrale front vertoont een rechte lijn. Dit isechter een geheel andere. Zij is een toevallig ...
Studentenalmanak 1931 - pagina 250
214 IETS OVER KERKELIJKE POLEMIEKhaar eigen „centrum". Niet langer van, tot en in Christus,maar van, tot en in zichzelf bestaat deze kerk, (N,B, voorzoover zij dit doet). Zij is zondig geworden, d.w.z, ego-theïstisch. Deze deformatie beteekent een vera ...