Studentenalmanak 1952 - pagina 221
Interuniversitaire Organisaties te AmsterdamNEDERLANDSE Afdeling Amsterdam. A. Sprey, Praeses.CHRISTEN-STUDENTEN Mej. M. T h . D . Leeuwenberg,VERENIGING ...
Studentenalmanak 1952 - pagina 222
Interacademiale OrganisatiesNEDERLANDSE J. J. C. Alberdingk Thijm, President.STUDENTENRAAD R. A. Gonsalves, Alg. Secretaris. G. M. V. van Aardenne, Fiscus( ...
Studentenalmanak 1952 - pagina 223
NEDERLANDS Prof. M. P, J. Verdam, Voorzitter. Mr P. J. Idenburg, Vice-voorzitter.COMITé VAN WORLD M r K. Wiersma, Vice-voorzitter.UNIVERSITY SERVICE Mr P. van Werkum, Alg. ...
Studentenalmanak 1952 - pagina 224
STUDENTEN ZENDINGS C. B. Bdvinck, Praeses.COMMISSIE Mej. J. M. C. van der Panne, Ab-actis.Opgericht: 27 October 1928. S. A. Manus, Quaestor. Ab-actiaa ...
Studentenalmanak 1952 - pagina 226
DE NORMEN VOOR HET NOVITIAAT. dooT Prof. Dr D. H. Th. Vollenhoven.De Redactie van den Almanak verzocht me een kleine bijdragevoor haar rubriek Mengelwerk. Me geheel vrijlatend in de keusvan onderwerp, vestigde zij intusschen mijn aanda ...
Studentenalmanak 1952 - pagina 227
collega. Daarentegen vergt de regeling van het gezelligheidsleveni verleg en samenwerking.Dit laatste in het oog te houden is niet slechts voor den groentijdvan belang. Ook de organisatie van een gewoon soosfestijn is totmislukking gedoemd wanneer men het welslagen van ...
Studentenalmanak 1952 - pagina 228
de meesten komt daar nog bij de overgang uit de vertrouwdehuiselijke sfeer naar een vreemde omgeving, die dan nog voorvelen gepaard gaat met de verplanting uit een landelijk milieunaar de groote stad. Wie zich deze situatie goed indenkt of ook uiteigen verleden herinne ...
Studentenalmanak 1952 - pagina 229
vier „jaren": wie langer als actief Corpslid meeleven, zijn — desoms zeer gunstige uitzonderingen daargelaten — niet altijd debesten. Wil men dus de basis voor de ervaring inzake novitiaatstijden in het verleden behoorlijk verbreeden, dan zal men metoudere generaties ...
Studentenalmanak 1952 - pagina 230
schuw van iets waarborgt nog niet, dat men zelf daarvan vrijis: onoprechtheid van levenshouding ligt dichter voor de deur,dan men vaak denkt, en ook het opheffen van het Corpsvaandelzou daarin kunnen ontaarden. Het vermijden van dit gevaar ligtuiteraard niet in het los ...