GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Synode-indrukken.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Synode-indrukken.

20 minuten leestijd Arcering uitzetten

X.

De geheimzinnige auto.

De goede Vreelanders zullen niet geweten hebben, wat zij zagen, toen op een Zondag tusschen de twee diensten een auto voor de pastorie stilhield en vier heeren daaruit stapten.

Als zij iets van de nieuwsgierigheid van alle dorpsbewoners hebben — de stedelingen hebben nog wel grooter gebreken — dan zal het va.n mond tot mond zijn gegaan: wat moet het met die auto?

De pastor, vermoeid van het Synodewerk, reeds op jaren, een preek achter zich en de aarder vóór zich, we; : d bewerkt om de Synode uit te stellen.

De kerkeraad van Amsterdam-Zuid pleitte bij monde' van zijn deputaten, dat hij met zijn antwoord niet binnen de vier dagen, aa.n Dr Geelkerken' gesteld, gereed kon zijn. 'S^^^

De praeses met zijn goedig hart, 'die gaarne ieder een dienst bewijst, was in beginsel niet ongenegen tot uitstelleir; ^ppaj; e, j5pji;

En toen den volgenden dag de door hem gevraagde adviezen niet spoedig bimienkwamen en bij uitstel toch spoedig bericht noodzakelijk was, besloot hij ertoe en verwittigde „De Standaard".

Zoo stond het nog in-de stads-editie van dat blad.

Links en rechts konstematie bij wie dat lazen.

Mystifikatie? werd hier en daar ge-Vraagd.

Inmiddels echter ontving de Praeses de noodige adviezen en inlichtingen.

En hij had den moed om op zijn genomen besluit terug te komen.

Had hij zich bezorgd gemaakt door de overweging: „welk figuur zal ik slaan", hij zou ©r voor zijn teruggedeinsd.

Maar nu aarzelde hij niet.

Hij riep de Synode tegen den bestelden datum saam.

In de treinen kon men beluisteren, hoezeer men de houding van den Praeses prees.

de houding van den Praeses prees. Ware het uitstel doorgegaan, zoo zou men zeker het inkorrekte niet hebben laten p-asseeren.

Maar nu voelde men met den Praeses mee.

Maar nu voelde men met den Praeses mee. Toen dan oiok Ds Fernhout op. de Synode van het een en ander uitleg gaf, was er niemand, die ook slechts het geringste verwijt tot hem richtte.

Alles was terechtgekomen.

En de persoon van D'S Fernhout was door die korte schommeling nog iïij^||ir-te vriendelijker licht komen te staan. - r^---; -

Wie zou op hem boos kunnen zijn?

IS^j^l-' . *^^preen antwoord.

IS^j^l-' . *^^preen antwoord. In& iM de Synode vö#r'ontstemming vatbaar ware, zou d i t veeleer een reden daarvoor hebben gegeven: er was nog geen antwoord '^a-n-iDttoelkerken. i^^^K'

De vier dagen waren tot vijf dagen"uitgedijd en nog was er niets.

Zelfs geen briefje vian verontschuldiging.

Hoe de vork in deaa steel zat, was niet onbekend.

Een ouderling had het in de Park-kerk te Amsterdam-Zuid uitgesproken, dat Dr Geelkerken voor zijn antwooïd ; aan eén dag genoeg had, ja het zelfs wel in vijf minuten kon geven, maar dat de kerkeraad met het zijne niet klaar kon komen. Daarom verzocht hij Dr Geelkerken zijn antwoord niet vóór dat van den kerkeraad te verzenden. En Dr Geelkerken had daarop van den kansel de verzekering gegeven, dat beide antwoo«rden tegelijk naar Assen zouden worden gezonden.

Hoewel de Synode volstrekt niet hooggevoelende was en zich niet op een standpunt van gezagshoogheid plaatste, kon zij zich hierin toch niet lijdelijk schikken.

Had zij hier toegegeven, dan zO'U zij hebben toegelaten, .dat één kerk'over alle andere kerken in haar meerdere vergadering heerschte. j-Sègfe-i^r

Dan zo-u één kerk aan heel de SynO'd^^S^eh hebben gesteld.

En dat, terwijl de Synode van dien kerkeraad niet eens antwoord verwachtte.

Wel hadden Deputaten der Synode er bij hem op aangedrongen om invloed uit te oefenen oj^ Dr G., opdat die, zou hij het met vrije konscientie kon doen, de verklaring zou teekenen.

l'laar eenia bericht daaromtrent had 4e. Synode niet gevraagd. , ; ; iS& ^asi> -

Er werd dus besloten aan Dr Geelkerken een telegram te zenden, dat de Synode vóór den volgenden dag twee uur van hem tijding verzocht of hij al of niet de hem voorgelegde verklaring wenschte onderteekenen en zoo geen antwoord werd ontvangen zo'U dit als een weigering om te teekenen worden opgeVat.

Men ziet, ook hierin toonde de Synode zich weer lankmoedig.

Het zou Voor de hand gelegen-hebben, wanneer zij per omgaande antwoord had verlangd.

Als het toch gereed lag, waarom kon Dr Geelkerken het niet dadelijk zenden?

Maar ook hier hield men met prikkeling, - die daardoor mogelijk kon opgewekt worden, rekening.

Intusschen deed men andere zaken af. Hoe men echter de Synode thans Verwijten kan, dat zij op 'het laatst „met telegrammen ging werken", is een raadsel.

Hoe hierin - eenig gemis , aan broederlijkheid gezocht kan worden, evenzeer.

Zou het wellicht beter zijn geweest, wanneer de Synode kortweg Dr G. geciteerd had'?

Zou men het Vriendelijker hebben gevonden, wanneer de Praeses hem dadelijk na zijn binnenkomst in de zitting Vaii 'het Comité-generaal ©en bestraffing had toegediend, omdat hij den termijn, door de Synode gesteld, eigenmachtig had overschreden ?

Of zon hien het Verantwoordelijk tegenover de 'kerken hebben geacht de Synode geheel o-nnoodig langer te rekken, de gemeenten, welke nu haar predikant hadden afgestaan, noodeloos nog langer van heiderlijke zorg verstoken te laten?

Wij hoorden een ^ Synodelid het vermoeden opperen, dat de Synode van Assen misschien al langer geduurd had dan de staat, der rechtheid, maar hoelang had men de Syno^^^K. wel willen ophouden? '< --, i

Er was geen enkel mofief noch' aan het behoud van Dr G. noch aan het heil - der kerken te ontleenen om een houding aan te nemen Van: k'omen ^vij er vandaag niet, dan komen wij ér morgen.

De Synode handelde ook hierin nog heel kens met Dr G.

Stuurlui aan den wal, die thans ontevreden zijn over den gang van zaken, kunnen gemakkelijk ongemakkelijke kritiek oefenen.

Zij, die in het schip geweest zijn, weten, dat ook nu nog de Synode het goede met Dr G. zop-i wel als met de kerken vo-o-rhad. '-: , - ^j

Ook nu nog verliet haar de uiterste welwillend: ""' heid niet.

Geen reaktie.

Na een beslissing als die, welke 6p de Synode te Assen genomen werd, bestaat er een neiginoom zich krampachtig Vast te klemmen aan Jiel oude.

Het is nu eenmaal een levenswet, da, t laktie reaktie werkt.

AVanneer dan ook iets vreemds zich openbaart, dat gewoonlijk als iets nieuws wordt beschouwd — ofschoon het vooral in deze van kracht is, dat er niets, nieuws is onder de zon — dreigt altoos het gevaar, dat men zich tegen al het nieuwe kant

Indien men niet oppast zal dit een van de meest funeste gevolgen van de kwestie-Geelkerken zijn, dat de echte, voortgaande reformatie, welke roeping is van alle tijden, maar vooral in onza dagen broodnoodig is, wordt stopgezet.

Dan viert het k'onservatisme hoogtij.

En ook dit moet voor onze kerken e-en> ramj worden geaclit.

Konservatisme, dat nooit bedoelt het goede, door God geschonken, te 'konserveeren en daarmee te woekeren, maar dat er steeds op, uit is, om be-] staande toestanden onveranderd te laten en alle • verbetering af te wijzen, is doioT God veroordeeld'. •

Zegt den kinderen Israels, dat zij voo'rtvaren. ; i

Zoo-luidt de eisch des Heeren. 1

Dat blijve ook onder ons de leuze. l

Men. vergete het niet: met reformatie^h, e(^ft de i aktie-Geelkerken niets gemeen. '.'^^^^J 1^

Zij leidde, onze kerken in het spoiör"dëf-ctefor-^ matie. fl^SS-'

Zij moest' köhsekwent voeren tot losweeking van i het Woord en tot degradeering van onze Gerefor-j meerde belijd-enis. 1

Niet VOO-r ieder was dat van meetaf duidelijk.

Thans beginnen steeds meerderen het in te zien.

En wij 'hopen, dat het niet lang zal duren, of i ieder onzer zal inzien, dat het proces niet liep; -1 over een kleinigheid, maar dat er een dg^r.jeyens-i belangen van ons kerkelijk en geestelijl^^^j; 'mee was gemoeid.

Intuïtief wordt dat wel bijna algemeen in onze kerken gevoeld._, , ...-, - .s,

Maar nog niet-^^^^weet 'dat goed te berede-i neeren. ' ' ' . '-

Én daarop dient ook .aangestuurd.

Door bijzondere omstandigheden was het voor l ons sinds lang geen geheim.meer, dat er een ziekte-i proces in onze kerken werkte. 1

Wat achter de gesloten deuren van oaize Redaktie j zich afspeelde, stond hiermee in nauw verband. |

Steeds hébben we op die hedenkelijke sympto-J men gewezen - en geweigerd ons te laten vinden vo-or ; j een kompromis, waardoor het aan ons 'Calvinisme | vijandig beginsel zich zou vermengen met het zui-1 ver reformatorische streven. ' ; ' [ . \

Natuurlijk hebben wij - daarVa: n niet enkel vreugde | beleefd.

Het neen-zeggen brengt - zijn onaangenaamheden '•^^60. ' : ^^^Sr

Toch zou het van ondank getuigen, ih^h wij er niet voor uitkwamen, dat de uitkomst, hoe gaame wij die anders hadden gezien en hoezeer wij ons, .; zonder dat het groote publiek het vermoedde, heb-' ben beijverd om afwijfcenden te winnen en te orertuigen, ons heeft gerechtvaardigd.

W-at wij bij de eerste kéimismaking als deformatie signaleerden .is thans ook als deformatie aaii i den dag gekomen.

Juist daarom mochten wij ons standplunt niet prijsgeven, omdat defo-miatie en, reformatie twee tegengestelde werkingen zijn, welke elkander met geestelijke wapenen moeten bestrijden.

Nu leze men uit deze bekentenis weer niet te veel, waaraan men zich in onzen tijd nog al eens bezondigt. ,

Men meene niet, dat elke wisseling, welke er gedurende het bestaan yan ons blaid in de Redaktie - 1 heeft plaats gevonden, tot het k'o^iifhkt tussolien : deformatie pa reformatie kan worden herleid.

Daartegen zouden wij reeds bij Voorbaat moeten opkomen.

Maar dat dit konflikt in de eerste jaren telkens ; weer uitsloeg, mag achteraf wel opönbaiar gemaakt '^

Aan het reïo-rmatoiisch ideaal hebben wij onx« j trouw verpand.

Dat bracht vanzelf mede, .dat wij elk' defo-rmatorisch pogen, hoezeer wij ook' ter wille van hen, die het voorstonden - er leed overdroegen, zonder een pas te wijken moesten weerstaan.

Dit is dan ook' voor ons de zegen van Assen, : dat de Synode een vair • de' wissels, welke naa-T het deformatorische spoor was ov'ergehaald, weer in den goeden stanji heeft teruggebracht.

Dat stempelt haar to't een refo-rmatoriscbe Synode.

Doch daarmee is het reformatorisch werk nie' afgeloopen.

Want het keeren van defoi^ma.tie is nog slechts reformatie in negatieven zin.

Er moet nu positieVe arbeid geleverd.

Daarbij mag het tempoi wel wat worden versneld.

Zooals het nu gaat, gaat het te langzaam.

'Daaraan rusteloos te herinneren achten we om ^9 Heeren wil en met het - oog op: 'toekomstige gevaren voor onze kerken onze taak.

Voorshands moet op spoedige afwerking van de iplgende programpunten althans worden aangedrongen:

1. VERBETERDE BIJBELVERTALING.

2. UITBOUW VAN DE BELIJDEiNIS.

3. PLEIT VOEREN VOOR GEZONDE MYSTIEK.

4. HERZIENING VAN DE LITURGIE.

5. HERZIENING VAN DE „EENIGE GEZAN­

GEN" ACHTER ONZEN PjSALMBUNDEL EN; EENIGE UITBREIDING DAARVAN. "

6. DiOORVOERING VAN HET Z.G.N. PARO-GHIESTELSEL IN ONZE GR, OOTE STEDEN, EN WAAR DIT NIET MOGELIJK IS, KERKSPLIÏ-SING.

7. BEPALING VAN ONS , KULTUUR-STAND-PUNT.

Wij mogen ons na de inspanning, welke Assen vati ons vergde, niet ruim i'den tijd gunjien om weer op verhaal te komen.

De reformatorische strijd moet onafgebroken worden dootgezet.

Zuivere toestanden.

Na de provisioneele sluiting van de Asser Synode is er een merkwaardige stilte ingetreden. .^

Niet in Amsterdam-Zuid natuurlijk. , '^^^S'-

Daar brengen de konsekwenties van de Syriödaïe uitspraak tal van verwikkelingen mee.

Maar in de overige deelen van het land.

Behoudens enkele predikanten, .met wie wegens 'hun houding nader zal moeten worden gehandeld, schijnen al onze kerken en dienaren des Woords zich aan de besluiten van Assen te konfoirmeeren.

Heerlijk is het, wanneer deze schijn het wezen metterdaad dekt.

En grooitendeels zal dit wel het geval zijn.

Wij gelooven, dat velen, die zich eerst in de zaak-Geelkerken nog al duchtig tegen het samenkomen van de Synode en de Synode zelf roerden, tot beter inzicht zijn gekomen.

Daarover verblijden wij ons hartelijk'.

Maar er zijn ook. andere gevallen.

De „N. R. Ot." laat Dr Geelkerken in een inteïview vertellen van een predikant, die geheel aan zijn zijde staat, maar er ni'etvootr durft uiüc'omen, .omdat hij', Vader van een groot gezin, dan broodeloos zou staan.

Ook bereiken ons berichten - omtrent zulken, die in een lijdzame houding zullen Volharden, zoolang zijl niet lastig worden gev|allen.

Indien dit waar is, zit er in de stilte ook iets verontrustends.

Eerlijkheid bekent. brengt mee-, dat men thans kleur

Want zich niet in waarheid te onderwerpen aan de besluiten van Assen en toch te doen alsof, voert in een positie, welke door het woord „onwaarachtig" niet te sterk is gekwalifideerd.

Voor onze kerken brengt dit het niet te onderschatten gevaar mee, dat zulk een lijdelijke houding met zich brengt het zwijgen over de punten, waaromtrent; de Synode uitspraak' deed!.

Maar daarover mag juist niet gezwegen woiden. Zij maken deel uit van een fundamenteel stuk onzer belijdenis.

Dat te negeeren zou onze kerken langzaam maar zeker ondermijnen.

De Synode vroeg dan ook' in'haar verklaiing van 'Dr G., 'dat hij-die punten len gro'udslag zou legge'ii aan wat hij in deze leert.

Ze mogen in de prediking, opi--de catechisatie 6tt anderszins niet onbesproken Mijiven.

Nu het echter niet onmogelijk is, dat sommigen zich geveinsdelijk onderwerpen, rust op de classes rfien taalï met - dubbele verantwooirdelijkheid.

Krachtens het besluit der Synode hebben-zij' niet allee'U te vo-o-rkomen, dat een kandidaat, die afwijkende gevoelens aankleeft, onze kerken binnenglipt, maar zij hebben ook toezicht te houden op de Dienaren des Wooids en andere ambtsdragers binnen haar ressort.

Van het eerste kunnen zij; zich gemakkelijk kwijten.

Zij kunnen den kandidaat - eenvoudig bepaalde wagen stellen of ook hem een verklaring ter onderteekening voorleggen.

Maar bij de predikanten en ambtsdragers in haar ressort is dit vooralsnog niet raadzaam.

Het zou noodzakelijk kimnen worden.

Indien er zekerheid werd verkregen, 'dat predikanten, die de gevoelens van Dr - G. of daarajin Verwante zijn toegedaan, zich schuilhouden, zou Jöisschien een algemeen ter onderteekening voorlegen van zeker formulier het eenige middel zijn |0m zuivere toestanden te scheppien. ,

t Maar zoover is het nog niet.

.Van dit deel hunner taak hebben de classes Zich dan ook in alle kieschheid te kwijten.

|_. •'^1 wat naar inkwisitie zweemt moet a: fgewezen. - • Zij hebben er zich op voorbereid te houden. dat er wel o^ngemotiveerde klachten tegen dienaren des Woords zullen ri|zen.

Etear mogen zij niet op afvliegen. Maar anderzijds mogen zij' zich ook niet' doof houden voor gemotiveerde en geargumentee-rde klachten.

Er dreigen hier zo-owel zonden van bedrijf als van nalatigheid.

Veel takt, lijn aanvoelingsvermO'gen worde haar dan ook van God toegebeden.

Als deelen van. de strijdende kerk blijven zij' boven alles het vaandel van Koning Jezus trouw.

Maar oO'k doen wij een beroep-opj haar barmhartigheid.

Zij hebben zich ook in de positie van den dwalenden broeder goed in te leven.

Staat werkelijk broodsgebrek vóór de deur, indien hij openlijk Voor zijn, gevoelen uitkomt, dan trede men niet te hard tegen hem op.

Men kan vanzelf dit standpunt innemen: voor zijn overtuiging moet men ten slotte alles offeren.

Een sterk karakter zal dit ook doen.

Maar zwakkere broeders bezwijken.

Daarom zou het overweging verdienen afgezette predikanten een niet , te krapi wachtgeld uit te keeren voor een niet te korten termij'n.

Daar zit ook wel eenige billijkheid in.

Natuurlijk mag een zwakke kerk, classis, particuliere Synode daardoor niet al 'te zeer bezwaard worden, maar hebben al onze kerken hier steun te verleenen. .'j^f^S^ifCSSSS? .

Vooral omdat het tooh'^K nod'ïdiaak' eC'U daadi van barmhartigheid is.

Men schudde niet bij voorbaat over de mogelijke groole kosten het hoofd.

De zuiverheid O'Uzer kerken is met geen geild te betalen.

Of op eenig ander punt.

De Synode heeft niet alleen een woord van opwekking tot de kerken gericht, maar z, e heeft nog sp'ociaal aan de classes een missive doen toiekomen.

Daarin is de dringende aansporing vjervat, „ö!at de Classis, zoo in het algemeen als ook inzonderheid bij' de examina naarstig zal toezien, dat geenerlei leering in de kerken binnendringt, die met < ïe letter of den geest van de genoemde beslissing d'er Synode in strijd is, en dus, hetzij' op het genoemde-, hetzij' op eenig ander punt, door een willekeurige Schriftuitlegging aan het gezag v|an 's Heere'ii. Woord te kort zou doen".

Op de toevoeging: OF OP EENIG AND'ER PUNT, dient wel gelet.

Immers is het geheel willekeurig, dat Dr G. de vier bekende punten dubieus stelt.

Tevergeefs heeft de dogmatische Commissie, gelijk men in haar ra.pport Ic'^e-n kan, getracht er achter te komen ol hij misschien ook niet andere punten uit Gen. 2 en 3, Avelke voor ons vaststaan, in het dubieuse zet.

Enkele uitdrukkingen in één van zijn brochures geven wel aanleiding tot deze vraag.

Trouwens, de tegenstelling, welke Dr G. maakt tusschen zijn Schriftbescho'iiwing en die der Synode, doet het vermoeden rij-ze-ii, d'at andere punten op den duur niet buiten geding kunnen blijven.

Het standpunt der Synode kenmerkt hij' als dat der mechanische binding.

Eigen standpunt karakteriseert hij' als dat der O'l-ganische vrijheid.

Over het 0'njuisl; e van die tegenstelling handelen wij nu niet.

Alleen spreken wij hier uit, dat het wel kasueel zou moeten heeten, dat de Synode alleen in zake 'Gen. 2 en 3 de „mechanische binding"°zou voorstaan en Dr G. alleen voor deze béide hoofdstukken zijn „organische vrijheid" zou reserveeren.

Waar. hier het verschil zo-c» generaal wordt aangeduid, kan het schier niet anders, of het mo'et ook tot de Schrift op tal van andere punten doorwerken.

En al zou Dr G. zelf daartoe niet vervallen, zoo kan men het toch van zijn medestanders verwachten.

Dat bleek reeds ter Synode.

Daar werd een brief ontvangen, welke een pleidooi voor Dr Geelkerken's gevo-e'len hield en het toepaste op een heel ander deel der Schrift,

En wie als redakteur no'g al eens brieven krijgt, zon nog andere voorbeelden kunnen-aanvoeren.

Daarom drong de Synode er terecht op aan, dat de Classes ook zouden toezien of dergelijke afwijking zich wellicht op een ander pimt zou openbaren.

Er is geen enkele applausibile reden op te geven, waarom dit dubieus s'tellen zich tot Gen. 2 en 3 zou moeten, beperken.

Het kan tegen heel de Schrift losbreken. Caveant classes!

Dat O'uze classes waali'zaam zijn!

Gen. 2 en 3 onzin!

Nu reeds blijkt, 'dat er sommigen verder gaan dan Dr Geelkerken zelf.

Ten bewijze daarvoor zou kunnen aangevoerd worden het artikel dat Prof. Buytendijk onlangs naar „De Telegraaf" zond en waaruit — wij moeten zeer tot ons leedwezen konstateeren — een anti-Gereformeerde geest sprak. Nog kumien wij ons moeilijk voorstellen, dat hij het zóó kras gemeend heeft. Wij-hopen tenminste, dat hij eerlang bekent het in een oogenblik van psychische onevenwichtigheid te hebben geschreven. Overigens echter is het in ons blad reeds gekritiseerd door een onzer mederedakteurs en voelen wij geen behoefte er op terug te komen.

Een tweede bewijs levert Dr C'. J. van der Horst, die een poos geleden een stuk schreef, \va.cirVaa het opnemen in de „Overtoomsche Kerkbode" onder „Kerkelijk Leven" door de Synode werd gelaakt.

Dr V. d. Horst antwoordt daarop-weder in de , , Overtoomsche Kerkbode", maar nu onder „ingezonden stukken", welke buiten verantwoordelijkheid van de redaktie staa, n, ofschoon eenige verantwoordelijkheid • toch niet zal kunnen worden ontkend.

Een eigenlijke verdediging mag het niet genoemd worden.

Argumentatie ontbreekt.

Eer kan het een o-ntboezemiiig heeten.

En dan van een overkropt gemoed.

Een uiting als deze: „De Heeren theologen geven nu niet bepaald blijk van veel wetenschappelijken zin in dit gedeelte Van hun rapport", laten wijl nu maar voor wat zij is.

Hetzelfde doen wij met een zinsnede als deze: „Maar ergerlijk is het, wanneer zij', die de wetenschappelijke voorgangers van het gerefoi-meerde volk behoorden te zijn, in deze hoogst ernstige zaak O'p zoo onwetenschappelijke wijze te werk gaan".

Het beginsel der tweeërlei wetenschap is klaarblijkelijk bij den schrijver nog niet tot vleesch en bloed geworden.

Evenwel zien wij ons genoodzaakt ernstige aandacht ie vragen: , iLaten die Heeren van Assen meenen, wat ze willen, ze moeten zich niet inbeelden, dat hun foutieve opvatting kan gelden als een criterium voor rechtzinnigheid. Zij trachten hun dwaasheid aan anderen o-p-te dringen, ja zelfs, nu uitgesproken is, dat de exegese van Genesis 2 en 3 o-nherroepelijk vaststaat, verbinden zij - die dwaasheid voor goed' met de Heilige Schrift. Nu staat er O'iizin in Genesis 3". .

Beziet men de zaak van den wetenschappelijken kant, dan doet het reeds wonderlijk aan, dat ©en zoöloog, straks gevolgd door een ingenieur, ©en schoolhoofd, een architekt zooVeel beter o-ver kwesties, welke op theologisch terrein liggen, denken te kumien oordeelen dan yakspecialiteiten.

Het omgekeerde moest eens ondernomen worden! De beschuldiging Van „aanmatiging" zou niet van de lucht zijn.

Raakt echter de kern van de kwestie-'Geelkerken niet de theologie als wetenschap., maar het geloof, gelijk de Synode terecht verklaarde, wat doel heeft dan de wetenschap er bij' te halen?

Hier is een tekort , aan inzicht, waarvan we niet gaarne een Verwijt maken en dat wij' met genoegen, zooveel doenlijk, later zullen trachten hun bij te brengen, , mits men niet van tevoren met kwalifikaties als „dwaasheid" en „onzin" gaat schermen.

Want wat in het ingezo'nden stuk van Dr C. J. V. d. Hoïst wel liet pijnlijkst aandoet is de uitroep: „NU STAAT ER ONZIN IN GENESIS 3".

Dr 'Geelkerken wilde enkele punten uit dat hoo'fdstuk nog dubieus laten.

Hij verklaarde zelfs, dat hij tegen de zoogenaamde „traditioneele" opvatting onder zekere voorwaarde geen gelO'Ofsbezwaar zou hebben.

Maar Dr v. d. Horst v er w er pit de eigenlijke opvatting van de bedoelde pmiten in G& a. 3.

Zooals de Synode ze verstaat en door de groote Gereformeerde theologen steeds verstaan zijn, worden ze voor „onzin" uijgemaakt.

De twijfel, welke in het „dubieuse" ligt, is, op dit punt althans — wij' willen geenszins generaliseeren — omgeslagen in ongeloof.

Hier is een achteruitgang van kwa.ad tot erger.

Dat èn door het stulc van Prof. Buytendijk èn door het stuk van Dr C. J. van der Ho-rst' tocli veler ooge-n opengaan!

Citatenschild.

Deze idee is niet van ons, maar van Braakensiek.

De nestor van de karikaturisten va, n „De Gro-ene" schijnt zich zeer voor het geval-Geelkerken te interesseeren.

Na zijn eierendans komt hij met zijn citatenschild.

Gelijk men weet is een g'roo't, zoo niet het grootste deel van Dr 'Geelkerken's Memorie 'ingenomen door citaten uit Kuyper en Bavinck.

En nu beeldt Braakensiek den predikant uit, met zorgelijke, om niet te zeggen, vreesachtige trekken om den mond, zich tegen zijn „bekampers" dekkend met een schild, waaro'p ra-en de bustes van Kuyper en Bavinck ziet.

Juister nog ware het geweest, indien hij de portretten van Kuyper en Bavinck uit het schild had gesneden en alleen door de openingen de omtrekken' van hun hoofden had laten zien.

Want zóó staat het feitelijk'.

Dr Geelkerken haalt plaatsen uit de wV, : ; ken van deze groote theologen aan, waarmee al Ie theoló'gisch-gescho-olde Synodeleden gaarne hun instemming zonden willen betuigen.

Doch het eigenaardige is, dat Kuyper en Bavinck,

uitgaande van die beginselen, nooit de zintuigelijke waarneembaarheid van de genoemde zaken in twijfel hebben getrokken.

Kuyper en Bavinck — wij willen daarvoor gaarne bewijsplaatsen aanvoeren — hebhen in deze mee aan de Synode den weg gewezen.

Wié zijn er nu meer aa.n Kuyper en Buvinck verwant: zij, die de beginselen, van hun theologisch denken onderschrijven en bovendien nog hun toepassing daarvan op concrete' geA-allen voor hun rekening nemen O'f zij, die zeggen wel hun beginselen te huldigen maar tot tegenovergestelde konklnsiés komen ?

Het antwoord kan immers niet, twijfelaclitig zijn?

Bij de laatsten is er afwijking van Kiiyper en Bavinck.

Dr Geelkerken c.s. maken van de iramen van Kuyper en Bavinck misbruik.

Het schild, waarachter zij zich verbergen vertoont gaten ter grootte van Kuvper en Bavinck zelf.

HEPP.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1926

De Reformatie | 8 Pagina's

Synode-indrukken.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1926

De Reformatie | 8 Pagina's