1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 17
13 worden vernietigd; de eerste kunnen weder nieuwe soorten voortbrengen, de andere verdwijnen zonder nakomelingscha.p. De grondgedachte van deze theorie leidt ons tot de overtuiging, dat in zekeren zin soorten door de natuurlijke „Auslese" niet ontstaan, maar vergaan. Welk aandeel bij het ontsta ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 18
14 lijke principes te verklaren is en wel op grond der algemeene door Darwin ontdekte principes der descendentiel eer. Twee wijzen van verklaring: 1. de mutabiliteit is eene alzijdige, de „natürliche Auslese" vond in lange geologische periodes in een en dezelfde richting plaats. 2. De mutabilitei ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 19
15 groepen elementaire soorten, wier kenteekens in elke richting van elKaar afwijken, wijst op vroegere alzijdige mutabiliteit. Het constant zijn der soorten is een waarnemingsfeit, hare veranderlijkheid een eisch der theorie. Dat is het oude bezwaar tegen de descendentieleer. Lamarck, Darwin, Wa ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 20
16 slechts schijnbaar in elkaar overgaande, processen erkent. Voor Darwin stonden deze naast elkander; het eene sloot het andere geenszins uit, al heeft hij ze in den regel niet scherp onderscheiden. 3. „Geen twee individuen van hetzelfde zaad lijken geheel op elkaar." Deze bekende uitdrukking is ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 21
17 is, maar trapsgewijze, door plotselinge veranderingen, al zijn het ook zeer kleine. In tegenstelling tot de variaties, die rechtlijnig voortgaande veranderingen zijn, gaan de veranderingen, die mutaties genoemd worden, in nieuwe richtingen. Zij gaan daarbij, zoover de ervaring gaat, „richtungs ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 22
18 als de oorspronkelijke kweeker, geheel anders dan bij de veredelde rassen in den landbouw. In deze nieuwigheden komen in 't algemeen de eigenschappen der sprongvariaties zeer duidelijk te voorschijn; zij treden plotseling op zonder door overgangsvormen met den stamvorm verbonden te zijn, en zi ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 23
19IOhelidonium laciniatum en Chelidonium majus zoo geheel het karakter van het verschil tusschen naverv?ante in 't wild groeiende planten vertoont. Bij de meeste andere voorbeelden had men verschillen, die niet uitsluitend, toch in 't algemeen in hoofdzaak, enkele organen of deelen ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 24
20immutabel, maar onder honderd ongeveer is het hem toch gelukt een enkele te vinden, die zich in den muteerenden toestand bevond en aan alle te voren gestelde verwachtingen beantwoordde. Het was de Oenothera Lamarckiana, eene plant die zeer verwant is aan de bekende Oenothera biennifls en ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 25
21 stengel, de vorm der inflorescenties, de kleur der bloembladen, de vorm der vruchten, de geschiktheid meer of minder zaden voort te brengen. Het is waar, dat de meeste mutanten afwijkingen vertoonen, die het waarschijnlijk maken, dat zij het in den strijd om het bestaan tegen O. Lamarckiana zo ...
1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 26
22haald. In 1897 werden van 1114 zaden even zoovele rubrinervisplanten verkregen. De herhaling met andere zaden van O. rubrinervis, 1862 in getal, gaf eveneens alleen zuivere nakomelingen. In de jaren 1893, 1895 en 1896 werd O. nanella uitgezaaid. Een keer leverden 440 zaden hetzelfde aant ...