„Indien uwe ziele ware in mijner ziele plaats”.
Zou ik ook, als gijlieden, spreken, indien uwe ziel ware in mijner ziele plaats? Zou ik woorden tegen u samenhoopen en zou ik over u met mijn hoofd schudden? Job. i6 : 4. Twist er niet over. Elk onzer maef zijn eigen pak dragen, 7/ioet zijn eigen kruis torsen. En i ...
De taak der toekomst.
Amsterdam, 15 December 1899. VI. De behoefte van het vroom gemoed, om. te rusten in een onveranderlijke, altoos zichzelf gelijk blijvende, duurzame en eeuwige ijk waarheid stuit intusschen af op de onmogelijkheid, waarin menschelijke overtuiging en menschelij ...
„Maar hem zagen zij niet”.
[PASCHEN.] En sommigen dergenen die met ons zijn, gingen lienen tot het graf, en bevonden het alzoo, gelijk ooic de vrouwen gezegd hadden; maar hem zagen ze niet. Luc. 24 : 34. Het geloof van Thomas heeft, al stond het niet hoog, toc ...
„Een afwijker.”
Want de afwijker is den HEERE een gruwel, «naar zijne verborgenheid is met de oprechten. Spreuken 3 : 32.Door de woestijn en door de wildernis loopt geen pad. Wel trekken ook door de woestijn reiïigers en herders en handelaars in menigte, maar ze laten geen voetspoor achter. De voetstap di ...
„Mede gezet in den hemel”.
En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus, Jezus. Éfeze b. : 6. , Wondere woorden zijn het, die Jezus' apostel naar Efeze schreef: »Ons heeft God medegezet in den hemel in Christus".»Mede levend gemaakt", waar hij eerst van ...
„met de tramper getromper”.
Zij hebben met de trompet getrompet, en hebben alles bereid, maar niemand trekt ten strijde; want mijn brandende toorn is over de geheele menigte van het land. Ezech. 7:14. Ook de tonenwereld is uit God. Een heerlijke schepping zijner mogendheid.En omdat wij ...
„Maar nu ziet U mijn oog.”
Met het gehoor des oors heb ik U gehoord, maar nu ziet U mijn oog. Job 42 : 5. De winste is reeds zoo groot, indien er in uw ziel ook maar eenig wezenlijk verlangen naar gemeenschap met uw God mag wakker worden. Misleid uzelven niet; ge begint altoosmtX& .z.\. ...
„IDaarom hebt Bij mij berlaten?”
En omtrent de negende ure riep Jezus met eene groote stemme, zeggende: LI, ELI, LAMA SAbACHTHA.Nl; dat is: ijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten 1 Matth. 27 : 46.In het „Mij dorst" sprak de stervenssmart, gelijk Jezus die voelde in 't lichaam, m het vijtde Ktuiswoord uit zich de ...
Dupliek.
Prof. Lindeboom zond ons het volgende schrijven, dat wij wederom plaats verleenen : Zöö gaat het niet.Aan de Redactie vanDe Heraut. Geachte Redactie! Een tweede woord van verweer, nu tegen uw voorschrift en naschrift bij mijn: Bijbelsche ...
„Uwe zonden zijn u vergeven”.
En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: oon I uwe zonden zijn u vergeven. Mark. 2:5.Wie niet gelooft, kan niet ten heiligen Avondmaal gaan.Want gelijk de zon niet schijnen kan op een plaats die niet bestaat, zoo ook kan de Zonne der gerechtigheid niet koesterend werken ...