Heils termen - pagina 173
I.HET HOOGSTE GOED. Godis liefde.1Joh. IV:8.In de kennisse Gods alleen is de zaligheid der ziel die gelooft. Dat Oneindige, dat Eeuwige, dat Onbegrijpelijke, dat bij het uitspreken van dien korten klank „God" voor de gedachten onzer ziel opklimt, i ...
Heils termen - pagina 174
164 evenzoo. De strijd om de Heilige Schrift gestreden draagt het echte stempel en wordt dan alleen met geestelijke meerderheid gestreden, zoo we tot de betuiging: „de Schrift is Gods dist.danEnalleenWoord" onzes ondanks gedrongen en gedreven worden door den nood der z ...
Heils termen - pagina 175
165uwer overtuiging, zoolang dat roepen „God is toch Liefde" door u ontweken wordt, u in verwarring brengt en niet met een nog veel krachtiger getuigenis voor zijn Eeuwige Liefde uwerzijds wordt beantwoord. Zoolang men antwoordt dan :menopdat„Ja,roepen ...
Heils termen - pagina 176
166 wordt gehouden. Er waren nevelen tusschen de en de Gemeente getrokken. De koesterende stralen braken niet meer door. Men beleed nog wel een verlossing in het dierbaarst bloed. Men bouwde op den Christus nog wel zijn hope voor eeuwig. Gods liefde te verheerlijken was nog Avel een onmisbaar bes ...
Heils termen - pagina 177
167 II.ÉÉN GODSOPENBARINa DOOR HEEL DE DoorzijnliefdeSCHRIET.en genade heeft Hij hen Jesaiaverlost.LXIII:9b.Gods is ons van noode; noodiger dan het leven, want meer dan dit, het is eeuwig leven, dat uit die kennisse Gods onze z ...
Heils termen - pagina 178
168 Niet zochtuitweelde,maaruit drangvan nood, wil de Schrift onder-zijn.met mosomzoomde en dicht bekroosde vijvers van het werpt soms de jonkvrouwe van edelen bloede den angel met het aas uit, om het spartelend ^ischje te verschalken. Uit m ...
Heils termen - pagina 179
169 in vormeloos spiritualisme, sluit voor Israëls werpt het beeld omver, door het voetstuk onder weg te nemen. Het is een genade Gods aan de gemeente, dat het verzet tegen deze wilkeur toeneemt en de dagen dezer zienswijzeverlooptbaring;,gloriezichooghet ...
Heils termen - pagina 180
170 godspraken boven dit opstel schreven: „In alle hunne bewas Hij benauwd en de Engel zijns aangezichts heeft hen behouden, door zijn liefde en door zijn genade heeft hij hen verlost." Ook door Hozea's lippen getuigt de Heere: „Ik trok ze met touwen der liefde" (H. 11 en bij 4), Zefanja wordt aa ...