Het heil ons toekomende - pagina 211
I.,MBNSCH" EN „VLEESCH." Het Woordisvlëesch geworden. Joh.1:14.De belijdenis dat het Woord, de Zoon, die in de gestaltenisse Gods was, in gedaante gevonden is als een mensch, onzer natuur deelachtig werd, „vleesch is geworden," ontmoet in de hedend ...
Het heil ons toekomende - pagina 212
202met het haar bijzonder toebetrouwd talent, elkander voor eenzijdigheid te vrijwaren en steeds rijker en heerlijker met vereende kracht de belijdenis te doen schitteren van het vleeschgcworden Woord. Daartoe levere ook deze artikelenreeks eene bijdrage. Ze bedoelt geen fijn uitgeplozen o ...
Het heil ons toekomende - pagina 213
203 Johannes aan het woord. „In den bes^inne was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God" is van het Kerstevangelie onafscheidelijk. bij de Kribbe van Bethlehem gaat als hij In het zinnebeeld van den adelaar heeft hem de Christelijke kerk gekenteekend, van den adelaar, die de zon ...
Het heil ons toekomende - pagina 214
:204 zoo peilloos diep en toch zoo onuitmaakt, maar die, al ontplooit zij zich later, toch bij dit Kerstevangelie reeds in Johannes perste, zijn geest spande, en zijn woord tot een oceaan der gedachte stempelde. En daarom wil men Johannes' Kerstevangelie ten volle verstaan, lees dan eerst ...
Het heil ons toekomende - pagina 215
!205 uito;esproken, in wewsc^wording lag geen ontferming. rnensch had opgehouden waarlijk mensch te zijn, sinds hij onder den toorn kwam, den doem op zich neertrok, zondaar werd.nietzijnDeDat de ontferming zich tot den zondaar neerboog en nochtans van de zonde i ...
Het heil ons toekomende - pagina 216
:306met „zonde" is, kan ze het Kerstevangelie van den Apostel Johannes: de vleeschwordiug van het Woord, niet verstaan. Daartoe behoort de overtuiging veld te winnen, dat ,jvleesch" oorspronkelijk en op zichzelf genomen, verre van iets laags, zondigs en onedels te zijn, integendeel ...
Het heil ons toekomende - pagina 217
ao7 saamgevat leert' de Schrift derhalve dat het vleesch goed was, werd, maar in Christus wederom verheerlijkt is. Of wil men, dat het vleesch zoozeer onafscheidelijk bij het menschelijk wezen komt, dat het mee in zijn schepping, meê in zijn val, maar ook mee in zijn herstelling begrepen is. Het ...
Het heil ons toekomende - pagina 218
208 een blijvende bestemming voor Gods eer. De stellige dit weten we, dat vleesch en bloed het koninkrijk van God niet beërven zullen," kan slechts uit misverstand ter omverwerping van deze elementaire Schriftopenbaring gebezigd worden. Zoolang vleesch en bloed erven wil oordeelen ze zich zelven. ...
Het heil ons toekomende - pagina 219
:!209Houdt men nu kelijkevolgtzuiverein het oog, datgehalte„een'smenschen geest inademdeslevens en uithieruit tevens, dat het „vleesch" eennogzijn oorspron-Godis,"d ...
Het heil ons toekomende - pagina 220
210 III.DE VLEESCHWORDING VAN DEN MENSCH. Het bedenken des vleeschesisde dood.Rom.8:6.welken toestand geraakte de mensch door deze verbreking van In. de levenswet, die van Gods wege voor vleesch en geest gesteld was? Hij werd vleesch! Hierme ...