Studentenalmanak 1929 - pagina 141
AFSCHEID.Dien avond vielen woorden als venijn Totdat we spraken en niet meer verstonden. De woorden gleden langs elkander heen Omdat geen banden nu meer bonden Zooals voorheen.Toen ging ik heen in donkre nacht En be ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 142
DE VLIEGENDE HOLLANDER. „....Und verdammt zieht er nun durch das Meer ohne Rast, ohne Ruh!" WAGNER. Wij voeren eeuwen voorbij zee en strand, Nog nimmer vonden wij ons vaderland. ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 143
DE VLIEGENDE HOLLANDER 127 Dat eindlijk der golven zingend omarmen Ons opnam in zijn verborgen erbarmen, Dat eindlijk wij ver over zee en land Hervonden 't licht en zonnig vaderland'' — De nacht is ten eind en de st ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 144
I VLOEK. Zon, licht, kleur, leven! Heel de natuur jubelt, en stemt tot jubelen. Vol en zacht built reeds de dopheide, en steekt af metzijn bolle bloemen, als te vroeg ontstoken kleurige lampionsb ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 145
VLOEK 129sterk afgesloten, de wemdelplaats voor de vrouwelijkekrankzinnigen der stichting. De lach, de blijdschap in mij besterft, als wanneeriemand in een stille buitenavond plotseling een grove vloek ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 146
130 VLOEK Ik hoor den vloek van den vader, het geklaag der moeder,ik zie haar wanhoop, als allen haar mijden, haar schuwen,en koud beschuldigen, tot 't jonge hoofd dat alles niet meerdragen k a n . . . . Me ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 147
DE BEDELAAR.Dit is de bangste nood:niet, dat hij lange dagen staatin brede straaten vraagt om brood— en huiswaarts keert met lege handendes avonds en zijn schamel kleedbedekt ternauwernood de schande,die hij geheel slechts weet;m ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 148
'T EINDE.Dit is het einde van de reis.Wij zijn al bijna txiis.Reeds staan wij voor de poorten vanhet grote vaderhuis.Maar die hier oud en zeer vermoeidde laatste wegen gaan,zijn anderen dan die voor langhet pad zijn opgegaan. ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 149
MIDZOMERDAG. In den vollen nacht hadden ze hun dorpeken verlaten enhun grijzige huizekes hadden zich weggehurkt achter dedonkerte. Ze trokken 't Noorden op, naar 't korenland! Eikendeen had zijn pikke op den schouder geslegen, enieder ...
Studentenalmanak 1929 - pagina 150
134 MIDZOMERDAGde stroeve boer en wees hen met strakken arm de ver-strekkende maairijpe akkers. Driftig (draafden ze het dreefken af. Ze zaten vol neer-stigheid en wellust om zich te roeren. Ze voelden zich lijkkinders d ...