„Niet toetreden tot het altaar.”
Doch tot het voorhangsel zal hij niet komen, en tot het altaar niet toetreden, omdat een gebrek in hem is ; opdat hij mijne heiligdommen niet ontheilige; want Ik ben de Heere, die hen heiligt. Lev. 2I : 23. Nog altoos wandelen „de gebrekkige lieden" onder ons om al ...
Leestafel.
DR. J. RmDERBos. ISRAEL EN DE BAaLS. AFVAIU OF ONTWIKKELING. REDE gehoudcu bij de over dracht van het rectoraat der Theologische School van de Gereformeerde Kerken in Nederland, den 7en December 1915. — E. J. Bosch Jbzn. — Nijverdal 1915. II. Ik kom thkns ...
„Mie heeft den doove gemaakt?”
En de HEERE zeide tot hem: Wie heeft den mensch den mond gemaakt ? Of wie heeft den stomme, of doove, of ziende, of blinde gemaakt ? Ben Ik het niet, de Heere ? Exodus IV : II. De half-dcove is een stoornis in anderer gezelschap. Niet wanneer men elkaar iets zeggen ...
„En er rees eene oderlegging onder hen.“
En er rees eene overlegging onder hen, namelijk, wie van hen de meeste ware. Lukas 9:46. Er rees, na de verheerlijking op Thabor, zegt Lukas, onder de trouwste belijders van Jezus, onder zijn naaste discipelen, eetie overlegging. Markus drukt het sterker uit, en ze ...
„niet rijk in God.“
Alzoo is het met dien, die zichzelven schatten vergadert, en niet rijk is in God. Luk. 12 : 21. Jezus heeft beseft en doorzien, hoe ernstig en bedenkelijk voor ons menschen de strijd tusschen God en het geld was, die ons gedurig door het leven wordt opgedrongen; en ...
„Ais een brandend vuur.”
Dies zeide ik: Ik zal zijner niet gedenken, en niet meer in zijnen naam spreken. Maar liet werd in mijn hart als een brandend vuur, besloten in: mijne beenderen; en ik bemoeide mij om te verdragen, ' maar kon niet. Jeremia 20: g.sWaren onze harten niet brandende in ons, als Hij tot ons spr ...
Onze liturgie.
XVII. Zoowel het vroeger gebruikte woord godsdienst als het thans in zwang gekomen eeredienst wijzen er uitdrukkelijk op, dat het eigenlijke doel van dezen dienst is om God te verheerlijken, om Hem een dienst der eere aan te bieden. Hierop leggen we daarom zoo ster ...
„Niet gelijk ik wil.”
En een weinig voortgegaan zijnde, viel hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker van mij voorbijgaan; doch niet gelijlc ik wil, maar gelijk Gij wilt. Matth. 26 : 39. In het Onze Vader, én in Gethsemanee, ...
„Met ootmoedigheid bekleed.”
Desgelijks gij jongen, zijt den ouden onderdanig, en zijt allen elkander onderdanig; zijt met de ootmoedigheid bekleed; want God wederstaat den hoovaardige, maar den nederige geeft Hij genade. I Petrus 5 ; 5. »Ootmoedigheid" is een kleed der ziel, dat van nature ni ...
„Maria en hare zuster Martha.”
En er was een zeker man krank, genaamd Lazarus, van Bethanië, uit het vlek van Maria en hare zuster Martha. Joh. u : J. De karakters liepen bij Maria en Martha sterk uiteen. Misschien niet zóó sterk, als de overlevering het zich alle ...