1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 55
51Ptolemaeus verdedigt, beroept hij zich op het natuurlijk licht der rede, dat eischt, dat het Gode waardiger is dat alle bewegingen uit één bron vloeien dan dat de zon aan een onedeler lichaam (de aarde) zijn beweging zou ontleenen 4<i). W at verstaat Kepler nu onder dit „natuurlijk li ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 56
52heid met God geweest 53); zij zijn exemplariter in de zielen die naar God’s beeld geschapen zijn, daarin stemmen de heidensche philosofen en de doctoren der Kerk overeen 54), zegt Kepler. God drukt zijn eeuwige Idee en Wezen af in de schepping; de mensch, die God’s beeld is, kan dus een ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 57
53kunnen komen. W ant G öd heeft Zijn Wezen in de schepping uit gedrukt. dus maat en getal er in gelegd, maar tevens den mensch zóó geschapen, dat hij dit Wezen zou kennen. Kepler breekt zich het hoofd niet over de schaduwachtigheid van de wereld t.o.v. het ware Zijn, maar aanvaardt de re ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 58
54zijn afleiding apriori gaat hij uit van de H. Drieëenheid. W el moet men volgens hem door onderzoek der natuur tot lof en aanbidding van den Schepper komen, maar juist zijn geloof, dat hij in de natuur het werk van God’s vinger zou zien, gaf hem de volharding, die leidde tot dat natuuron ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 60
ANNOTATIES.4) Men denke aan het verschil in standpunt tusschen Max Planck en Pascual Jordan, die resp. verklaring en beschrijving als taak der natuurwetenschap zien. Over Mach en Jordan: G. J. Sizoo, Het positivisme van Ernst Mach en de ontwikkeling der mo derne physica. Orgaan 1937, p. 1 ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 61
5720) 21) 22) 23) 24) 25) 26) 2t)nicus: „ut Copernicus mathematicis, sic ego physicis, seu mavis metaphysicis rationibus ascriberem”. Myst. cosm. praefatio, I, 106. Apologia; I, 241. Vgl. Myst. c. 1; I, 113. Ap.; I, 241. Ap.; I, 246. Ap.; I. 246. Ap.; I, 243. Vandaar, dat het Kepler ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 62
58 46)47) 48) 49) so) 51)52)5S) 54) r,:’) 5(i) 57)55) 59) 60) 61) 62)63)Myst. c. 20; I, 178. Kepler aan Hegulontius; I, 372. Kepler aan Maestlin. April 1597; I. 31. Vergelijk Timaios 90 CD. Kepler aan Maestlin, April 1597: I, 32. E. Cassirer (Das Erkenntn ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 63
5964)65) 60) 7)ss) 69) 70) 71) 72)73) 74) 75)7fi)is" (Timaios 53D). De geometrie dringt dus niet tot het wezen, maar slechts tot het kenbare ervan door. Dus van hetgeen blijvend is en vaststaat....... zijn de verklarin gen blijvend en onwankelbaar....... ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 64
NOTULEN der Vergadering, gehouden op Zaterdag 5 November 1938, nam. 2 uur, in de Kliniek Valeriusplein te Amsterdam.De Voorzitter, Dr. }. F. Reitsma, opent deze vergadering met gebed en voorlezing van Lucas 12. In zijn openingswoord herdenkt hij het plotseling heengaan van een onzer leden. ...