1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 34
30Julien komt tot de conclusie, dat de hypothese van een menschelijk oerras O wel zeer onwaarschijnlijk is en ,.veeleer schijnt het omge keerde het geval te zijn geweest, n.1. dat bij den primitieven mensch de bloedgroep O nagenoeg geheel of geheel heeft ontbroken, wat meer met diverse on ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 35
31 AantalO na Yamana Tehueltschen18 33 5/« O94.4 9.0 100.00//o A__ _-0//o B5.ó 91.0 -% AB __ —-waarbij echter de veel te kleine aantallen der onderzochte personen de waarde der % ongunstig beïnvloeden. W a ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 36
32immers indenken hoe een zoodanige verbreiding van Centraal-Azië naar Vuurland is tot stand gekomen. Hetzelfde geldt voor de ver klaring van de hooge Amerikaansche O-groepgetallen. Tegen de beweerde vroegtijdige afscheiding van dit werelddeel vóór de bloeddifferentiatie plaats vond. zij ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 37
33vornherein in der noch nicht in Rassen zerfallenen Menschheit alle Blutgruppen vertreten waren.” W ij willen eindigen met wat meer positieve beschouwingen. Het zou kunnen zijn dat het feit, dat de serologische verschillen tusschen mensch en menschapen in vele opzichten zoo gering blijken ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 38
34aanwezigheid van een stof als pepsine. een der eiwitsplitsende enzymen, bij de meest verschillende zoogdieren en van gelijkwaar dige vervangers ook bij andere Vertebraten. Het verschil met stof fen als de agglutinogenen is dan, dat de laatste een gevolg zijn van de werking van slechts ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 39
35voor de serum-eigenschappen a en /3 (evenwel niet voor y,%,een(p) de wet van Landsteiner bleek te gelden. Ze zijn dus steeds aanwezig waar A resp. B ontbreken. Dit is mede daarom van beteekenis, omdat deze regel voorts alleen maar schijnt te gelden voor menschelijk bloed. Bij het varken ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 40
EENIGE ORIENTEERENDE LITTERATUUR.Bijlmer, H. J. T 1934. The relation of bloodgroups to race, and some personal inquiries in the south-west Pacific. C R. Con gres intern. Anthr. Ethn., London. Dahr, P., 1936. Über A-B-O Blutgruppen und M-N Blutfaktoren anthropoider und niederer Affen. Zsch ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 41
37Schiff, F., 1932. Ein neues serologisches Erbmerkmal des Menschen. Die Naturwissenschaften, Bd. 35. — , 1933. Die Blutgruppen und ihre Anwendungsgebiete. Berlin. Suk, V 1934. Anthropological aspects of blood-grouping. C. R. Congr. intern. Anthr. Ethn., London. Thomsen, O., 1932. Untersuc ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 42
HET HYPOTHESEBEGRIP VAN KEPLER door Dr. R. HOOYKAAS.I.K E P L E R ’S A P O L O G IE V O O R T Y C H O .De uiteenzettingen van Kepler over het begrip hypothese hebben aan actualiteit slechts weinig ingeboet. Nog steeds is men verre van eensgezind over de aard van de kennis, di ...
1939 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 43
39woonte van die dagen, overdreven loftuitingen daaraan toegevoegd, o.m. „roem van Duitschland” (decus Germaniae). Ursus nam geen notitie van die brief, totdat hij merkte, dat Kepler’s werk opgang maakte. Toen zocht hij contact en drukte de brief in extenso af in zijn in 1597 verschenen „D ...