Studentenalmanak 1900 - pagina 135
I j lharten, lief waren ze hem geweest. Maar zijn ooren warendoof geworden door de dreuning van het woelige leven;in uren van nachtelijken arbeid, van zinnen en zoeken,werden die indrukken, eenmaal diep, zeer diep in zijn ge- ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 136
132 Maar 't ros, dat Yoor het eerst de eigen kracht Mag wagen op een weg, die wijd zich strekt, Rept d'hoeven voort in duizelende vaart, Stort bhndelmgs door, over alles heen Totda ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 137
* 133vooruitnellen, dan komt er ook een gejaagde kracht inde schreden van den eerste; eindelijk, ze loopen niet meer,ze rennen voort, de armen gestrekt, de monden wijd open,hijgend de heete ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 138
134loopen over de gevallenen; ze trappen op lijken; zebezoedelen en besmeren elkaar; ze weten maar één ding:dat ze vooruit moeten; hun oogen, in den beginne noghelder, zijn van 't staren troebel geworden en glinsterenvan ko ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 139
135 En eindelijk hebben ze overstemd, wat daar riep binnenin hem. Toch niet; ze zouden niet in staat zijn geweest, om destem van zijn hart tot zwijgen te brengen, als in zijn eigenborst ook niet geweest was een vragen om den ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 140
136ze de dorre hoofden op en staren hem aan met ijzig-doodenblik, die zijn hart doet stilstaan, dan één voor één strekkenze hem tegen den mageren arm. Dan ééR voor één openen zeden ingevallen mond en spreken dof, hol, eentonig één woord ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 141
137 Voort gaat de tocht der levenden. De stoet van beroofden en weenenden, de schare van hen,die voortdragen met bloedend harte een leven van bitterheid. Het oog van wie daar als in nachtmerrie neerligt, zietvoorbijgaan jamme ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 142
138 Duizenden, millioenen, milliarden. En hoewel ontelbare voeten gaan over den effen grond,breekt toch geen kreet, geen ademtocht de wachtende stilte. Alles zwijgt en ziet in opperste verbazing omhoog naardat immense licht ...
Studentenalmanak 1900 - pagina 143
BFJ!}! 139 Hij zou willen blijven staan en luisteren en genieten zonder ophouden. M a a r . . . . een rollende donder doet zwijgen het gezang. ...