Practijk der godzaligheid - pagina 230
Calvijn,omdatsyennietoocveleverstaen,meynen datganschelic, gelyck of hethruyc daervanniethet niet zoo noodich enis,dewijlwat nut daeruit comt; sommige verworpen welentever ...
Practijk der godzaligheid - pagina 231
aas waaruit men put, als basis waarop men staat, als grondslag waarop bouwt. Dit doende kan men niettemin met menige dwaling behept blijven, maar het uitgangspunt is dan toch deugdelijk. Meent men daarentegen omgekeerd een stuk uit Gods Woord te moeten aannemen, wijl het met onze overleggingen ov ...
Practijk der godzaligheid - pagina 229
I.HET VASTEN IN ONBBUTK. wij, als dienaars van God, maken zelven aangenaam .... in arbeid, in 2 Cor. 6 4 en 5. waken, in vasten.Maarons:Er is een van God verordend vasten. Dat vasten is alle eeuwen door in de Christelijke Kerk beoefend. In de eerste eeuwen bleef ...
Practijk der godzaligheid - pagina 233
225 derhalve geen zin voor «vaarheid, en wie van „vasten" spreekt, doet kort aan de eerlijkheid der taal, indien hij daarmee iets anders bedoelt dan: het tijdelijk niet nemen van spijs of drank, die men gemeenlijk wel gebruikt, uit beweegredenen van godsvrucht. Zoo dacht ook Calvijn er over waar ...
Practijk der godzaligheid - pagina 232
224En zoo ja, welke plaats bekleedt het in de wereld van levensgedachten, die de Schrift ons van Godswege bracht? Komt het in die heilige gedachtenwereld voor als iets afkeuringswaards, als iets dat te mijden is, daar vloek van druipt en de ziele onder omkomt?Of die,wel, tree ...
Practijk der godzaligheid - pagina 234
226hun leven, naar de Heilige Schrift ons meldt, een wonderbaar, een buitengewoon, een gansch raadselachtig veertigdaagsch vasten. Yan onzen Heere en Heiland lezen we, dat, „toen hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, hem ten laatste hongerde." (Matth. 4 2). Van Elia desgelijks i ...
Practijk der godzaligheid - pagina 235
237 aan, en geeft ons zelfs een voorschrift hoe hij wil dat het vasten door ons zal beoefend worden. „En wanneer gij vast, zoo toont geen droevig gezicht, gelijk de geveinsden; want zij mis maken hunne aangezichten, opdat zij van de menschen mogen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar, ik zeg u ...
Practijk der godzaligheid - pagina 236
228 Barnabas gemeenteontvangentehebben,hun toevlucht opnieuwnemen de totleeraars der Antiocbischebidden en vasten,omde mee-ning: des Geestes te verstaan,„Toen vastten zij en baden zij, en hun de handen opgelegd hebbende, ...
Practijk der godzaligheid - pagina 237
229negende maand een vasten voor het aangezicht des Heeren uitriepen'''' ; uitdrukkelijk vermeld staat (vs. 8), „dat ze dit deden naar alles wat de profeet Jeremia geboden had." waarbijevenals in de Bergrede, door de protegen het werktuigelijkbijgeloovig vasten. feten des Heeren gep ...
Practijk der godzaligheid - pagina 238
230 geschiedkundige hoeken des Ouden Testaments melding. Melding niet in de dagen van hun voorspoed of murmureering, maar als de ziele hun benauwd werd en ze zich verootmoedigden voor den Heere. Melding, niet als gevolgd door vloek of afkeurend oordeel, maar als niet zelden achtervolgd met uitred ...