Studentenalmanak 1912 - pagina 184
WINTERDAGEN.Loom kwijnen ze koud en grijze voort,In doodsch en droevig stille-zwijgen;Bleek zonnelicht, door kale twijgen,Nog even, schuw' en schichtig-glurend, g l o o r t . . .En trage sluipen ze in neev'len-wade,Met stramm' en stroef-ge ...
Studentenalmanak 1912 - pagina 185
DRIE KLASSIEKE TEEKENINGEN II 'T AFSCHEID VAN HEKTOR DOOR A . 12 ...
Studentenalmanak 1912 - pagina 186
IETS OVER CARLYLE. N onzen tijd doet zich een groote behoefte aan persoonlijkheid en waarheid gevoelen, aan per- soonlijke waarheid. Dit is meer dan reactie op het rationalisme en deïsme van de iS^^ eeuw.Misschien mog ...
Studentenalmanak 1912 - pagina 187
FARRAGO 179Strenge geslotenheid zijner gelaatstrekken, slechts gebrokendoor het sombere, weemoedige gesluierde oog, het maaktalles den indruk alsof hier de overtuiging leeft dat debeteekenis voor het leven niet geleg ...
Studentenalmanak 1912 - pagina 188
180 FARRAGOzien in den schuwen peinzenden knaap een ongewoon talent. De schoolmeester noemt hem »een genie«. Thomas zaldominé worden Hij is niet gelukkig, de jeugdige student van Edinburg.De rationali ...
Studentenalmanak 1912 - pagina 189
FARRAGO 181waarheid. Zijn leven moge lijden en ondergaan, dan zalhet zijn in tragische oprechtheid, in naakte worsteling metde waarheid der dingen. En één ding staat vast: met twijfelin het hart zal bij de studi ...
Studentenalmanak 1912 - pagina 19
m TT A T T7 1\T T^ T? T? \rr\r\X? 10 19 OCTOBER M WIJNMAAND :-: :-: :-: :-: 31 DAGEN I Dinsdag. 3 Woensdag. 3 ...
Studentenalmanak 1912 - pagina 190
182 FARRAGOoogenbHk was de aard van zijn ellende veranderd; nietmeer vrees was ze en jammerende smart, maar veront-waardiging en vuurschietende uittarting. »Zoo had »das ewige Neinc oppermachtig door alleho ...
Studentenalmanak 1912 - pagina 191
FARRAGO 183 Zou daarin het geheim liggen van de zedelijke machtvan Carlyle? * * * Goethe de wereldziel, de groote, aesthetische. schoon-heidsdronkene, naar aandoening honger ...
Studentenalmanak 1912 - pagina 192
184 FARRAGOdigheid. En zooals deze innerlijke kracht in zijn geestelijken lichamelijk bestaan haar openbaring vindt, zoo moet hij,niet naar consequentie maar naar intuïtieve drang, degezamentlijke lichaamswereld als o ...