Honig uit den rotssteen - pagina 201
197LXXXIY. (^routaeïDo^ aanïjetgtfïacgt utaer ftinberen*Indien ik zeggen zou: Ik zal ook alzoo zoo zou ik trouweloos zijn aan het uwer kinderen. Ps. 73 15.spreken, geslacht:wat deneenling, den verlatene, den met zijn ziel eenzoo machtig staa ...
Honig uit den rotssteen - pagina 202
198 catechisatie; uit geen preek, van geen liooren geloof is, dat leert God u alleen, als Hij u gelooven u in den geloove geestelijk inleidt. Zoo heeft de Heere het aan Abram geleerd, en aan David geleerd en aan Paulus geleerd; niet door het hun voor te zeggen, maar door er hen in te brengen: en ...
Honig uit den rotssteen - pagina 203
199Of hij zijn Grod Maar om bekendbedroeft, deert tehem ophet oogenblik nog zoo niet.staan, als een die de broedertrouw schendt.Telange wolke van getuigen heeft het al die eeuwen door zoo verduurd. En daar hoor ik nu bij En nu zou ik het opgeven, e ...
Honig uit den rotssteen - pagina 204
200Maar dan juist komt het ook van de zij onzer ziel tot verzet. Herbergen wil ons goddelooze ik die onreine geesten nog wel. Ze ons laten inwonen, uitnemend. Maar als die onreine geest het bij masker afwerpt en in plaats van ons te dienen^ ons in het huis van ons eigen hart bevelen gaat, ...
Honig uit den rotssteen - pagina 205
201 het een korte poos dien mensch dan wel gaan. het niet. Want die onreine geest was wel om rust te zoeken weggegaan, maar het is nog niet zeker dat hij die elders vond. Wat dan, indien hij daarbuiten eens in stee van rust nog erger onrust had gevonden, en eens besloot dan nog maar liever met de ...
Honig uit den rotssteen - pagina 206
202 beteren dat hij nu eerst van Satans trawanten.wierdwordenisin eigenlijken zin een speelbal ge-onreine geest terugkomt met zeven andere booze daar anders aan, dan dat het kwaad zich in den beginne hoofdzakelyk nog maar in ééne bepaalde zonde bij hem ui ...
Honig uit den rotssteen - pagina 207
203LXXXVI.6ö3ijtmij ttnaP>iïcati,een öaogtc bc^ KCiftanmi^^Want zoo zegt de Heere tot het huis des konings van Juda: Gij zijt mij een Gilead, een hoogte des Libanons, maar zoo Ik u niet zette als een woestijn en als onbewoonde Jerem. 22 6. stede ...
Honig uit den rotssteen - pagina 208
204maaruitsluitend zijn godlijk oog boeien laat door die kleine, zondige schepselen, die we „menschen" noemen, en nu uitroept: „In die menschen is myn vermaking"; dat zijn mijn bosschen; dat is nu voor mij uw Grod het schoone van die wereld; in die menschen wereld is al mijn lust! H ...
Honig uit den rotssteen - pagina 209
205 te dieper zonk, er te hooger verlustiging in heeft, om in goddelooze menschenmassa den roem zijner ontfermingen te openbaren, en er zich in vermaakt, om het ritselen van het genadeleven in die dorre, doode takken te beluisteren. Ieder menschenhart, waar genade in werkt, is een werkplaats van ...
Honig uit den rotssteen - pagina 210
206 dan ook alzoo. van den Christus, buiten de sfeer van zijn Heiligen Greest, verstoken van de warmte uit hooier hemel, dan zijt ge dood, dor,DoegijLosgoddeloos en smadelijk, der verkwijning en der verdwijning nabij; een walging voor uzelven, een hinder voor Grods eng ...