Honig uit den rotssteen - pagina 220
206 godsvrucht en nauwlevende godzaligheid. De man, dien God naderen deed en in zijn tente laat wonen, is rijker dan een koning op aard. Maar de zonde is óók in de godsvrucht een zoo ongelooflijke verderfster. Dermate ongelooflijk, dat er nooit, nooit op aarde, de Christus alleen uitgenomen, vroo ...
Honig uit den rotssteen - pagina 219
206En dan redt dat die grooten tevens, want een groot man die weet en het gelooft en het verstaat: „Ik ben leugen," d. w. z., het is onwaar dat ik iets bijzonders ben, ik ben evenals de minste man, niets dan een instrument, waarvan God de Heere zich bedienen wil, dan is de bekoring der ver ...
Honig uit den rotssteen - pagina 222
208 Zoo komt er rust. Zoo is er geen afmatteBd jagen meer naar een valsche volmaaktheid. Zoo durft het kind van God weer waarlijk bidden, juist omdat hij slechts meebidt.Hetmeêerisalsmet het zingen.Zeg aan een beschroomde van geest dat hij eens all ...
Honig uit den rotssteen - pagina 221
? :207 o.AlsGodzooeens ook tot onszalkomen, entotons zeggen„Ge hebt gebeden, ja, maar toen ge badt, hebt ge toen ook Mij, ja, Mij eenigszins gebeden? Ge hebt psalmen en liederen gezongen, maar toengijzongt, hebt g ...
Honig uit den rotssteen - pagina 224
!210 onder onze edeler woorden een „benjaminnetje", waar ieder iets liefs van denkt. En zoo zelfs is dat denkbeeld van „ernst" toongevend in onze eeuw geworden, dat schier elk redenaar voelt dat hij warm wordt, in vuur raakt en verband met zijn hoorders krijgt, zoodra hij op dien „ernst" m ...
Honig uit den rotssteen - pagina 223
209 nooit dat snijdend roepen van uw God tot uw zielen „Toen gij daar te bidden stondt op dien preekstoel, voor al die menschen, hebt gij toen eenigszins ook maar gebeden om, voor en tot Mij?" Dit is niet uit hardheid, maar uit diepe deernis, uit innig mededoogen gezegd. Te mogen, ja, maar ook te ...
Honig uit den rotssteen - pagina 225
211Maar zullen wij, Christenen, daarom het denkbeeld van „ernst" van de ongeloovige wereld, met haar klemtoon er op, overnemen? Omdat in die zeer lage kringen de „ernst" hoog staat, is daarom niets meer dan ernstig niet nog een veel te „laag" standpunt, gezien bij het zooveel hooger en hee ...
Honig uit den rotssteen - pagina 227
213 doordringt tot hetnogitionzeziel,iseen tweede vraag;maar ookaldreunttoch kondigt het datzelfde Woord vanslechts tegen ons hart aan, toch is het er;van oogenblik tot oogenblik aan; altijd den Koning op d ...
Honig uit den rotssteen - pagina 231
!217Want wiezich„het paard zijner majesteit in den strijd" zelfalsvoelde, die zou onmiddellijk beneveld worden, struikelenHetgjeheiraomdatmoedsbetoonteen neerploften. doen schitteren schuilt juist in ...
Honig uit den rotssteen - pagina 228
ai4i liefde mocht ingaan, dat was mijn heerlijkheid. Dat mocht optreden, dat was het welbehagen des Vaders aan den Zoon. Neen, niet zelf heb ik mij die gunst om priester te mogen zijn genomen, maar ik ontving ze. „Want gelijk niemand onder menschen die eere aanneemt, dan die van God geroepen word ...