Dat de genade particulier is - pagina 18
omDerhalve kan het niet anders, of we moeten zich in den dood heeft gegeven voor menschen uit alle eeuwen en alle natiën, en dat God wil dat alle dezen zalig worden" (Oecon. foed. II. YIII p. 237, 8). Yooris P. van Maastricht: „Alle Gereformeerden stemmen hierin overeen, dat er in den dood ...
Dat de genade particulier is - pagina 27
17 in plaats van de moeilijkheden kleiner te maken, ze veeleer nog verbreedt en uitzet en vertiendubbelt. Dat ze bovendien, bij deze uiterst ingewikkelde vervlechting van bewegingen uit God en uit den mensch, verheft aan denmensch toebedeelt enwat klein maakt op daarom niet door ons ...
Dat de genade particulier is - pagina 20
iüDaaruitnudatwe spreken van een genadedie particulier, d.i.dat er anderen zijn die van de genade leeren, dat ze niet particulier, niet bijzonder, maar universeel of algemeen is. Wil nu in het onderhavige verband „particulier" „betrekking hebbende ...
Dat de genade particulier is - pagina 28
18ook voor mijn overtuiging de zaak hiermee uit zijn. En al ware het dan ook, dat ik moest blijven beweren, geen kans te zien, deze stellige verklaring met de doorgaande Schriftopenbaring te rijmen, dan zou ik desniettemin nog tienmaal liever mijn eigen onbekwaamheid tot het vatten van den ...
Dat de genade particulier is - pagina 2
LlBRARYOFPRiNCETON MAP1THEOLOGICAL SEMINARYKUYPER BS492 .K896 1909 Kuyper, Abraham, 1837-1920. Dat de genade particulier isstichtelijke BijbelstudiAn/ ...
Dat de genade particulier is - pagina 4
Digitized by the Internet Archive in2010 with funding fromPrinceton Theological Seminary Libraryhttp://www.archive.org/details/datdegenadepartiOOkuyp ...
Dat de genade particulier is - pagina 29
19we dus de afzonderlijke behandeling van alle overige Terwijl dubieuse Schriftplaatsen tot het slot van deze artikelenreeks uitstellen, maak ik voor de woorden van 1 Joh. 2 2 en nog een tweetal andere een uitzondering; en wil nu reeds, zonder verwijl, mijn lezers rekenschap geven, waarom ...
Dat de genade particulier is - pagina 21
11Evenmin brengthet u verder, of ge al in het afgetrokkene spreken over hetgeen het eeuwige Wezen, op zichzelf, vyel zou gewild hebben. Men vraagt u dan gemeenlijk, of gij, als gij het eens voor het zeggen gehad hadt, toch niet genoeg liefde in uw zondig hart zoudt gevonden hebben, ...