Studentenalmanak 1938 - pagina 176
den inspireerenden geest, die uit God is of uit Satan. Dat ook daarinnog zekere overeenstemming en wederzijdsche waardeering kan be-staan, dat is vrucht van de algemeene genade, die in haar conser-veerende werking het bestaan van kunst überhaupt mogelijk maakt.De gemee ...
Studentenalmanak 1938 - pagina 177
en acht den aesthetischen wetskring als behoorend tot het hoogeredeel, kent aan de kunst hooger waarde toe dan aan de wetenschap.Kunst is niet hooger dan wetenschap, maar ook is wetenschapniet meerder dan kunst. Die probleemstelling is valsch. Beidehebben hun eigen waa ...
Studentenalmanak 1938 - pagina 178
Deze positie-keuze van K. is van belang voor den opbouw eenerCalvinistische aesthetica. Zij' behoedt voor verafgoding van de stof,alsof in de stof het schoon zou zijn. Zij is het eenig solide tegen-wicht tegen den stormloop der Tachtigers, die met hun pantheïstisch„de ...
Studentenalmanak 1938 - pagina 179
Het is een veel voorkomende klacht — K. zelf wijst er ook op.De Gem. Gratie, 49; Pro Rege, 569 — dat Christenkunstenaarsmeer bezig zijn met hun kunst dan met hun godsdienst; of liever:dat ze bezig zijn met hun kunst èn met hun godsdienst. Het religieuze beginsel, waar ...
Studentenalmanak 1938 - pagina 18
<^.t\\co\aQGwaanö D2Cerpb<2P 1 Donderdag Doopsgezind Seminarium, 1735 2 Vrgdag 3 Zaterdag 4 ZONDAG Verleening van den Effectus civilis V. U., 1905 5 Maandag Ned ...
Studentenalmanak 1938 - pagina 180
Daarmee lossen zich ook anderen moeilijkheden op. Hoe kunnenChristelijke en niet-Christelijke kunst elkaar verdragen, elkaar die-nen zelfs ? Het is hier niet de plaats na te gaan, welke vei-houding erin het algemeen is tusschen Christelijke en niet-Christelijke cultuur. ...
Studentenalmanak 1938 - pagina 181
DICTATOR.Zacht zet-ie zijn hoed op de grond en vult die met aardeZaait erin met zijn vinger een traanEen groote parade komt op zoo grootPolichinelleIn het bosch staan een heeleboel anemonenHij opent zijn mond met tanden van goud ...
Studentenalmanak 1938 - pagina 182
EENZAAMHEIDI. Wild joeg de storm uit het Noorden over het lageland, hoog de golven opzwiepend tot ze zwaar uitrolden,groezelig schuim tegen de duinen opjagend. Fluitend engierend speelde hij zijn spel om den verweerden, achterde duinen verrijzenden kerktoren, va ...
Studentenalmanak 1938 - pagina 183
van verdwenen. De stormen rukten nu wel aan zijntakken en hij verloor er ook wel, maar zijn kracht bleef,ongebroken, want diep waren nu zijn wortels verankerdin de donkere aarde.Sterk stond hij daardoor, levenssap ontving hij zootevens. Vriendelijk was hij niet, ...
Studentenalmanak 1938 - pagina 184
vormen den grondtoon van de wereld van geluiden mden Afrikaanschen nacht.Boven dit alles welft zich de donkere hemel met zijnmaan en fonkelende sterren. Donker en dreigend ver-heft zich de Matapos-keten, hel glinsteren de massieverotsblokken, diep zijn de schadu ...