Revisie der revisie-legende - pagina 64
REFERAAT OVEE DE BELIJDENIS.62 Hebreen dusenverkeerds,ietsarnplecti nequeat,Confessionebrandmerkte hij het terhum aliquod duriuienzendbrieven,onder Paulus' als«—quiseen infirmitas, die volstrekt ...
Revisie der revisie-legende - pagina 65
EEFERAAT OVEE DE BELIJDENIS. maardaarbij het Jus discretionhmaar,diebleef,niethetuitLiuiborch terechtzooalsoog63 dat eenverliest,iedergegundaanmerkt, het jus definitivnm Ecclesiaeeerbie ...
Revisie der revisie-legende - pagina 63
61REFERAAT OVER DE BELIJDENIS.Dordt alleen over den globalen inhoud te oordeelen, maar voor de te kerk als instituut, werd uitdrukkelijk bepaald, dat ze ook „quod ad methodvm ei phraseologimn' zou herzien worden i). En wil men oordeelen over de nauwgzetheid heid waarmee ook zelfs he ...
Revisie der revisie-legende - pagina 67
BEPERAAT OVER DE BELIJDENIS.65Het was Duif linis, die 't eerst en door de macht der Staten 2;esteund. den Utrechtschen Staten adviseerde geen teekening der Confessie te eischen „dat van een deel arttcule)i, uit de Sch'iff bij den meetkoordeJie, zooals hij zei, anderen geraapt, die g ...
Revisie der revisie-legende - pagina 66
64RKFERAAT OVER DE BELIJDENIS. maarorde,niet deconscientiënstranten uitgeworpenBelgicam.canfessioneminzoo vraagthijreformatoscenseride Kemon-zijnministerio Ecclesiae reformatae.Susceper ...
Revisie der revisie-legende - pagina 68
66REFERAAT OVER DE BELIJDENIS.toriim articulum quidquani se habereEvenzooverklaart de Paltziseheeinigen punctenexistiniarit,kerkordeder LeJir furzutragengeinahiet freundUch gehort, ,nnd mitvanUbera id ac156 ...
Revisie der revisie-legende - pagina 70
REFERAAT OVER DE BELIJDENIS.68vaderen, hun betoog over de Ecclesia, vooral in hun hardnekkige vporsteling met Eome, opslaat, steeds zult ge vinden dat ze door dit geestelijk beginsel Maar ook dan, als er niet van de ecclesia, maar van de werden beheerscht. ecclesiae particnlares, en ...
Revisie der revisie-legende - pagina 69
EEFERAAT OVER DE BELIJDENIS.67de kerk als instituut zoo straks reeds waarop hij in de derde plaats wijst, is slechts het oordeel van een Lutheraan uit onze dagen, en is dus als historisch argument niet bedoeld. Hetzelfde geldt van de verwijzing naar Doop en Avondmaal, als de symbole ...