Practijk der godzaligheid - pagina 198
190 II.UIT LIEFDE VOOR GOD. Gijhebt lijdzaamheid van noode. Hebr. 10:36.Wordt in uw omgeving, werd dooru, ook in den gemeenen omgang op „lijdzaamheid" aangedrongen? Is „lijdzaam" een woord, datu ongedwongen op de lippen komt? Is het voor u, evenals voor h ...
Practijk der godzaligheid - pagina 200
192 gebondene aan zijn keten, als de gevangene in zijn wetend dat er aan die keten toch geen stukwringen, aan die muren toch geen verduwen of verzetten is; niet met wrok, maar met onverschilligheid om de lippen; niet kokend van wrevel, maar wezenloos en koud. Nog terwijl men leeft, is het hart da ...
Practijk der godzaligheid - pagina 203
195deugd te verstaan zij. Ze is niet wat we „lijdeplegen te noemen; ze mag evenmin in den zin van stoïcijnsche „ongevoeligheid" opgevat noch ook verward met de „onaandoenlijkheid" van wie morrend bukt voor het noodlot. Zoo blijft dan de vraag, waarin we dan haar zin en aard hebben te erken ...
Practijk der godzaligheid - pagina 201
;!193van denhooghartige boven de diepe gevoeligheid van den teederen Nazarener hebben verkoren? Die, zelf aan de echte lijdzaamheid gespeend, weer de hoovaardige woeling van het morrend hart, in no»* hoovaardiger zelfbedwang hebben omgezet, ons inbeeldend dat we daarme ...
Practijk der godzaligheid - pagina 202
;!194 een pantser van onaandoenlijkheid om zijn vleesch en zijn hart gespend, voor eiken pijl ontrefbaar, door geen lansstoot te genaken, zich in den sterken toren van zijn eigen ongevoelig hart zal opsluitenmaar juist integendeel, waarop de arenden vandathij,om ...
Practijk der godzaligheid - pagina 204
:196 zij met het doel om ons uit onzen stand te den kant des wedergeborenen, om zijn stand te behouden. En de zielskracht nu, waardoor het den kinderen Gods gelukt, in die worsteling ongedeerd te blijven en, welke macht ook op hen aandringe, te blijven staan waar ze stonden, geen duimbreed ...
Practijk der godzaligheid - pagina 205
:197 in zijn woorden uitgegoten, als het van zijn worstelen van Christus en zijn opstanding heet: „Niet dat ik kennisse om de verkregen heb, maar ik jaag er naar of ik het ook aireede prijs den vergetende wat achter mij is, en strekkende mij en mocht, grijpen naar hetgeen voor is, jaag ik ...
Practijk der godzaligheid - pagina 208
!300Godswege aan de Gemeente des Ouden en die des Nieuwen Verbonds gegeven was. De kerk van het Oude A^erbond was van de volkeren afgezonderd; door omtuining buiten het leven der wereld geplaatst; op zich zelve gesteld en zoo hermetisch mogelijk binnen haar eigen grenzea besloterwij ...
Practijk der godzaligheid - pagina 206
198 worstelperk te worden toegelaten, niet zijn afgewezen. Niet wijl schuldeischer hadden, maar wijl we van schuld en zonden in Christus gereinigd en van de aanklacht, die tegen ons was, vrijgesproken zijn in zijn bloed. „Wij dan, zoo heet het daarom, gerechtvaardigd zijnde door het geloof, hebbe ...
Practijk der godzaligheid - pagina 207
199 der worsteling de kracht om stand te houden, d. i. den aanval lijden (lijdzaamheid); dat stand houden het bewustzijn van kracht (bevinding); en wordt door dat zelfvertrouwen bij elke nieuwe worsteling de hoop vermeerderd, d. i. de hoop van voor niemand te zullen onderliggen en ten slotte als ...